Misbruik van Zoekmachines
Begin 1999 heb ik geprobeerd het probleem van misbruik van online zoekdiensten ('searchengines', zoekmachines) aan de kaak te stellen.
PvdA kamerlid Marjet van Zuijlen vond het toen weliswaar desgevraagd nog niet nodig om over dit onderwerp kamervragen te stellen, maar ze verwees mij wel door naar het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (DGTP) en naar DG13 van de Europese Commissie.
Door andere bezigheden is het toenertijd niet tot een publicatie gekomen. Delen ervan zijn wel elders gepubliceerd.
Onderstaand (1) mijn verslag en (2) mijn 'rapportage' aan Marjet van Zuijlen, met daarin de weerslag van de telefonische reacties die ik kreeg bij het Ministerie van V&W en bij de Europese Commissie (beide zeven jaar later nog zeer lezenswaardig!). De links in de bronvermelding doen het niet meer. Ik laat ze toch staan, want ze geven aan hoe lang al wordt nagedacht over oplossingen.
Onderzoeksverslag (met Engelse samenvatting)
To: george.papapavlou@[ditweglaten]lux.dg13.cec.be
From: werkum@[ditweglaten]bart.nl
Datum : 17/02/99
Betreft : misuse of
online search engines
Dear mr. Papapavlou,
Refering to our
conversation by telephone this morning I am happy to send you my
analysis of the very urgent problem of misuse of online
search-engines. It holds an evaluation of possible governmental
measures.
For your personal
conveniance I put together a brief outline in english.
I obtained your
telephone number via the Dutch member of parliament mrs. Marjet van
Zuijlen, who refered to mrs Irene Albers of the Dutch department of
Transport (DGTelecom and Post), who refered to mr. Christoffer
Wilkinson, who's assistant refered to you.
Everyone mentioned here
has this text, exept mr. Wilkinson.
Misuse of search
engines has been an issue in lawsuits in several states in the US.
Politicians however don't seem to care about (or know of) this so
called problem of 'spamdexing'.
My questions to you
are:
- Do you know what
spamdexing is?
- Do you understand the
problem?
- Do you agree with my
analysis? (enclosed)
- Is spamdexing
allready on the agenda in an international forum?
- Will your office take
action? (+Who is liason?)
- In what forum does
this problem best belong according to you?
- Are you interested in
co-authoring an article with me based on this research?
Thankyou for showing
attention.
Good luck in your new
office, coming 1st of march!
Yours sinceraly,
Dieter van Werkum
Outline, 17/02/99
(Please note that this
is not a formal translation but an internal preparatory document)
Invisible misuse of
online search engines threatens Internet
D.H. van Werkum,
16/02/99
In my practice as a
Internet marketing consultant I recieve more and more request to
advice on how to get clients web adress higher on the list with
search results of popular online search engines. Of course I know all
the technical trics to do this but I refrain from them because they
deminish the quality of search engines and therefor damage the
Internet as a whole.
Since more and more
people will be using the Interenet the damage will become ever
greater. Eventually nobody will be able to find any longer any
information, including usefull public information. I foresee big
trouble in the future.
A serious threat
indeed! Therefor I think the issue of 'spamdexing' has to be put high
on the political agenda of relevant international organisations.
Unfortunately the problem is nearly invisible for the public (and
politicians) and only highly visible issues (like misuse of e-mail or
'domain names') seem to get attention. That's very bad because
spamdexing is far more damaging.
Possible counter
measures and my comment:
1. Shutting of the
technique of 'metatags'
Comment: An oportunity
missed for usefull purposes of a public network
2. Selfregulation
Comment: presumes
technical knowledge and understanding
3. Social control
Comment: presumes
visibility (which there is not!)
4. National Regulation
Comment: Conflict of
essential characteristics of Internet and national regulation.
National traditions diverge.
5. Legal action
Comment: New technical
characteristics force lengthy debate over applicability of allready
existing (national) rules.
6. Threatening with
legal action
Comment: Letters sent
by large companies often intimidate smaller companies. Even if they
are right they fear high legal costs!
7. Action by individual
search engines
Comment: Risk of misuse
if marketpower. Technicians musn't control the definition of "misuse"
of a key public medium!
International
regulation is called for here. ISOC, ICANN, TIES? Are politicians and
public servants aware?
Piracy was after all
also halted with international law!
---------end of
outline, beginning original text----------
Onzichtbaar misbruik bedreigt de goede werking van Internet
D.H. van Werkum,
16/02/99
1. Inleiding
Steeds vaker bereiken
mij in mijn praktijk als Internet-marketing adviseur vragen van
ondernemers hoe ze het adres van hun website hoger in de 'top tien'
van zoekresultaten van populaire online zoekdiensten kunnen laten
verschijnen. Voor wie de werking kent van de zogenaamde "search
engines", en dat zijn er steeds meer, zijn hiervoor allerlei
technische trucjes. Helaas zijn die trucjes zeer schadelijk voor de
goede werking van de zoekdiensten en daarmee van het hele Internet.
Omdat steeds meer
mensen een aansluiting hebben op Internet nemen zowel de commerciële-
als maatschappelijke waarde van dit medium toe. Dit brengt met zich
mee dat misbruik van online diensten steeds grotere schade teweeg zal
brengen. Ik zou daarom willen pleiten voor een prominente plaats voor
dit probleem op de politieke agenda. Terwijl veel aandacht wordt
besteed aan zichtbare vormen van misbruik, woekert achter de schermen
(letterlijk!) een zeer schadelijke vorm van misbruik voort!
Na een beknopte analyse
van het probleem evalueer ik hier de huidige maatregelen. Ten slotte
stel ik een richting voor waarin de oplossing kan worden gezocht.
2. Analyse van het
probleem
Technici duiden het
geschetste probleem aan met 'search-engine spamming' of 'spamdexing',
het opzettelijk misleiden van zoekdiensten op Internet. Het is
waarschijnlijk voor veel lezers nuttig de werking van zoekdiensten
hier eerst nader toe te lichten. Gelukkig hoef je niet heel technisch
te zijn om te begrijpen waar uit het misbruik in hoofdlijnen bestaat.
Speciale zoek-computers ('search-engines') op Internet houden
automatisch bij wat voor soort digitale bestanden er worden
gepubliceerd op. Van bestanden waarvan de inhoud ook voor mensen
leesbaar is worden vervolgens alle woorden geindexeerd. Door te
zoeken op deze trefwoorden kun je snel informatie over allerlei
onderwerpen vinden op computers die aangesloten zijn op Internet. Je
hoeft daartoe alleen maar zo'n woord in te vullen op het formulier
van een zoek-computer. Het mooie is dat die formulieren ook gewoon op
Internet staan en dat je ze meestal gratis mag gebruiken.
Een fantastisch
systeem! Zonder deze diensten zou nooit een nieuw wereldwijd
informatie- en communicatiemedium zijn ontstaan. Helaas zijn sommige
gebruikers daar niet van onder de indruk; het enige waarin ze zijn
geïnteresseerd is geld verdienen. Jammer dat je niet eens heel
ver hoeft te zoeken om het systeem daarvoor naar je hand te zetten.
Alle makers van 'homepages' worden namelijk door de zoekdiensten
uitgenodigd om speciale trefwoorden aan te melden waarmee ze graag
'vindbaar' willen zijn op Internet. Helaas wordt er steeds vaker
gerommeld met dit trefwoorden-systeem. Omdat een groot deel van de
surfers op Internet hun weg vindt met behulp van de zoekdiensten
blijkt metname ondernemers er veel aan gelegen zo vaak mogelijk
vermeld te worden in de lijstjes met zoekresultaten van websurfers.
Door creatief om te springen met het opgeven van trefwoorden proberen
ze hun positie op de ranglijsten met zoekresultaten te verbeteren.
Hier is niks mis mee zolang het geïnteresseerden helpt de door
hen gewenste informatie te vinden. Sommige webmasters kunnen de
verleiding niet weerstaan om bij hun eigen informatie ook niet
relevante (maar wel populaire) onderwerpen of gevestigde merknamen te
vermelden om zo meer surfers naar hun virtuele winkel te lokken.
Om twee redenen is dit
misbruik een probleem. In het streven hun online dienstverlening
continue te verbeteren, in een zeer concurerende (immers volstrekt
openbare) omgeving, lopen de investeringen van de zoekdiensten zeer
hoog op. Deze investeringen verdienen het beschermd te worden vanwege
de belangrijke functie van zoekdiensten in het systeem. En daarmee
kom ik bij de tweede reden. Internet kan niet zonder goed werkende
zoekdiensten. Door het ontbreken van een centrale redactie zou de
snelle groei van het aantal publicaties en informatiebronnen tot
chaos leiden. Met het spaaklopen van de zoekdiensten zouden daarnaast
veel nuttige nieuwe toepassingen nooit verder ontwikkeld worden,
simpelweg omdat ze nooit door genoeg mensen zouden kunnen worden
'gevonden'.
3. Evaluatie van
huidige en mogelijke maatregelen
a)
Een voordehandliggende
oplossing voor misbruik van nieuwe technologie is natuurlijk het weer
uitschakelen van de techniek. De onderhavige techniek van
trefwoorden-'metatags' is nog geen twee jaar oud en (nog) niet alle
zoekdiensten ondesteunen het. In een vroege fase van de ontwikkeling
zijn de kosten van het uitschakelen van deze techniek ook misschien
nog niet zo hoog, hetgeen een argument zou kunnen zijn om er dus maar
snel mee te stoppen. Dat zou echter jammer zijn omdat deze 'tags'
helpen bij de logische ordening van informatie op Internet. Anders
dan bedrijven is, bijvoorbeeld, de wetenschap nauwelijks geholpen met
het enkel indexeren van woorden. Voor wetenschappers zijn de speciale
trefwoorden handig om overzicht te creëren over hun vakgebied.
Daarom zijn wij geen voorstander van het weer uitschakelen van deze
techniek en kan bestrijding van misbruik volgens ons beter gezocht
worden in beïnvloeding van het gedrag van gebruikers van het
nieuwe dit medium.
Om deze reden en omdat
een centrale redactie nu eenmaal ontbreekt op Internet dient dus op
een of ander manier het gedrag van gebruikers te worden bijgestuurd.
Hieronder beschouw ik de verschillende manieren waarop dit reeds
wordt geprobeerd.
b)
Vanaf het begin wordt
hier en daar op Internet opgeroepen tot zelfregulering.
Zelfregulering veronderstelt helaas dat alle gebruikers kennis zouden
hebben van de werking van Internet. Pogingen om gebruikers
'nettiquette' bij te brengen dienen te worden toegejuigd maar helaas
is de keten, online net als offline, slechts zo sterk als de zwakste
schakel.
c)
Van sociale controle
kan helaas ook niet veel worden verwacht omdat de bedoelde praktijken
zich afspelen achter de fraai ogende schermen van moderne
computernetwerken. Omdat Multimedia de onderliggende techniek
onttrekt aan het oog van computergebruikers merkt niemand dit
misbruik op. Men merkt hoogstens dat informatie nooit meer snel kan
worden gevonden. Het kwaad is dan al geschied.
Meldpunten hebben
alleen nut wanneer het probleem goed zichtbaar is, zoals bijvoorbeeld
het geval is bij de verspreiding van kinderporno. Van een meldpunt
voor (tegen) 'spamdexing' in de Verenigde Staten zijn helaas nog
slechts enkele resten te vinden uit 1997
(www.globalserve.net/~iwb/search_engine/spamdex.html). Misschien kan
het in Europa beter worden aangepakt. Bijvoorbeeld door aan een
eventueel meldpunt ook aandacht te besteden in andere media.
d)
Bovengenoemde
omstandigheden vestigen de aandacht op regulering van
Internetgebruik. Bijzondere kenmerken van het nieuwe medium maken
overheidsbeleid echter lastig. Zo zijn bijvoorbeeld met het ontstaan
van Internet nieuwe intermedairs van informatie ontstaan. De vraag is
of bepalingen in het strafrecht die golden voor traditionele
intermediairs (drukkers en uitgevers) tevens van toepassing kunnen
worden verklaard op 'Internet providers'. Men vond deze nieuwe
bedrijfstak recentelijk niet bereid om zonder meer uitvoering te
geven aan opsporingsbeleid.
Daarnaast worden
tijdens gebruik van Internet gemakkelijk landsgrenzen overschreden,
waardoor cultuurverschillen vaker en duidelijker aan het licht komen.
Deze cultuurverschillen komen tot uiting in verschillen in
(nationale) wetgeving en jurisprudentie. Door het grensoverschreidend
karakter van Internet kan worden verwacht dat steeds vaker
internationale rechtsmacht-conflicten zullen onstaan, bijvoorbeeld
omdat staten verschillende gronden hanteren bij het bepalen van de
plaats van een misdrijf ('locus delicti'). Overigens is, wanneer
eenmaal is vastgesteld dat een bepaalde staat de rechtsmacht bezit,
ook het uitoefenen daarvan op het territorium van een andere staat
vaak problematisch. De dader hoeft er dus alleen maarvoor te zorgen
dat hij of zij daar zit waar de regels vervolging onmogelijk maken.
Dat gebeurt ook veelvuldig want dankzij Internet maakt het voor de
handel immers steeds minder uit waar een hoofdkantoor gevestigd is!
e)
Direct betrokkenen
kunnen natuurlijk altijd proberen via de rechter een halt toe te
roepen aan inbreuk op hun rechten. Om effectief op te kunnen treden
tegen bedoeld misbruik zal antwoord moeten worden gegeven op de vraag
of alle afspraken die gelden in het dagelijks verkeer ook op het
gebruik van nieuwe media van toepassing moeten zijn?
In Nederland zijn er
geen plannen voor een speciale (nationale) Internetwet. Voor gebruik
van dit medium gelden dus voorlopig in principe de gewone
rechtsregels. Verderop zullen we zien dat ook in de Verenigde Staten
geen 'lex specialis' bestaat voor Internetgebruik. Men is zich bewust
dat ingrijpen grote gevolgen kan hebben voor de verdere ontwikkeling
van Internet en men wil niet graag riskeren dat door ingrijpen de
verwachte economische vruchten niet kunnen worden geplukt. Alleen
tegen uitwassen als racisme en kinderporno wil men in ons land
optreden. Ik sluit mij hier graag bij aan.
Internetpraktijken zijn
ook in ons land aanleiding tot een levendig debat over de vrijheid
van meningsuiting, intelectule eigendom en handelsnaam- en
merkenrecht. Hier beperk ik mij tot een beschouwing over de
rechterlijke overwegingen in enkele merkenrecht-zaken, omdat hierin
expliciet enkele relevante technische kenmerken van Internet aan de
orde kwamen.
Handelsnaam- en
merkinbreuk worden in ons land niet beschouwd als bovengenoemd
'uitwas'. Desgevraagd passen Nederlandse rechters dan ook gewoon
bestaande rechtregels toe. Het is niet verwonderlijk dat bij ons,
anders dan bijvoorbeeld in de VS, nog niet het specifieke onderhavige
probleem van misbruik van het trefwoordensysteem aan de orde is
geweest. De aandacht gaat hier (nog?) uitsluitend uit naar meer
zichtbare aspekten van Internetgebruik zoals merkinbreuk door middel
van het oneigenlijk registreren van Internet-adressen ('domain
names'). Tevens is er verschil in opvattingen over de markteconomie
waarin wij anno 1999 leven.
Nederlandse merkenrecht
was aan de orde in enkele zaken met betrekking tot de praktijk van
registratie van internetadressen. Ik volsta hier met het noemen van
enkele zaken (Ouders Van Nu vs Ouders Online, NTG/Xlink vs xxLink,
Flevonetwerken BV vs Flevonet) en enkele voor het onderhavige
probleem relevante rechterlijke overwegingen die ik online op de
website van de Rijks Universiteit Groningen aantrof:
- Domeinnamen kunnen
zich niet aan de werking van het merkenrecht onttrekken.
- De merkhouder van een
ouder merkrecht kan het gebruik en de registratie van een
overeenstemmende dommeinnaam verbieden.
- In het merkenrecht is
denkbaar dat identieke merken door verschillende ondernememingen
worden geregistreerd, mits voor verschillende produkten.
- Domeinnamen kunnen
naast elkaar bestaan als ze maar een enkele letter van elkaar
verschillen.
- Het gebruik van
woorden met een, binnen de context, gering onderscheidend vermogen
vormt geen merkinbreuk.
- Een domeinnaam die
door het publiek als merk wordt gedeponeerd kan een geldig merk zijn
in de zin van artikel 1 BMW.
Zolang met betrekking
tot gebruik van Internet geen internationale regels gelden, valt aan
te bevelen bij de verdere ontwikkeling van jurisprudentie op dit
gebied eveneens te kijken naar wat de overwegingen zijn van rechters
op grondgebied van andere staten. Daarop zal navolging van de regels
immers in een later stadium ook daadwerkelijk afgedwongen moeten
worden.
In de Verenigde Staten
is het specifieke probleem van misbruik van het trefwoorden-systeem
wel reeds in rechtszaken aan de orde geweest. Ook hier betreft het
pogingen om merkinbreuk af te stoppen. Speciale wetsvoorstellen met
betrekking tot gebruik van Internet ,zoals bijvoorbeeld de Computer
Decency Act, haalden het niet, zodat de rechter ook in dit land
gewoon bestaande regels toe moet passen.
De toepasbaarheid van
standaard merkenrecht bleek echter in de VS problematisch te zijn
omdat de websurfer niks merkt van deze, immers onzichbare, vorm van
misbruik. Ook aan voorwaarden voor toepasbaarheid van regels omtrent
oneerlijke concurrentie en misbruik van intelectueel eigendom is,
door bijzondere kenmerken van Internet, niet altijd zonder meer
voldaan (Leibowitz, 1998). Omdat het rechtsgevoel van velen toch
indruiste tegen misbruik van merknamen is op dit gebied in de
praktijk de doctrine van 'dilution' onstaan (Ebling en Kreider,
1998). In deze doctrine is het, in tegenstelling tot standaard
VS-merkenrecht, niet noodzakelijk dat door het misbruik verwarring
onstaat over wie de eigenaar is van een merk. Voldoende is dat de
waarde van het betreffende merk wordt aangetast doordat gebruikers
van zoekdiensten niet uitsluitend meer naar de website van de
eigenaar van het merk worden geleid, maar tevens naar die van
concurrenten, met als resultaat dat dit ten koste gaat van
marktaandeel van de eigenaar van het merk ('dilution by blurring').
Centraal staat in deze
doctrine niet het feit dat surfers misleid worden als wel dat de
waarde van het betrokken merk. Dat is volgens de doctrine ook het
geval wanneer de reputatie van een merk of de goede naam van de
eigenaar worden aangetast, bijvoorbeeld doordat het in een ongewenste
context geplaatst wordt ('dilution by tarnishment'). Dit kan immers
gaan ten koste van de goede naam van het merk en de eigenaar ervan.
In de VS is deze
doctrine in de meeste staten inmiddels met succes toegepast in
Internet-zaken. Voor succesvolle toepassing op federaal niveau wordt
echter als aanvullende eis gesteld dat het om een 'beroemd' merk
gaat. De toepasbaarheid van de doctrine wordt hierdoor belemmerd
omdat onduidelijk is wanneer gesproken kan worden van beroemdheid op
Internet.
Op de preciese
verschillen, op dit specifieke gebied, tussen nationale rechtsregels
ga ik hier niet in. Hier volsta ik met op te merken dat het heel lang
duren kan voordat de culturele verschillen, die ten grondslag liggen
aan deze rechtsregels, kleiner worden.
f)
Sommige gedupeerden
wachten het ontstaan van nieuwe regels dan ook niet af en ondernemen
zelf actie. Bijvoorbeeld door boze brieven te versturen, waarin
alleen maar gedreigd wordt met verdere juridische stappen. Een
voorbeeld van een bedrijf dat Internet afspeurt om misbruik van zijn
merken te bestrijden en daarna brieven verstuurt is Hunter Douglas.
In sommige gevallen kan zonder tussenkomst van de rechter tot een
wederzijds bevredigende oplossing worden gekomen. Deze praktijk kan
echter ook uitlopen op regelrechte intimidatie. Bijvoorbeeld wanneer
de geadresseerde vreest voor hoge proceskosten. Ouders Online, de
uiteindelijke winnaar van een rechtszaak die aangespannen werd door
VNU, gaf aan moegestreden te zijn en, ongeacht de uitkomst,
vermoedelijk een tweede rechtszaak niet te hebben kunnen bekostigen
(Oostendorp, 1998).
g)
Eveneens gedupeerd,
maar dan niet op grond van merkenrecht, zijn de eigenaars van
commerciële zoekdiensten. Hun investering in de kwaliteit van
hun diensten wordt immers bedreigd. Sommige van deze diensten,
waaronder AltaVista® treden reeds sporadisch op tegen 'spammers'.
Wanneer de diensten flagrant misbruik constateren sluiten ze (de
computers van) de betrokken gebruikers buiten. Op steeds meer
plaatsen worden webmasters gewaarschuwd voor het bestaan van zwarte
lijsten, waar je gezien het belang van de zoekdiensten maar beter
niet op terecht kunt komen.
Hoewel individuele
zoekdiensten niet de middelen hebben om hardnekkige overtreders uit
te sluiten van andere dan de eigen diensten blijkt uitsluiting een
effectief wapen tegen ondernemers. De getroffen bedrijven rapporteren
namelijk flinke omzetverliezen gedurende de periode dat zij
uitgesloten waren van een populaire zoekdienst.
Helaas bestaat bij deze
praktijk het risico van misbruik van marktmacht. Zeker gezien het
feit dat sommige zoekdiensten inmidels deel uitmaken van allianties
van bedrijven met allerlei andere economische belangen is dit geen
denkbeeldig risico.
Wanneer de zoekdiensten
gezamenlijk zouden optreden kunnen deze bezwaren misschien worden
opgeheven. Voorlopig maakt echter de nog steeds oplopende waarde van
de gebruikte technologie samenwerken commerciëel gezien
onaantrekkelijk. Op korte termijn moet hier dus waarschijnlijk niet
al te veel van worden verwacht.
Een amerikaanse
webmaster heeft reeds in 1997 een poging gedaan om de eigenaren van
populaire zoekdiensten zelf meer achter de broek te zitten bij de
aanpak van dit probleem. De zwakke schakel in zijn aanpak was helaas
dat hij voorbij ging aan de onzichtbaarheid van het probleem, zoals
hierboven reeds aan de orde was. Die onzichtbaarheid is overigens
alleen maar erger geworden, door toepassing van de allernieuwste
software die de gewraakte 'broncode' volledeig aan het oog van
surfers onttrekt (SE-Cloak, www.Position-It.com). Door deze
ontwikkeling is de medewerking van de zoekdiensten nu echt onmisbaar
geworden.
Conclusie
Om het bovenstaande
risico van misbruik van marktmacht te voorkomen en om nationale
cultuurverschillen met betrekking tot Internetgebruik te overwinnen
lijkt mij de oprichting van een overkoepelende internationale
organisatie geboden die een gezonde verdere ontwikkeling van nuttige
Interentdiensten kan waarborgen.
Misschien kunnen
hiertoe de bevoegdheden van een bestaande organisatie worden
uitgebreid, zoals bijvoorbeeld de ICANN, de nieuwe organisatie voor
de uitgifte van 'domain names', waarvoor president Clinton van de VS
in 1998 een wetsvoorstel ontving. Of is het 'TIES'- platvorm van de
Europese Commissie hiervoor misschien geschikter? In ieder geval
moeten er internationaal geldende gedragsregels worden opgesteld die
effectieve bestrijding van misbruik, waar ook ter wereld, mogelijk
maakt. Aan piraterij is toch ook met behulp van internationaal recht
een einde gemaakt!
Zolang een effectief
instrumentarium ontbreekt om af te rekenen met vastgesteld misbruik
blijft Internet een 'Wild Westen', hetgeen de voorspoedige
ontwikkeling van dit nieuwe medium in de weg staat. Dat zou jammer
zijn omdat Internet bezig is zich te bewijzen als uitstekend
communicatie-, distributie-, en transactiemedium.
----------
Bronnen
Ebling en Kreider, The
National Law Journal, 18/05/98
Leibowitz, The National
Law Journal, 08/09/98
Munzebrok, W., Scriptie
RijksUniversiteit Groningen
Oostendorp, M. van, Van wie is onze taal
(www.onzetaal.nl/nieuws/merknamen.htm)
SE-Cloak, www.Position-It.com
The spamdex police,
(www.globalserve.net/~iwb/search_engine/spamdex.html)
Rapportage aan Marjet van Zuijlen in 1999
adres: Zuijlen@[ditweglaten]tk.parlement.nl
date: 16/03/99
betreft: verslag gesprekken over 'spamdexing'
Geachte mevrouw van
Zuijlen,
Bijgaand een verslag
van mijn gesprekken over 'spamdexing' met:
- Irene Albers (V&W,
DGTP)(telegrafie en postzegels?)
- Dirk Visser (Stibbe
advocaten)
- George Papapavlou
(EC, DG13)
Het is erger dan ik
dacht. Het probleem wordt inderdaad door iedereen onderschat!
Ambtenaren ontberen de benodigde kennis. Internet-marketeers en hun
adviseurs hebben er financieel belang bij om de ogen te sluiten voor
de gevolgen van hun gedrag.
Moet het nu echt zo
zijn dat het wachten is op het vinden een client voor een advocaat
die best geld wil verdienen aan het bestrijden van een symptoom
(merkinbreuk) van het echte probleem (spamdexing)?
GRAAG WIL IK DAN OOK UW
ADVIES over wie ik het best kan benaderen bij een dag- of weekblad.
(Publicatie in de voor mij toegankelijke, technische media lijkt me
niet zinvol.)
Ik wil mijn
(bijgewerkte) analyse en bevindingen graag ergens publiceren waar
iedereen het duidelijk kan zien. Ten eerste om ambtenaren te
allarmeren (ik verwacht niet dat ze techneuten worden, maar laat ze
in ieder geval hun taken onderling duidelijk verdelen, en daar een
lijstje van op hun bureau's leggen!). Ten tweede om merkhouders erop
te attenderen dat advocaten kansen zien voor een succesvole gang naar
de rechter en actie zelfs aanbevelen juist voor een Nederlandse
rechter. Tenslotte omdat ik om mijn brood te kunnen blijven verdienen
een publicatie goed kan gebruiken.
Indien u geinteresseerd
bent zou ik uw co-auterschap zeer op prijs stellen.
Met vriendelijke groet,
Dieter van Werkum
-----------------stand
van zake mbt 'spamdexing'----------------
Resultaten
(chronologisch)
- Irene Albers van V&W
(eerste gesprek):
wist in eerste niet
precies wie van haar collega's de deskundige was op dit terrein en
verwees mij door naar Christofer Wilkinson bij de EC in Brussel.
- Christofer Wilkinson
(EC, Brussel):
bemoeit zich volgens
iemand van zijn kantoor uitsluitend met 'domain-names'?! Ik werd
daarom doorverwezen naar George Papapavlou van DG13 in Luxemburg.
Deze laatste onderschrijft het probleem maar laat weten dat
'content'-zaken voorlopig niet door zijn bureau op de agenda
geplaatst zullen worden (Papapavlou is inmiddels per 1/3 hoofd
Internetzaken bij DG13).
Maar 'spamdexing' is
nou juist helemaal geen content zaak. Het tast de werking en daarmee
de ontwikkeling van het medium aan! Ten onrechte focust iedereen op
zichtbare vormen van misbruik (kinderporno, merkinbreuk), maar dat
zijn geen specifieke Internet-problemen.
- Dirk Visser van
Stibbe:
Stond mij zeer
bereidwillig ter woord en verklaarde dat er over het door mij
bedoelde specifieke merkinbreuk nog geen officiele publicaties zijn
verschenen. Ook was hem de eventuele voorbereiding van een proces
niet bekend. Graag zou hij (Stibbe) adviseren wanneer wij een klant
voor hem wisten.
- Irene Albers (tweede
gesprek):
drie weken later
verslag uitgebracht (van gesprekken met EC-DG13). Ze erkende het
probleem, wist dat het op haar ministerie nog niet geagendeerd was,
maar vroeg of een kersverse nieuwe Internetmedewerker een afspraak
met mij mocht maken.
Zijzelf zal het
probleem 'in haar eigen woorden' intern bekend maken.
---------------einde
stand van zaken mbt 'spamdexing'--------------
top