James Douglas Morrison

De Heren.

De Nieuwe Schepsels.

 

 

© vertaling: RJ. Rueb, 1990.
oorspronkelijke titel: "The Lords/The New Creatures"
oorspronkelijke uitgever: Simon & Schuster, 1969/1970
oorspronkelijke vertaling verschenen bij uitgeverij Maldoror,
ISBN 90 5168 022 8 - NUGI 310

De Heren.
(notities omtrent visie)

 

Volg onze aanbidding.


Wij allen leven in de stad.

De stad vormt - vaak fysiek, maar onvermijdelijk psychisch - een cirkel. Een Spel. Een ring van dood met sex als centrum. Rijd naar de randen van de buitenwijken. Ontdek daar aan de zoom gebieden van verfijnde zedeloosheid en verveling, kinderprostitutie. Maar binnen de grauwe band die het alledaagse zakendistrikt nauw omsluit vindt het unieke, ware kuddeleven van onze mierenhoop plaats, het echte straatleven, nachtleven. Verziekte specimen in goedkope hotels, vage pensions, kroegen, lommerds, burlesken en bordelen, in kwijnende galerijen die nooit wegkwijnen, in straat na straat met 24-uurs bioskopen.


Wanneer spel sterft wordt het de Wedstrijd.
Wanneer sex sterft wordt het Climax.


Alle spelen bevatten het idee van de dood.


Baden, bars, het binnenbad. Onze gewonde leider uitgestrekt op de zwetende tegels. Chloor op zijn adem en in zijn lange haar. Lenig, hoewel kreupel, lichaam van een middengewicht bokser. Naast hem de vertrouwde journalist, zelfverzekerd. Hij omringde zich graag met mensen met een groot levensgevoel. Maar de meeste perslui waren aasgieren, neerdalend op de gebeurtenis voor het nieuwsgierige Amerikaanse juttersvolk. Camera's in de lijkkist, die de wormen interviewen.


Bruut geweld is nodig om beschaduwde keien om te rollen en zo de vreemde wormen eronder bloot te leggen. De levens van onze ontevreden dwazen worden onthuld.


De camera, als alziende god, bevredigt ons verlangen naar alwetendheid. Naar het bespieden van anderen vanaf deze hoogte en vanuit deze hoek: voetgangers wandelen onze lens in en uit als zeldzame waterinsekten.
­ ­
Yoga krachten. Het zichzelf onzichtbaar of klein maken. Als een reus te worden en te reiken naar de verste dingen. De loop van de natuur te veranderen. Zichzelf in ruimte of tijd te plaatsen. De doden op te roepen. Gevoelens te exalteren en ontoegankelijke beelden waar te nemen, van gebeurtenissen op andere werelden, in de eigen diepste innerlijke geest of in de geesten van anderen.
­ ­
Het geweer van de sluipschutter is een verlengstuk van zijn oog. Hij moordt met verwondende visie.


De moordenaar (?), in volle vlucht, neigde met een onbewuste en instinktief insekten-gemak, als een mot, naar een veiliger haven, beschutting tegen de zwermende straten. Snel werd hij verzwolgen in de warme, donkere en stille maag van het fysieke theater.

Moderne cirkel van de Hel: Oswald (?) doodt President. Oswald stapt in taxi. Oswald stopt bij pension. Oswald verlaat taxi. Oswald doodt agent Tippitt. Oswald werpt jack af. Oswald wordt gevangen.

Hij vluchtte een filmhuis binnen.


In het vruchtwater zijn wij blinde grotvissen.


Alles is vaag en duizelend. De huid zwelt op en er is geen onderscheid meer tussen lichaamsdelen. Een bekruipend geluid van dreigende, spottende, monotone stemmen. Dit is de angst en de attraktie van het verzwolgen worden.


In de droom hecht de slaap zich rond je lichaam als een handschoen. Nu bevrijd van ruimte en tijd. Vrij om weg te smelten in de stromende zomer.


De slaap is een onder-oceaan waarin iedere nacht gedoken wordt. 's Morgens, druipend wakker, hijgend, met brandende ogen.


Het oog oogt vulgair
In zijn lelijke schelp
Treed naar buiten
In al je Schittering.

Niets. De lucht buiten
brandt mijn ogen.
Ik zal ze uitrukken
en zo de brand doven.

Krokante hete witheid
Stadse Noen
Bewoners van de pest-buurt
worden geconsumeerd.

(Santa Ana's zijn woestijnwinden.)
Rijt tralies open en plons in goten.
De zoektocht naar water, vocht,
"natheid" van de akteur, minnaar.


"Spelers"-het kind, de akteur en de gokker. Het kans-bewustzijn is afwezig in de wereld van het primitieve kind. De gokker voelt zich evenzeer in dienst van een buitenaardse macht. Kans is de overleving van religie in de moderne stad, zoals het theater, en vaker nog de cinema, de religie van het bezit zijn.

Welk offer, tegen welke prijs kan de stad geboren worden?


Er zijn geen "dansers" meer, de bezetenen. De scheiding van de mensheid in akteur en toeschouwers is het centrale gegeven van onze tijd. We raken geobsedeerd door helden die voor ons leven en die wij straffen. Als alle radio's en televisies beroofd zouden worden van hun energiebronnen, alle boeken en schilderijen morgen verbrand, alle shows en bioskopen gesloten, alle kunstvormen die bij volmacht bestaan

We stellen ons tevreden met het "gebodene" in onze honger naar sensatie. We ondergingen een metamorfose van een dwaas, op heuvelruggen dansend lichaam naar een paar ogen, dat de duisternis instaart.


Niet één der gevangenen hervond sexueel evenwicht. Depressies, impotentie, slapeloosheid erotiese verstrooiing in talen, lezen, spelen, muziek en gymnastiek.
De gevangenen bouwden hun eigen theater wat blijk gaf van een ongelooflijk overschot aan vrije tijd.
Een jonge zeeman, gedwongen tot vrouwlijke rollen, werd al snel de lieveling van het "dorp", want zij noemden zich reeds een dorp en kozen een burgervader, politie, raadsleden.

In het oude Rusland schonk de Tsaar jaarlijks ­vanuit de geslepenheid van zijn eigen geest of die van zijn raadsheren­ één week vrijheid aan één der veroordeelden in elk van zijn gevangenissen. De keuze werd overgelaten aan de gevangenen zelf en werd op verschillende manieren bepaald. Soms door stemming, soms door loting, vaak door geweld. Het was duidelijk dat de uitverkorene een man moest zijn met magie, viriliteit, ervaring, misschien met narratieve vaardigheid, een man met mogelijkheden, kortom: een held. Onmogelijke toestanden op slag van vrijheid, onmogelijke selektie, die onze wereld tot in zijn diepste grondslagen definieert.


Een kamer schuift over een landschap, ontwortelt de geest, verbazingwekkend visioen. Een grijze film smelt van de ogen en stroomt de wang af. Vaarwel.
Het moderne leven is een reis per auto. De Passagiers veranderen verschrikkelijk in hun stinkende stoelen of zij zwermen van auto naar auto, onderworpen aan onophoudelijke verandering. Onvermijdelijke vooruitgang wordt geboekt ten opzichte van het startpunt (er is geen verschil in windpunten), terwijl we steden doorsnijden, waarvan de kapotgescheurde achterkanten een bewegend beeld geven van ramen, tekens, straten en gebouwen. Soms reizen andere cabines mee, besloten werelden, vacüums, om vooruit te snellen of om volkomen achterop te geraken.


Vernietig daken, muren, kijk in alle kamers tegelijk.

Uit de lucht vingen we goden, met de alwetende blik goden eigen, maar zonder hun macht om in zielen en steden te zijn zoals wanneer zij er boven vliegen.


30 Juni. Op het dakterras. Hij werd plots wakker. Op dat moment kroop een straaljager van de vliegbasis in stilte hoog over. Op het strand proberen kinderen in zijn snelle schaduw te springen.


Het vogeltje of insekt dat in de kamer rondstuitert
en het raam niet vinden kan. Omdat zij domweg
geen "ramen" kennen.

Wespen, balancerend op de ruit,
Uitmuntende dansers,
ongebonden, worden niet toegelaten
in onze kamer.

Kamer van flets verwelkt gaas
lees het liefdes-vocabulair
in de groene lamp
van ontbindend vlees.


Toen de mens gebouwen bedacht
en zich opsloot in kamers,
na eerst bomen en grotten.

(Ramen werken van twee kanten,
spiegels van één kant.)

Je zal nooit door spiegels lopen
of door ramen zwemmen.


Genees blindheid met een hoeren-fluim.


In Rome werden prostituées tentoongesteld op daken boven de openbare weg omwille van de twijfelachtige hygiëne van losbandige mannen, wiens potentiële lusten de wankele machtsorde in gevaar dreigden te brengen.
Er wordt zelfs beweerd dat aristocratiese dames zichzelf, naakt en gemaskerd, ten offer gaven aan deze beroofde ogen, ter bevrediging van hun eigen intieme opwinding.


In zekere zin zijn wij allen besmet door de psychologie van de voyeur. Niet in strikt kliniese of criminele zin, maar in onze gehele fysieke en emotionele houding tegenover de wereld. Telkens als wij naar wegen zoeken om deze vloek van passiviteit te doorbreken, zijn onze handelingen wreed en vreemd en in het algemeen obsceen, als van een invalide die is vergeten hoe hij moet lopen.


De voyeur, de gluurder, de Sleutelgatentuurder, is een zwarte komiek. Hij is weerzinwekkend in zijn duistere anonimiteit, in zijn heimelijk invasie. Hij is meelijwekkend in zijn eenzaamheid. Maar, vreemd genoeg, is hij door diezelfde stilte en verborgenheid in staat om van iedereen binnen zijn gezichtsveld een onwetend deelgenoot te maken. Dit is zijn dreiging en macht.

Er bestaan geen glazen huisjes. De gordijnen zijn gesloten en het "echte" leven neemt een aanvang. Sommige aktiviteiten kunnen het daglicht niet verdragen. En deze geheime gebeurtenissen zijn het spel van de voyeur. Hij zoekt ze uit met zijn duizendkoppige leger van ogen­zoals het kinderlijke idee van een godheid die alles ziet.
"Alles?", vraagt het kind.
"Ja, alles", antwoorden zij, en het kind wordt achtergelaten om deze goddelijke intrige te verwerken.

De voyeur is masturbant, de spiegel zijn insigne, het venster zijn prooi.


Drang het eens te worden met de "Buitenwereld", door haar te absorberen, haar binnen te halen. Ik kom niet naar buiten, je moet bij mij naar binnen komen. Mijn baarmoeder-tuin in, vanwaar ik naar buiten loer. Waar ik een universum kan construeren binnen de schedel, om met de werkelijkheid te wedijveren.


Zij zei "Je ogen zijn altijd zwart". De pupil opent zich om het objekt van zijn blik te plukken.


Beeldvorming is geboren uit verlies. Verlies van de "vriendelijke vlakten". De borst wordt verwijderd en het gezicht legt zijn kille, curieuze, krachtige en ondoorgrondelijke aanwezigheid op.


Je mag van het leven genieten op een afstand. Je mag naar de dingen kijk, maar ze niet proeven. Je mag de moeder alleen met de ogen strelen.

Je mag deze fantomen niet aanraken.


Patience. Eenzame trekker van kaarten. Hij deelde zichzelf een waaier. Plaats de brokstukken van het verleden in oneindige herschikkingen, schudt en begin. Sorteer de beelden opnieuw. En sorteer ze weer. Dit spel ontsluiert de ziektekiemen van waarheid en dood.

De wereld wordt een ogenschijnlijk oneindig, doch mogelijk eindig kaartspel. Beeldkombinaties, herschikkingen, omvatten het wereldspel.

Een mild bezit, ontbloot van risiko's, in wezen steriel. Bij een beeld is er geen sluimerend gevaar.


Muybridge onttrok zijn dierlijke onderwerpen aan de Philadelphia Zoological Garden, mannelijke akteurs aan de Universiteit. De vrouwen waren beroepsmodellen voor kunstenaars, maar ook aktrices en danseressen, die naakt paradeerden voor de 48 camera's.


Films zijn verzamelingen dode beelden die kunstmatig geïnsemineerd zijn.

Filmkijkers zijn heimelijke vampiers.


Film is de totalitairste van alle kunsten. Alle energie en gevoel wordt in de schedel gezogen, een hersen-erektie, pafferig vol bloed.
Caligula wenste zich één nek voor al zijn onderdanen zodat hij met één enkele slag een koninkrijk zou kunnen onthoofden.
Cinema is deze omvormende tussenpersoon. Het lichaam bestaat omwille van de ogen; het wordt een droge steel ter ondersteuning van twee zachte onverzadigbare juwelen.


Film verleent een soort valse eeuwigheid.

Iedere film is afhankelijk van alle andere en verwijst naar andere. De cinema was een nieuwtje, een wetenschappelijk speeltje, totdat een voldoende hoeveelheid werk verzameld was, genoeg om een tussentijdse nieuwe wereld te scheppen, een krachtige, oneindige mythologie waarin naar behoefte gebaad kon worden.

Films hebben de illusie van tijdloosheid, gevoed door hun regelmatige, ontembare verschijning.

De aantrekkingskracht van de cinema schuilt in doodsangst.


Het moderne Oosten schept de grootste hoeveelheid films. Cinema is een nieuwe verschijningsvorm van een antieke traditie­het schaduwspel. Zelfs hun speelzaal is er een imitatie van. Ontstaan in India of China was het schaduwspel verbonden aan het religieuze ritueel, gekoppeld aan de vieringen die plaats hadden rond de crematie van de doden.


Het is onjuist te veronderstellen, zoals sommigen deden, dat de cinema aan vrouwen toebehoort. Cinema is gecreëerd door mannen voor de troost van mannen.

De schaduwspelen waren oorspronkelijk voorbehouden aan een mannelijk publiek. Mannen konden deze droomvoorstellingen aanschouwen aan beide kanten van het doek. Toen later vrouwen toegelaten begonnen te worden, werd hen slechts toegestaan de schaduwen te zien.


Mannelijke genitaliën zijn kleine gezichten
die triades vormen van dieven
en Christussen
Vaders, zonen en geesten.

Een neus hangt over een muur
en twee halve ogen, droevige ogen,
verstomd en onthand, verveelvoudigen
een eindeloze ereronde.

Deze droge en stille triomfen, bevochten
in stallen en bezegeld in gevangenissen,
ornamenteren onze muren
en schroeien onze visie.

Een gruwel van lege ruimten
verbreidt dit zegel op intiemere plaatsen.

Kynaston's bruid
verschijnt misschien niet
maar de geur van haar vlees
is nooit ver weg.


Een dronken menigte sloeg het apparaat omver en Mayhew's spullenbaas, die het spektakel op Islington Green verzorgde, verbrandde binnen, samen met zijn knecht.

In 1832 verbaasde Gropius Parijs met zijn Pleorama. Het publiek werd getransformeerd tot de bemanning aan boord van een oorlogvoerend schip. Vlammen, gekrijs, zeelieden, verdrinking.

Robert Baker, een artiest uit Edinburgh, werd toen hij wegens schuldenlast in het gevang zat, getroffen door het effekt van de lichtinval door de tralies van zijn cel op de brief die hij las en vanuit deze waarneming ontwikkelde hij het eerste Panorama, een hol, transparant plaatje van de stad.

Deze uitvinding werd spoedig vervangen door het Diorama, dat de illusie van beweging toevoegde middels roterende ramen. En ook geluiden en nieuwe lichteffekten. Daguerre's Londonse Diorama staat nog altijd in Regent's Park; een zeldzame overleving, omdat de voorstellingen altijd afhankelijk waren van kunstlicht-effekten, geproduceerd door lampen of gasbranders en bijna altijd eindigden in een vlammenzee.

Fantasmagoria, voorstellingen met de toverlantaren, ongrijpbare spektakels. Ze bereiken totale zintuiglijke ervaringen door geluid, geur, belichting, water. Ooit komt er een tijd dat we Weer-theaters zullen bezoeken om daarmee de sensaties van regen in de herinnering terug te roepen.


De cinema heeft zich langs twee paden ontwikkeld.
Eén daarvan is het spektakel. Evenals bij Fantasmagoria is zijn doel de schepping van een totale plaatsvervangende gevoelswereld.
De andere is de Peep-show, die voor zijn domein zowel de erotiese als de ongerepte waarneming van het echte leven opeist en het sleutelgat nabootst of het venster van de voyeur, zonder de behoefte aan kleur, geluid of grandeur.

De Cinema vindt zijn diepste affiniteiten niet in de schilderkunst, de literatuur of het theater, maar in de populaire variaties -strips, schaak, Patience- en Tarotkaarten, tijdschriften en tattouages.

Cinema stamt niet af van schilderkunst, literatuur, beeldhouwkunst, theater, maar van oude volkstovenarij. Het is de hedendaagse manifestatie van een geëvolueerd schaduwspel, een verrukking in bewegende beelden, een geloof in magie. Zijn levenslijn is vanaf het allerprilste begin verstrengeld met Priesters en tovenaars, het aanroepen van geesten. Met aanvankelijk slechts weinig hulp van spiegels en vuur riep men duistere en heimelijke visitaties op uit de regionen van de onbewuste geest. In deze seances waren de schaduwen geesten die het kwade bezworen.


De toeschouwer is een stervend dier.


Verzoek, verlicht en verdrijf de Doden. Bij nacht.


Door buiksprekerij, gebaren, spel met objekten en alle zeldzame variaties van het lichaam in de ruimte, duidde de shaman zijn "trip" aan een meereizend publiek.

Tijdens de seance ging de shaman voor. Een uitzinnige paniek der zinnen, moedwillig veroorzaakt door drugs, gezang en dans, werpt de shaman in trance. Vervormde stem, stuiptrekkingen. Hij gedraagt zich als een waanzinnige. Deze professionele hysterici, uitverkoren omwille van juist die psychotiese neiging, werden ooit hoog geacht. Zij bemiddelden tussen mens en geestenrijk. Hun mentale reizen vormden het essentie van het religieuze leven van de stam.

Het principe van seances: ziektes genezen. Een gemoedstoestand kan bezit nemen van een volk, dat wordt geteisterd door historiese gebeurtenissen of dat sterft in een slecht landschap. Zij zoeken verlossing van doem, dood en dreiging. Zij zoeken bezetenheid, de visitatie van goden en machten, een herovering van de levensbron op duivelse belagers. De genezing wordt geplukt uit de extase. Genees ziekte of verijdel haar komst, verkwik de zieken en herwin de gestolen ziel.


Het is onjuist aan te nemen dat kunst de toeschouwer nodig heeft om te kunnen bestaan. De film draait door, ook zonder ogen. Het is de toeschouwer die niet zonder kan. Het verzekert hem van zijn existentie.


De happening/gebeurtenis waarbij ether door luchtroosters wordt binnengelaten in een kamer vol mensen maakt van het chemicalie een akteur. Zijn agent, of inspuiter, is een artiest-showman, die een voorstelling schept om zelf getuige van te zijn. De mensen zien zichzelf als het publiek, terwijl ze voor elkaar optreden en het gas draagt eigen gedichten voor via het medium van het menselijk lichaam. Dit benadert de psychologie van de orgie terwijl het binnen de grenzen van het Spel en zijn oneindige variaties blijft.

Het doel van de happening is verveling te genezen, de ogen uit te wassen, kinderlijke verbanden te leggen met de levensstroom. Het laagste, wijdste doel is loutering van de waarneming. De happening probeert alle zinnen te bundelen, het totale organisme, en een kompleet weerwoord te geven aan de traditionele kunsten, die zich richten op nauwere inlaten voor het gevoel.


Multimedia's zijn zonder uitzondering droevige blijspelen. Ze werken als een kleurrijke groepstherapie, een smartelijke paringsdans van akteurs en toeschouwers, een wederzijdse schijnmasturbatie. De artiesten lijken hun publiek nodig te hebben en de toeschouwers­de toeschouwers hadden eenzelfde milde prikkeling kunnen vinden in een gruwelkabinet of op een kermis en beeldender, kompleter vertier in een Mexicaans hoerenkot.


Als leken kijken we naar de bewegingen van de zijderupsen, die hun lijfjes verlustigen in vochtige bladeren en natte nesten weven van haar en huid.

Dit is een model van onze vloeibaar rustende wereld
been vergruizend en merg smeltend
de poriën openend zo wijd als vensters.


De "buitenstaander" werd beschouwd als grootste bedreiging in vroegere beschavingen.


Metamorfose. Een objekt wordt ontdaan van zijn naam, gewoontes en associaties. Losgekoppeld wordt het slechts het ding, in en van zichzelf. Wanneer deze disintegratie tot pure existentie uiteindelijk bereikt is, is het objekt vrij om zich eindeloos tot van alles te ontwikkelen.

Het subjekt zegt "Ik zie eerst een hoop dingen die dansen en dan raakt alles geleidelijk met elkaar verbonden."

Objekten, zoals zij in de tijd bestaan worden ons aangeboden door het blote oog en de camera. Niet vervormd door het "zien."

Wanneer er als zodanig geen objekten zijn.


Vroege filmmakers, die ­gelijk de alchemisten­ behagen schepten in een bewuste vaagheid omtrent hun bezigheden, opdat hun vaardigheden voor heidense toeschouwers verborgen bleven.
­ ­
Scheidt, reinig en herenig. De formule van Ars Magna en diens erfgenaam, de cinema.
­ ­
De camera is een tweeslachtig apparaat, een soort mechaniese hermafrodiet.

In zijn destilleervat herhaalt de alchemist het werk van de Natuur.


Slechts weinigen zouden een bekrompen blik op Alchemie als de "Moeder der Chemie" willen verdedigen en zo haar ware doel verwarren met dat van de externe scheikunde. Alchemie is een erotiese wetenschap, die zich bezighoudt met verborgen aspekten van de werkelijkheid, gericht op de zuivering en omvorming van alle leven en materie. Hierbij niet de indruk te geven, dat materiële ingrepen achterwege zouden blijven. De ingewijde houdt vast aan zowel het mystieke als het fysieke werk.

De alchemisten zien in de sexuele aktiviteiten van de mens overeenkomsten met de schepping van de wereld, met de plantengroei en minerale formaties. Als zij de vereniging van regen en aarde zien, zien zij dit in erotiese zin, als copulatie. En dit inzicht strekt zich uit naar alle stoffelijke zaken. Want zij kunnen zich liefdesaffaires voorstellen van chemicaliën en sterren, een romance tussen stenen, of de vruchtbaarheid van vuur.

Vreemde, vruchtbare overeenkomsten bespeurden de alchemisten, tussen onwaarschijnlijke kategoriën van het bestaan. Tussen mensen en planeten, planten en gebaren, woorden en weer. Ook storende verbanden: de huil van een kind en de torn van zijde; de rand van een oor en de verschijning van honden in de tuin; een in slaap verzonken vrouwenhoofd en de ochtenddans der kannibalen; verbanden die het steriele signaal van iedere "gekunstelde" montage overstijgen. Deze nevenschikkingen van objekten, geluiden, handelingen, kleuren, wapens, wonden en geuren glanzen op een ongehoorde manier, op onmogelijke manieren.

Film is niets als het geen illuminatie is van deze levensketen, die een in vlees balancerende naald explosies laat voortbrengen in buitenlandse hoofdsteden.

De cinema brengt ons terug tot het animisme, de religie van de materie, die aan ieder objekt een speciale goddelijkheid verleent en goden ziet in alle wezens en dingen.

Cinema, erfgenaam van de alchemie, sluitstuk van een erotiese wetenschap.


Omsingel de Keizer van het Lichaam
Bali Balinese dansers
Zullen mijn tempel niet breken.

Ontdekkers
zuigen ogen het hoofd in.

Het rozige lichaam kruist
heimelijk golvend
kontroleert zijn golving.

Worstelaars
dansend met hun gewicht
en muziek, mimesis, lichaam

Zwemmers
vermaken embryo's
zoete gevaarlijke stotende golfslag.


De Heren. Gebeurtenissen vinden plaats die onze kennis en kontrole te boven gaan. Onze levens worden voor ons geleefd. We kunnen slechts proberen anderen tot slaaf te maken. Maar geleidelijk worden speciale waarnemingen ontwikkeld. Het idee van de "Heren" begint zich in sommige geesten te vormen. We zouden hen kunnen onderbrengen in groepen waarnemers om ze in het doolhof te laten rondtoeren tijdens hun mysterieuze nachtelijke optredens. De Heren hebben geheime ingangen en zij weten zich te vermommen. Maar zij verraden zich in kleine details. Te veel glinstering in het oog. Een verkeerd gebaar. Een te lange en te merkwaardige blik.

De Heren sussen ons met beelden. Zij geven ons boeken, konserten, musea, shows en bioskopen. Vooral bioskopen. Door kunst brengen zij ons in verwarring en maken ons blind voor onze slaafsheid. Kunst siert de muren van onze cel, houdt ons stil en bezig en onverschillig.


Lusteloze leeuwen, gevloerd op een waterig strand.
Het universum knielt bij het moeras
om daar nieuwsgierig zijn eigen rauwe
verrotting gade te slaan
in de spiegel van het menselijk bewustzijn.

Afwezige en bevolkte spiegel, absorberend,
passief tegenover wie of wat zijn interesse
en eigenbelang bezoekt of weerstaat.

Toegangsdeur naar gene zijde,
de ziel bevrijdt zich met grote stappen.

Draai spiegels naar de muur
in het huis van de nieuwe dood.


 

 

De Nieuwe Schepsels.
(gedichten)

 

(voor Pamela Susan)


I

Jas van slangehuid
Indianenogen
Glimmend haar

Hij waadt in verstoorde
Nijl-insekt vergeven
Lucht.


II

Je paradeert door de zachte zomer
We zien je gretige geweer rotten
Je wildernis
Je wemelende leegheid
Bleke wouden, bijna in het licht
buigen.

Meer van jouw mirakels
Meer van je magiese wapens


III

Bitter grazend in zieke weiden
Dierlijke droefheid & de dageraad
Geselt.
IJzeren gordijnen opengeslagen.
De volgroeide zon impliceert
stof, messen, stemmen.

Provoceer de Wildernis
Provoceer de koorts, ontvang
de natte dromen van een Azteken-koning.


IV

De oevers zijn hoog & overwoekerd
verrijkt door warm groen gevaar.
Ontsluit de kanalen.
Straf ons zusters' zoet gespeelde smart.
Wil je ons zo hebben, zoals de rest?
Bewonder je ons?
Wil je als je terugkeert
nog altijd met ons spelen?


V

Val neer.
Vreemde goden arriveren in snelle vijandige poses.
Hun hemden zijn zacht,
trouwen doek en haar.
Over hun armen ornamenten
die aders verbergen blauwer dan bloed
een welkom veinzend.
Zachte hagedisse-ogen vinden elkaar.
Hun licht afgetapte insektengeloei doet
nieuwe angsten rijzen, waar angsten heersen.
Het geruis van sex tegen hun huid.
De wind herroept alle geluid.
Verdelg je getuige op de gestrafte grond.


VI

Wonden, herten & pijlen
Bedekte flitsende benen plonzen neer
naast de rustende vrouwen.
Ontstellende gehoorzaamheid van de badgasten.
Ongelooflijke grotten om te plunderen.
Losbandige, lusteloze balletten van beroving.
Jongens rennen.
Meisjes gillen en vallen.
De lucht is vettig en berookt.
Dode knetterende draden dansen in baden
vol zee-bloed.


VII

Hagedisse-vrouw
met je insekt-ogen
met je wilde verrassing.
Warme dochter van de stilte.
Venijn.
Keer je rug toe met een vleugje zuchtende wijsheid.
De doffe blinde ogen
achter muren verrijzen nieuwe geschiedenissen
wekken grommend & jankend
de dwaze morgenstond der dromen.
Honden liggen slapend.
De wolf huilt.
Een schepsel overleeft de oorlog.
Een woud.
Een ruisen van versneden woorden, verstikkende
rivier.


VIII

De slang, de hagedis, het insektenoog
de jagers' groene gehoorzaamheid.
Snel, in ruige tijden, in dienst
van geheim en sluimer,
warme wouden vermalend tot rusteloos hout.

Nu de vallei.
Nu het stroperige haar.
Steekt de ogen uit, opent hemels
achter het schedelbot.
Vluchtig einde van de jacht.
Omarm de gezwollen, opengehaalde borst
& rood-gevlekte strot.
De honden verlustigen zich.
Breng haar thuis.
Draag het lichaam van onze zuster, terug
naar de boot.


Een stel Vleugels
Stort neer
Karma's hoge winden

Sirenen

Gelach & jonge stemmen
in de bergen.


Heiligen
de Neger, Afrika
Tattoo
ogen als tijd


Bouw tijdelijke onderkomens, casino's
& kamers, speel daar, schuil.

Eerst stond de mens, van houding veranderend
terwijl ziektekiemen van inzicht
Vlaggen ontvouwden in zijn schedel

en steeds sneller ontwikkelde hij haar, nagels, huid
langzaam verwordend in
het warme aquarium, een warm
draaiend wiel.

Holenvissen, palingen & grijze salamanders
wentelen zich in hun nachtelijke carrière van slaap.

Het idee van visie ontglipt
aan het dier de worm wiens aarde
een oceaan is, wiens oog zijn lichaam.


In theorie wordt de geboorte bespoedigd door het kinderlijke verlangen de baarmoeder te verlaten.
Maar op de foto zwoegt de hals van een ongeboren paard zich inwaarts, met buitenbungelende benen.

Hieruit volgt alles:

Drink melk van de borst
tot er geen melk meer is.

Druk de weelde aan de kant
totdat betegelde baden het opeisen.

Hij slikt zaad, zijn trots
totdat met bleke mond en benen

zij de wortel zuigt, de draderige
wereld waarin een kind verslonden wordt.

Verzwelgt de grond mij niet
wanneer ik sterf, of de zee
als ik sterf op zee?


De Stad. Bijenkorf. Web of verminkte
mierenhoop. Alle ingezetenen erfgenaam
van dezelfde vorstelijke voorvader.

Het gekooide beest, het heilige centrum,
een tuin in het midden van de stad.

"Zie Napels & sterf."
Spring van boord. Ratten, zeelui
& de dood.

Zoveel wilde duiven.
Dieren vol nieuwe ziekten.
"Er is maar één ziekte
en ik ben zijn katalysator",
riep de verdoemde trots van de drager.

Vechten, dansen, gokken,
kroegen en bioskopen floreren
in de begerige zomer.


Woest lot

Naakt meisje, op de rug gezien,

op een natuurlijke weg

Vrienden
verkennen het labyrint

-Speelfilm
jonge vrouw achtergelaten in de woestijn

Een van koorts krankzinnig geworden stad


Zusters van de eenhoorn, dans
Zusters & broeders van Pyramide
Dans

Verminkte handen
Sagen van de Oude Tijd
Ontdekking van het Heilige Bad
verandert
Stomgeslagen stilte in baby-gehuil

De wilde hond
Het heilige beest

Vind haar!


Hij gaat op weg naar het meisje
uit de ghetto.
Donkere wilde straten.
een hut, door kaarsen verlicht.
Zij is tovenares
Vrouwlijk profeet
Heks
Gekleed in het verleden
Uitgedost.

De sterren
De maan
Zij leest de toekomst
in jouw hand.

 


De muren zijn opzichtig rood
De trappen
Hoog valsgestemd geschreeuw
Zij kent de tekenen.
"Jij ook"
"Ga niet"
Hij vlucht.
Muziek zet weer aan.

De put van paring.
"Redding"
Verleid om in het rond te springen.

Negers roeren zich.


Vrees de Heren die heimelijk onder ons zijn.
De Heren zijn in onszelf.
Geboren uit lui- & lafheid.


Hij sprak tegen me. Hij beangstigde me
met zijn lach. Hij nam
mijn hand & leidde me langs
stilte de koel fluisterende
Klokken binnen.


Een optocht van jongelui
die door een klein bos trekken


Ze filmen iets
in de straat, pal voor
ons huis.


Op weg naar het oproer
dat zich naar de huizen verspreidt
de gazons
plotseling levendig
met mensen
op de loop


Ik kan er niet bij wat ze
dat meisje aandeden
Barmhartige bende
Wilde liederen zingen zij
Terwijl ze haar handen afhakken
Genageld aan een verlaten
Boom

Ik zag een hangpartij
Ontmoette de vreemde mannen
uit het zuidelijke moeras
Cypres van hun taal
Visgeroep & vogelzang
Wortels & tekens
volkomen onbekend
Zij waagden het daar te zijn
Gidsen voor de blanke
goden.


Een gewapend kampement.
Armée, armée
verbrandt zichzelf in
feesten.


Als jakhalsen snuffelen wij overlevenden van karavanen na.
Wij oogsten bloedige gewassen op slagvelden.
Geen lijkvlees ontzegt onze schrale buiken.
De honger drijft ons op geurende winden.
Vreemdeling, reiziger,
kijk in onze ogen & vertaal
het verschrikkelijke blaffen van vroegere honden.


Kamelenkaravanen dragen
getuigende geweren naar Caesar.
Massa's kruipen & sijpelen
de muren binnen. De straten
een stenenvloed. Het leven gaat
door, oorlogen absorberend. Geweld
doodt de tempel van sexloosheid.


Vreselijke kreten starten
de tocht
­als zij eerder gemigreerd waren

­een ijl jammerend weeklagend
indringend dierlijk klaaglied
van een vrouw
hoog op de top van de Torenberg

­Dun gevlochten gaas
in de geest
verdeelt het hart


Klandestien
Glimlachen zij
Uitnodigend­Glimlachend

Choktai
verdwijn!
kwaad
verdwijn!
Kom niet hier
Laat haar!

Een schepsel voedt
haar kind
zachte armen rondom
het hoofd & de nek
een mond om kontakt te houden
laat dit kind alleen
Deze is van mij
Ik breng haar thuis
Terug naar de regen.


De kogel van de moordenaar
huwt de Koning
Mijlen luchtruim huichelend
Om de kroon te kussen.
De Prins doolt rond in bloed.
Ode aan de nek
die geprepareerd was
Voor de japon der verkrachting.


Kanker stad
Stedelijke herfst
Zomerse droefheid
De snelwegen rond de oude stad
Spoken in auto's
Elektriese schaduwen


Ensenada
het dode zegel
het hondse crucifix
spoken van de dode auto zon.
Stop de wagen.
Regen. Nacht.
Voel.


Zee-vogel zee-zucht
Aardbeving mompelt
Snelbrandende wierook
Schreeuwende golvende
Slingerweg
Naar de Chinese grotten
Tehuis van de winden
De goden van rouw


De stad slaapt
& de ongelukkige kinderen
zwerven met dierlijke bendes.
Ze lijken te spreken
tot hun vrienden
de honden
die hen leren spoorzoeken.
Wie kan hen vangen?
Wie kan zorgen dat zij binnen
komen?


Het tent-meisje
rond middernacht
sloop naar de bron
& ontmoette daar haar vrijer
Zij praatten een tijdje
& lachten
& toen vertrok hij
Zij drukte een oranje kussen
tegen haar borst

In de ochtend
trok het Opperhoofd zijn troepen terug
& stippelde een route uit
De ruiters stegen op
De vrouwen snoerden de touwen
strak aan
De tenten zijn gevouwen nu
We marcheren naar de zee


Catalogus van Gruwelen
Verslagen van Natuurrampen
Lijsten van mirakels in de goddelijke corridor
Catalogus van vissen in het goddelijk kanaal
Catalogus van objekten in de kamer
Lijst van dingen in de heilige rivier

 


I

De zachte parade is nu begonnen
op Sunset Blvrd.
Auto's rollen donderend
uit de canyon.
Nu is de tijd & de plaats.
De auto's komen aanronken.
"Jij hebt een te gekke machine."
Deze gemotoriseerde beesten
mompelen hun zachte
woorden. Een pracht
in de nacht
hun stille stemmen weer
te horen
na 2 jaar.

Nu zal de zachte parade
spoedig beginnen.
Koele baden
uit een vermoeid land
zinken nu
in de avondrust.

Wolken verzwakken
& sterven.
De zon, een oranje schedel,
fluistert zacht, wordt
een eiland & is verdwenen.

Daar zijn ze
kijkend naar
ons zal alles
donker worden.
Het licht veranderde.
Wij waren ons bewust
tot onze knieën in de trillende lucht
zoals schepen bewegen op de
deining in hun kielzog.
Loopgraven grijnzen
opnieuw in de kampen.
Gonorroea
Zeg het meisje naar huis te gaan
Wij hebben een getuige nodig
bij de moord.

 

II

De kunstenaars van de Hel
zetten ezels op in parken
het afschuwelijke landschap,
waar burgers hun verlangde vertier zoeken
als aas beloerd door woeste jeugdbendes

Ik kan niet geloven dat dit gebeurt
Ik kan niet geloven dat al die mensen
elkaar besnuffelen
& terugdeinzen
de tanden grijnzend
het haar rechtop, grommend, hier in
de geslachte wind

Ik ben een dodend spook
getuigend van al
mijn gezegende vergelding

Dit is het
niets leuks meer
de dood van alle vreugde
is gekomen.

Dorst jij
mijn potentie
te ontkennen
mijn goedheid
of genade?
Probeer het
je zal braden
net als de rest
in heiligheid

En voor geen
geld
zal ik tijd
vrijmaken
voor jullie
Spook-kinderen
daar beneden
in de enge wereld

 

Jullie zijn alleen
& hoeven niets anders
jullie & het kind-moedertje
die je baarde
die je speende
die je mens maakte

 

III

Fotomaat-moordenaar
breekbare bandiet
vanuit een hinderlaag

Doodt mij!
Doodt het kind dat
U maakte.
Doodt de intrigerende
senator van de lust
die je tot deze staat bracht.

Doodt haat
ziekte
strijd
droefheid

Doodt slechtheid
Doodt gekte

Doodt foto moeder vermoordt boom
Doodt mij.
Doodt jezelf
Doodt de kleine blinde elf.


Het prachtige monster
braakt een stroom horloges
klokken juwelen messen zilveren
munten & koper bloed

De bron van tijd & moeilijkheden
whiskey flessen parfum
scheermessen kralen
vloeistof insekten hamers
& dunne spijkers de poten van
vogels adelaarsveren & klauwen
machineonderdelen chromen
tanden haar scherven van
aardewerk & schedels de ruïnes
van onze tijd het afval bij
een meer de glimmende
bierblikken & roest & sabelbont
menstruatie bont

Dans naakt op gebroken
botten voeten bloeden & besmeuren
glasscherven bedekken je geest
& het droge einde van het vacuüm
vaart terwijl de mensen
lijnen neerlaten in verstilde wateren
& oude forellen onttrekken
aan het diepe thuis. Schubben
aangekoekt & glimmend groen
Een mes was gestolen. Een
waardevol jagersmes
Door een stel vreemde jongens
uit het andere kamp aan de overzijde
van het Meer


I

Zijn dit onze vrienden
jachtig & huiverend
door de kalme dalen van het parlement

Mijn zoon zal niet sterven in de oorlog
Hij zal terugkeren
verstomde boerenstem van het Oosterse
visser

De laatste keer dat je zei
dit was de enige mogelijkheid
stem van teder jong meisje

Rennen & spreken
besmette groene
oerwouden

raadpleeg het orakel
verbitterde kreek
kruip
zij leven op regenwater

apen-liefde
mantra-maatje
brandy-maker

Het giftige eiland
Het gif

Neem deze dunne korrel
van gevaarlijke slangewortel
(weg) van de zuidelijke
kust

ver weg zal het
mirakel u vinden

De helikopter vlamde voorbij
landinwaarts zelfverzekerd
materie vernietigend,
tijdbommen bevrijdend
boven leproze landen
bevlekt door honger
& zich klampend aan de wet

Alsjeblieft
toon ons je gehavende hoofd
& dichtgeslibde glimogen
rustig brandend
een gebloemd zijden overhemd
de ogen omrandend, levend
spichtig, op afstand
gedraaide leugens
kom, breng iemand tot rust
in deze levenspoging

reeds verwijfd
latent, leerachtig, los
lomp, losbandig & lusteloos
Zij was een koninkrijk-kraaiend
legioen van valse marcherende
denktank-mannen.

Waar zijn je manieren
daar buiten in de zonovergoten
woestijn
grenzeloze melkwegen van stof
kaktusstekels, zweetparels
bleekstenen, flessen
& roestige auto's, opgeslagen voor omvorming

De nieuwe mens, soldaat van de tijd
koos nauwgezet zijn weg
door de bevolkte ruïnes
van een ooit serieuze stad, nu
lachwekkend geworden met ratten
& de insekten van de vlucht

Hij woont in auto's
raast vruchteloos door
de bevroren scholen
& vindt geen plaats
in schaduwen van gehoorzaamheid

De opzichters zijn tot zwijgen gebracht
de enorme verankerde uitkijktorens
kreperend op het westelijke strand
zo moe van het uitkijken

was er maar één paard over
om mee door het puin te rijden
een hond aan zijn zijde
om de vleesvrouwen te besnuffelen
geketend aan schandpalen

er is geen ruzie meer
in bedden, 's nachts
is zwartheid verbrand
Staar naar de zitkamers van de stad
waar een vrouw danst
in haar Europese japon
op de grote walsen
het zou leuk kunnen zijn
over braak land te heersen

 

II

Cerise palmen
Verschrikkelijke kusten
& meer
& veel meer

Dit weten wij:
dat allen vrij zijn
in de schoolse
tekst der onverzoenlijken

bedrieglijke glimlachen
onvoorstelbare ontberingen werden geleden
door hen die amper bij machte waren
te verdragen

maar alles zal voorbij gaan
vlei je in het groene gras
& lach, & mijmer, & staar
naar haar gladde
gelijkenis
met de huwbare koningin
die naar het schijnt
verliefd is
op de ruiter

Is dat nu niet fragrant
Meneer, is dat geen weten
met een dwarse onbevangen
achterwaartse blik

Nawoord
van de vertaler

 

Jim Morrison werd op 8 december 1943 in Melbourne, Florida geboren. Jim Morrison stierf op 3 juli 1971 in Parijs. Zeventwintig turbulente jaren, waarin Morrison zichzelf tot een legende maakte. Jim Morrison heeft zijn enorme populariteit natuurlijk in eerste instantie te danken aan het sukses dat zijn rock & roll-band, The Doors, kende aan het einde van de zestiger jaren. Een periode waarin de popmuziek haar bestaansrecht afdwong, waarin een andere moraal voor een totale revolutie zorgde, waarbij oude waarden onderuit gehaald werden en een nieuwe kultuur het daglicht zag. Een roerige periode, waarin een alternatieve werkelijkheid ontdekt werd en waarin niets meer vanzelfsprekend was. Jim Morrison was wellicht de meest expliciete uitdrager van de nieuwe moraal, en tegelijk waarschijnlijk ook, gezien de permanente roes waarin hij verkeerde, haar grootste ondermijner; de zelfdestruktie in vlees en bloed.

Morrison groeide op in het Californië van de jaren zestig. Zijn vader was gezagvoerder op een marinefregat en dus altijd afwezig. Zijn moeder was de overheersende ouder, maar Jim vond haar een protektionistische zeur, die hem op de zenuwen werkte. Jim koesterde een diepgewortelde haat, een onvrede die van hem een pesterig ventje maakte, dat er alles aan deed zichzelf volkomen onmogelijk te maken voor zijn omgeving. Na zijn vertrek naar een college in Florida werd duidelijk welke intellektuele bagage Morrison bij zich had, maar tegelijkertijd zocht Morrison zijn toevlucht in de alkohol, waarvan hij zeer grote hoeveelheden weg wist te werken met als enig doel dronken te worden. Op school volgde Jim verschillende colleges, waarvan er twee in het bijzonder later van grote invloed op hem lijken te zijn geweest. Het eerste bestudeerde de kritische, sceptische en revolterende filosofie van mensen als Montaigne, Rousseau, Hume, Sartre, Heidegger en als belangrijkste, Nietzsche. Het tweede college had de massapsychologie tot onderwerp. Grote indruk maakte het werk "Life against Death" van Norman O. Brown, met een thesis waarin wordt gesteld dat de mensheid grotendeels onkennig is van zijn eigen behoeften, vijandig staat tegenover het leven en onbewust in hoge mate zelfdestruktief is. De onderdrukking hiervan heeft niet alleen een individuele neurosis veroorzaakt, maar ook een sociale pathologie, oordeelde Brown. Morrison konkludeerde hieruit, dat massa's net als individuën ook sexuele neuroses kenden en dat die 'genezen' zouden kunnen worden.

Een ander voor Morrison zeer invloedrijk boek was Nietzsches "De Geboorte van de Tragedie", dat handelt over het klassieke konflikt tussen de Apollinaire (realistische) beeldhouwkunst en de Dionysische muzikaliteit of liederlijkheid. Het spreekt vanzelf dat Jim zich identificeerde met Dionysus, die zonder beeltenis was, garant stond voor het zuivere lijden en de primordiale weerklank daarvan; een extase die resulteert in de ontbinding van het individuele bewustzijn tot het oorspronkelijke wezen van het universum. Het Universele Zijn (The Universal Mind). Vooral de stelling van William Blake, 'Als de deuren van de waarneming zouden worden gereinigd, dan zou alles zich in zijn ware vorm aan de mens manifesteren, oneindig", bracht Morrison op de bepalende gedachte dat er een andere, universelere werkelijkheid bestond, dan degene die hij tot dan toe had gekend. Later zou hij het werk van The Doors alsvolgt onder woorden brengen: ""Het is een zoektocht, het openen van de ene deur na de andere. [...] We proberen door te breken naar een schonere, vrijere realiteit. Het is als een purifikatieritueel in alchemistische zin."

Dezelfde visie op de werkelijkheid loopt als een rode draad door Morrisons literaire oeuvre. Wellicht het meest manifest in "The Lords", dat 82 observaties telt omtrent visie en cinematografie en dat in 1964 oorspronkelijk de basis was voor een studienota over filmesthetiek. De verzameling 'notities' is zwaarbeladen met beelden van magie, geweld, sex en dood, waarin Morrison probeert de universele maatschappelijke (oer)ordening te vangen. Hij brengt een scheiding aan tussen spelers en publiek; de akteurs zijn de bemiddelaars tussen de Heren (het universele) en het publiek, dat bestaat uit geïsoleerde voyeurs, gevangenen van hun eigen vacuüm. De akteurs voorzien het publiek van beelden, rekonstrukties van de ongekunstelde werkelijkheid, waarin een objekt slechts zichzelf is, zonder verbanden en niet benoemd. De spelers zijn shamannen, alchemisten, kunstenaars, die het inzicht hebben om het goddelijke om te vormen tot waarneembare beelden.
Door zich met alkohol en drugs onophoudelijk in een roes te werpen hoopte Morrison in een permanente trance te kunnen geraken. Het lijkt hem redelijk gelukt te zijn, gezien de shamanistische impact die hij als rockster had en waarmee hij de massa's in uiterste vervoe ring wist te brengen.
De gedichten in "The New Creatures" geven Morrisons diepgewortelde wanhoop weer. Middels beelden van pijn en dood biedt Morrison een groteske andere visie op de wereld, een sterk op Hieronimus Bosch geënte, nieuwe orde vol moorden, aardbevingen, geslachtsziekten, kwaad, plunderingen en opstanden; een wanhopige beschrijving van de apokalyptische nasleep, een rondrit door het braak land.

Wars van de massahysterie rond zijn persoon besloot Morrison in het voorjaar van 1969 zijn bundels "The Lords" en "The New Creatures" in een beperkte oplage van slechts 100 exemplaren van elk in eigen beheer uit te geven. Om aan te geven dat hij zijn poëzie los wilde blijven zien van zijn muziekkarrière, besloot hij op het omslag zijn eigenlijke naam te gebruiken: James Douglas Morrison. Toen de bundels een jaar later door de grote uitgeverij Simon & Schuster werden samengevoegd was het kommerciële belang zo groot, dat de naam werd terugveranderd in Jim; het werkte: vele tienduizenden exemplaren werden verkocht. Morrison, die zich altijd al in de eerste plaats als dichter had beschouwd, vond eindelijk de erkenning die hij verlangde. Deze erkenning leidde uiteindelijk tot het einde van The Doors en niet veel later tevens tot het einde van Jim Morrison, die ­volgens de officiële gegevens­ in juli 1971 het leven liet in een Parijs appartement.

"Ware poëzie zegt eigenlijk niets, maar streept slechts de mogelijkheden aan. Opent alle deuren. Je kan door iedere deur gaan, die je aanstaat. Hierdoor krijgt poëzie een eeuwigheidswaarde", schreef Jim in een 'zelfinterview'. "Als mijn poëzie dan iets beoogt te bereiken, dan is het de mensen te verlossen van de beperkte manier waarop zij zien en voelen". En over zijn leven: "Laten we maar gewoon zeggen dat ik de grenzen van de werkelijkheid op de proef wilde stellen. Ik was benieuwd te zien wat er zou gebeuren. Gewoon nieuwsgierigheid".

RJ. Rueb, oktober 1990


© vertaling: RJ. Rueb, 1990

Integrale tekst zoals reeds eerder verschenen in gelijknamige bundel,
verschenen bij Uitgeverij Maldoror, Den Haag
onder ISBN-nummer 90 5168 022 8 (NUGI 310).

 

NB. "De Heren. De Nieuwe Schepsels." is niet meer in boekvorm verkrijgbaar.