Kèk mè nâh verscheen voor het eerst in oktober 1985.
De eerste geheel herziene en van een aparte bijlage door RJ. Rueb voorziene druk verscheen in januari 1998.

info

 

Kèk mè nâh

plat en bekakt Haags

 

door Ad van Gaalen en
Frans van den Mosselaar

 

met bijdragen van RJ. Rueb
en illustraties van Marnix Rueb

 

uitgeverij BZZTôH
ISBN 90-5501-354-4

 Flaptekst
(onder verantwoordelijkheid van Bzztôh)

Toen in 1985 het boekje Kèk mè nâh verscheen, genoot het Haagse dialect landelijke populariteit. De heren F. Jacobse en Tedje van Es bleken de voorlopers van een allengs populairder wordende stroming binnen de Nederlandse tal: het plat-Haags.
In Den Haag worden evenwel meer dialecten gesproken; het bekendste daarvan was lange tijd het bekakt Haags, maar ook de oud-Indisch gast en de Scheveninger hanteren een eigen taal. In Kèk mè nâh werden al deze vormen gebundeld.
Van Kooten en De Bie werden opgevolgd door nieuwe helden: door de cabaretier Harry Jekkers en zijn alter ego Harry Klorkestein ('O o De Haag, mooie stad achter de duine') en vooral door de stripfiguur Haagse Harry zijn nieuwe woorden toegevoegd aan de toch al rijke woordenschat.

Het kon dus niet uitblijven dat ook Kèk mè nâh aan de moderne tijd aangepast zou worden. Met deze geactualisseerde en bijgewerkte versie kan ook het Haags de volgende eeuw binnentreden. Naast een aantal noodzakelijke aanpassingen in de tekst is in dit boek ook een, om met Haagse Harry te spreken, 'brùisende woâhdelès' opgenomen. Een aparte bijlage is geschreven door RJ. Rueb, waarin met name de huidige stand van zake van het plat Haags wordt besproken. Daarnaast is een briefwisseling opgenomen van Bart Chabot met een ambtenaar in plat Haags. Bovendien heeft Marnix Rueb voor nieuwe illustraties gezorgd.

Frans van den Mosselaar en Ad van Gaalen zijn in 1984 in Leiden afgestudeerd op plat Haags. Hun studie vormde de basis van dit boekje.