Een bundeltje
Het lezen van een column is in onze beeldcultuur al een heel karwei en dan heb ik het nog niet eens over de vermoeidheid die je overvalt als je er een moet schrijven. Waarom dan in hemelsnaam die columns ook nog eens gebundeld?
Eerlijk gezegd weet ik daar geen goed antwoord op. Ik weet het echt niet. Zoiets gebeurt gewoon. Als je regelmatig dingen schrijft moet er nou eenmaal een boekje van komen. Of je wil of niet. Je hoort er namelijk niet echt bij als je geen boekje hebt. Eigenlijk is het tegenwoordig niet helemaal netjes om geen boekje te hebben en toch regelmatig te schrijven. Dat is net alsof je thuis geen toilet hebt en je toch met enige regelmaat je behoefte doet. Dat is op z'n minst verdacht. En eigenlijk een bewijs van onvermogen.
Een boekje dus. Om achteloos te zeggen: 'Kijk, wij horen erbij. We kunnen meepraten. Wat zegt u? Dat boekje van ons? O, dat is een geweldig succes! Maar toch. Wat hou je eraan over? Vanwege de ongekend hoge verkoopcijfers moesten ze me twee weken na de presentatie van het boekje al indelen in een hogere belastingschaal. En voor niks gaat de zon op. Uren hebben we op 20 november bij boekhandel van Stockum moeten signeren. Nee hoor. Het pad naar de roem gaat beslist niet over rozen'.
Dat soort dingen kan je allemaal zeggen als je een boekje hebt geschreven. Ik moet zeggen dat het niet onaangenaam is om dat soort dingen te zeggen. Ook al zijn ze helemaal niet waar. Gek is dat. Kleine middenstanders klagen altijd. Ook al gaat het ze goed. Schrijvers overdrijven niet zelden hun successen. Ook al verkopen ze voor geen meter. Dat zal wel te maken hebben met de aard van het te verkopen product. En anders wel met de belasting en de uitkerende instanties.
Het boekje van ons columnistenkollektief ziet er prachtig uit. (Zie je wel. Je gaat vanzelf opscheppen als je een boekje hebt). De uitgave leent zich bijzonder goed om het voor de feestdagen aan iemand cadeau te doen. Mooie kleuren op de omslag. Schitterende tekeningen van Jaap Vegter. Hem vroegen we speciaal om voor ons boekje te tekenen omdat er veel Haags is dat ons bindt en dan speciaal de teloorgang van datgene waar we ooit trots op waren. Over de inhoud kan ik kwijt dat het vooral de verhalen van Adriaan Bontebal, Sara Em., RJ. Rueb en Paul Waayers zijn die u moet lezen. Die van mij hebt u als trouwe lezer van de Posthoorn vast al gehad.
Of misschien toch niet. Ja. Dat is waar ook. Dat kan ik nou gelijk toch ook even kwijt. Ik schrijf nu ruim tien jaar iedere week een column. Dat was eerst voor het weekblad NU en later werd dat voor De Posthoorn. In alle gevallen liet hoofdredacteur Willem Buytenweg me mijn gang gaan. Alles mocht. Alles kon. Ik ben hem daar buitengewoon erkentelijk voor. Dat meen ik. Zonder Willem had ik me niet kunnen ontplooien. In een onbewaakt moment lees ik nog wel eens iets uit mijn begintijd. Het schaamrood stijgt me dan naar de kaken. Wie weet wat er over tien jaar gebeurt als ik dit stukje onder ogen krijg.
Maar toch. Heel soms maak ik het te bont. Dan haast Willem zich te verklaren: 'Het is altijd leuk wat je schrijft hoor. Echt. Soms lig ik in een deuk. Het stukje dat je laatst inleverde was ook erg leuk. Tenminste, dat vond ik. Maar ik heb zo het idee dat de lezers daar misschien toch iets anders over denken. Zou je misschien, ik vraag het in alle redelijkheid, een andere column willen schrijven?'.
Geweldige man, die Willem. In tien jaar is dat geloof ik maar twee keer gebeurd. Een keer met de sigaar van Clinton. Ik had me toen in alle ernst bij de sigarenboer vervoegd om een geschikte sigaar voor mevrouw Pasgeld uit te zoeken. En een keer naar aanleiding van een rapport dat ging over de waardering van vrouwen voor hun eigen lichaamsdelen. Toen we het boekje samenstelden zag ik mijn kans schoon en frutselde dat laatste verhaal erin. Het staat op bladzijde 86 en het heet: 'Vrouwen leren het nooit'. U zou dat toch eens moeten lezen. Al was het alleen maar om te bezien of Buytenweg gelijk had.