Daklozen zijn vies

Daklozen zijn vies.
Als er één ding is wat ik in het nieuwe millennium niet meer voor mijn schoot geworpen wil krijgen, dan is het dat wel. Laat gisteren de laatste keer geweest zijn, dat iemand mij een dergelijk ongenuanceerde, wat heet: oerdomme, mening in mijn maag splitst. Daklozen zijn vies.

De mening bleek niet de eerste de beste te zijn toegedaan. De woorden kwamen gisteren tijdens een officiële informele gelegenheid voor gemeente en pers onverbloemd, maar vooral zeer hartgrondig uit de mond rollen van een voorlichtster van de gemeente Den Haag. Daklozen zijn vies. Rechtstreeks in het gezicht van de voltallige hoofdredactie van Haags Straatnieuws. Daklozen zijn vies.

Natuurlijk is iedereen zijn eigen mening toegedaan. En natuurlijk mag dat. Er is in deze maatschappij maar één ding dat je niet mag zeggen en dat heeft te maken met joden, gaskamers, nazi's en 40-45. Het laatste taboe van de vrijheid van meningsuiting. Als ik hier voor deze verzamelde gemeente zou zeggen dat joden vies zijn, dan zou ik ter plekke gelyncht worden. Gelukkig heb ik bij mijn geboorte een paar hersens meegekregen, waardoor ik het wel uit mijn hoofd laat te zeggen dat joden vies zijn. Sterker nog: de aandrang om te zeggen dat joden vies zijn ontbreekt mij geheel. Misschien dat dat over een maand, als ik terug ben van een vakantie in Israel heel anders ligt, maar dan spreek ik uit eigen ervaring en dan mag het wel. Maar nee, joden zijn vies, dat hoor je mij niet denken.

Maar wat als ik zou zeggen: daklozen zijn vies. Mag dat wel? Natuurlijk mag dat niet. Dat heeft niets met vrijheid van meningsuiting te maken. Maar wel alles met realiteitszin. Ik zal de laatste zijn om te ontkennen dat er onder de daklozen hele vieze mensen rondlopen. Sommigen zijn te vies om vast te pakken. Maar het blijven mensen, mensen zonder douche. En het zijn er maar een paar. Bovendien heb ik een buurman in mijn keurige buurtje, die ik ook liever niet onder zijn oksels ruik. Maar om nou te zeggen dat alle buren vies zijn

In de twee jaar dat ik inmiddels als maker van de Haagse straatkrant met het daklozencircuit te maken heb, is er één ding dat alleen maar groter is geworden: mijn respect voor de daklozen. Respect, geen medelijden; althans niet altijd. Daklozen zijn niet zielig, ze hebben alleen de volle lading shit over zich heen gekregen. De hele maatschappelijke gierput. Dat sommigen die stront niet van zich hebben weten af te wassen is betreurenswaardig en absoluut een maatschappelijk minpuntje. Het zij zo, helaas.

Daklozen zijn vies. Het zit al een dag en een nacht in mijn hoofd. Een voorlichtster van de gemeente die het uit haar tenen liet komen: daklozen zijn vies. Onze monden vielen open. Verbazing. Ontzetting. Meende ze dit nu? Ze zei het keer na keer: daklozen zijn vies. Ze daagde ons uit: toon maar aan dat het niet zo is. Toon het maar aan. Was dat niet juist waar we al jaren mee bezig zijn? Met aan te tonen dat daklozen niet vies zijn. Dat het mensen zijn met een gezicht en alle pech van de wereld. Dat is de achterliggende opzet van de straatkrant. Dat ongenuanceerde beeld van de onwetendheid wegpoetsen. De mensen losweken van een domme vooringenomenheid. Had deze voorlichtster wel eens de straatkrant gelezen? vroegen we haar. Nee, zei ze. Waarom dan niet? Waarom had zij hem nog nooit gekocht. Bij een dakloze?! Daklozen zijn vies.

De gemeente heeft zich inmiddels nadrukkelijk gedistantieerd van de uitlatingen van haar medewerkster. Ook de betreffende voorlichtster voelde de bui hangen en heeft haar excuus aangeboden. Maar ze heeft het gedácht: daklozen zijn vies.

Helaas is het onmogelijk een kip zonder kop de ogen te openen.

 

Column gepubliceerd in Haags Straatnieuws (www.haagsstraatnieuws.nl)


Gepubliceerd in Haags Straatnieuws, december 1999
Uitgesproken tijdens Daklozendag, Nieuwe Kerk Den Haag, 18 november 1999

© RJ. Rueb