Onvoltooide worsteling

Wat ik me van mijn eerste bezoeken aan het Haags Gemeentemuseum herinner zijn twee dingen. Enorme lichtbakken met zoemende en flikkerende TL's en kinderzitjes in de vorm van diabolo's. We waren met de klas, we waren met zijn veertigen en allemaal zeulden wij onze helblauwe diabolo-zitjes door de lange gangen, van schilderij naar schilderij.

TL-bakken en diabolo-zitjes. Het waren de meest dynamische zaken in het museum. De rest was dood. De kunstwerken hingen levenloos aan de wanden. De suppoosten kleurden grijsbleek mee met de muur. Het parket kraakte zoals alleen dood hout kan kraken. De stilte was verzengend. Het museum was een kunstmatige omgeving, waarin we ons een weg baanden. Slechts een verpakking, waarin TL-balken de binnenkant zichtbaar maakten en waar de diabolo-zitjes het enige tastbare waren. Van de rest moesten we met onze kindertengels afblijven.

De belangrijkste kunst is kunst die niet af is, hoorde ik laatst de museumdirecteur kwaken. Het laat de worsteling van de kunstenaar met de materie zien, voegde hij er verklarenderwijs aan toe. Den Haag trapte erin en betaalde grif tachtig miljoen voor deze worsteling. Maar over Mondriaan wil ik het niet hebben. En over Den Haag al helemaal niet. Over Rijswijk evenmin, maar dat spreekt voor zich. Eigenlijk wil ik het ook niet over kunst hebben.

Maar toch zet het te denken. Is kunst het meeste waard als het voltooid of onvoltooid is? Welbeschouwd is kunst hartstikke dood als het af is. Uitgeworsteld. Het hangt aan de muur en doet niets. Hooguit bekoort het wat. Zoals ook een bosje droogbloemen of een opgezette eekhoorn kunnen bekoren.

Worstelen is een onvoltooid principe. Als iemand niet meer worstelt is hij in aktieve zin geen worstelaar meer. De onvoltooidheid levert de dynamiek. Worstelen is een proces. Een overwinning in wording. Een schepping in aktie. Een chaos die zich ordent terwijl u wacht.

Ook een column is kunst. Een column die geen einde heeft is niet af. Of je hem nu schrijft, leest of voorgedragen hoort, een column is pas af als de laatste punt voorbij is gekomen. De laatste punt is essentieel en maakt de tekst tot een geheel. Een aantal volzinnen waarvan er één de eerste en één de laatste is heeft nu eenmaal impliciet een kop en een staart. Tot die laatste punt is het worstelen. Worstelen met een gedachte.

Maar wat als die laatste punt ontbreekt? Is de column dan af of niet? Is de column net als andere kunstwerken ook in onvoltooide vorm kunst?

Veel kunstenaars boeren goed met onafgemaakt werk. Symfonieën die hun laatste noot niet kennen. Schilderijen die hun laatste lik verf ontberen. Het doet de vraag rijzen wat het laatste werk van de kunstenaar eigenlijk is: het laatste voltooide of het laatste onvoltooide?

Is kunst kunst als het af is of is het ook al kunst als de kunstenaar nog worstelt en het kunstwerk nog in wording is, ja zelfs als het nooit af komt? En als iets niet af is, waarom is het dan toch zo waardevol? Waarom staan er allemaal vraagtekens in een column die het over kunst wil hebben? Wil deze column het wel over kunst hebben? Of is deze column kunst? Een worsteling?

Is een column af voordat de laatste punt gezet is? Wordt hij er béter van als de laatste punt gezet is? Moeten de eerste en de laatste zin na de eerste ruwe schets met elkaar verbonden worden, zodat alle tussenliggende zinnen in een logische volgorde tot een geheel worden gemaakt? Wat als daarvoor de tijd ontbrak? Wat als de worstelaar ten onder ging? Wat als een column nergens over gaat, omdat hij nog niet af is en wellicht nooit af zal komen? Wat als de laatste punt uitblijft? Wat als deze column mijn laatste is en ik die laatste punt nooit meer zal

 

Uitgesproken t.g.v. jaarfeest Rijswijkse Kunstenaarsvereniging Arti-Shock, november 1998

Niet gepubliceerd

© RJ. Rueb