Het voetbal

Morgen begint het. Het voetbal. Tenminste, morgen begint het échte voetbal, waarbij het ergens om gaat. Waarom het gaat is me niet geheel duidelijk, maar dat het morgen begint is zo klaar als wat. Tenminste, dat geldt voor mij en dan alleen maar op het moment dat ik dit schrijf. Want op het moment dat een ander of ikzelf dit leest is het voetbal al volop bezig. Of allang weer afgelopen (houdt het dan ooit nog op?). Dat heeft alles te maken met de tijd. Tijd verstrijkt nu eenmaal zo af en toe. Vaker dan je denkt is iets alweer voorbij voordat je beseft dat het begonnen is. Met voetbal ligt dat anders. Voetbal gaat niet onopgemerkt aan je voorbij. Dat het voetbal gaat beginnen wordt luid en duidelijk gecommuniceerd. Dat het voetbal bezig is hoor je aan de opgewonden geluiden om je heen. Als het voetbal afgelopen is zal het weer stil zijn. Het voetbal heeft veel te maken met de kleur oranje. Dat komt omdat die kleur iets met mijn omgeving te maken heeft. Het is een kleur die appelleert aan een wij-gevoel. Dat wij aan het voetballen zijn. Oranje is een mooie kleur. Sinaasappelen zijn oranje. De zon is soms oranje. De Hari Krishna en de Baghwan zijn oranje. De koningin is oranje. Verder is er niet zo gek veel oranje. Een voetbal bijvoorbeeld is slechts heel zelden oranje. Toch is voetbal en oranje als twee handen op een buik. Wie voetbal zegt praat oranje. Omdat het voetbal is kleurt er ook een heleboel opeens oranje, dat normaal gesproken niet oranje is. Cafés en winkeletalages worden oranje. Auto's worden oranje. Vlaggen worden oranje. Hele straten worden oranje. Dat heeft er niets mee te maken dat oranje een mooie kleur is. Dat heeft met voetbal te maken. Dat voetbal oranje is. Daar is niets mis mee. Ook ik ben namelijk oranje. Mijn huis is oranje. Mijn auto is oranje. Mijn soep en mijn vla zijn oranje. De glacé op mijn tompouce is oranje. De klaprozen in mijn tuin zijn oranje. Mijn broek is oranje, net als mijn petje en mijn tennisschoenen. En omdat het voetbal is is ook mijn vriendin oranje, net als de baby in haar buik. En de poes van de buren is oranje. Mijn zolder is ook oranje. Mijn computer is oranje. Maar mijn fax is zwart. Die houdt niet zo van voetbal. En gelijk heeft hij. Mijn fax is namelijk niet zo sportief. Ik wel. Ik kijk graag naar voetbal. Ik zet er zelfs de fax voor uit. En de telefoon, hoewel die weer wel oranje is. Had ik al gezegd dat ook de trekhaakdop van mijn caravan oranje is? En de ruiten van mijn weekendhuisje? Die zijn namelijk ook oranje, net als het dorp waar hij in staat en de gehele provincie daaromheen. Alles is namelijk oranje. Het hele land is oranje. De vliegtuigen die eruit opstijgen zijn oranje en ook de passagiers die meevliegen. Zelfs de zonnebril van de piloot is oranje. En uitvarende schepen, die zijn ook oranje. Zelfs de opstijgende CO2's zijn oranje, net als het afreizende radioactieve afval. Het gat in de ozonlaag is uiteraard ook oranje en dat ziet er meteen een stuk beter uit. Zo'n gat steekt anders maar zo af, nietwaar. De allochtonen, ja daar ontkom je natuurlijk niet aan. Omwille van de integratie zijn die voor de gelegenheid ook oranje. Het winkelende publiek niet te vergeten, zo oranje als wat. De prinsen en prinsessen, ja zelfs de prostaat van Claus is oranje. Mijn baardhaar, mijn plas, de zweetdruppels in mijn oksels. Oranje. De kassen van het Westland, de te annexeren buitengewesten. Allemaal oranje. Oranje Oranje Oranje. Eén pot nat. Oranje nat. Oranjebitter.

Tegen de tijd dat een ander of ikzelf deze column lezen zal de wereld er hopelijk kleurrijker uitzien. Tijd verstrijkt nu eenmaal zo af en toe en gaandeweg heelt hij alle wonden. Met oranje hechtpleistertjes.

 

Gepubliceerd in Circuit, jul 1998

© RJ. Rueb