Oorlog

Eén van de leukste TV-programma's van het jaar was verleden maand weer te zien: de bel. Ieder jaar kan je je horloge erop gelijk zetten. Vier mei, acht uur. Stilte. Waarom vind ik juist dat programma zo fijn om te bekijken? Omdat er tijdens die show iets unieks gebeurt. Het zijn de enige twee minuten in het jaar waarop mijn vriendin haar mond dichthoudt als ik naar de TV kijk. Er heerst dan stilte bij de buis. Serene rust. Alleen haar ademtocht is hoorbaar. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ik in die stilte nog altijd de moffen dankbaar ben voor hun wreedheid. Die duizenden brave landgenoten zijn destijds niet voor niets gestorven. Ik gedenk hen met een vreedzaam hart.

De oorlog. Als er iets herdacht moet worden is het wel de oorlog. Niets is indrukwekkender dan de oorlog. Waarom? Omdat de oorlog synoniem is aan de dood. Het brengt de dood dichterbij, maakt het voelbaar, maakt het aanvaardbaar, geeft het een reden. De dood is het grootste mysterie in het leven en openbaart zich aan vele (on)gelukkigen. Het slot van een leven geeft het antwoord op het raadsel. Zij die ons voorgingen weten het: of er leven na de dood is. Zij wel, wij niet. Wij moeten ons nog dag in en dag uit zinledig houden met de hamvraag van het leven. Waartoe zijn wij op aard en is dat al met al eigenlijk wel een fuck waard. De oorlog maakt voor velen aan die onzekerheid een eind. En wij, de achterblijvers, de gelukkigen, de mazzelaars, wij mogen daar best wel even stil van worden. Er is al genoeg rumoer op aarde.

Is het daarom dat oorlog zo fascinerend is? Dat er fikse happen van het Nationaal Produkt in worden geïnvesteerd. Dat er kilometers film aan worden gespendeerd. Dat er drukbezochte landmachtdagen zijn. Waarom vergapen wij ons toch aan oorlog en geweld? Waarom is een film waarin geen lijken vallen eigenlijk niet boeiend. Dood is aktie en aktie is ver te zoeken in het bestaan van de ordinaire sterveling. Gerrit Komrij kijkt er graag voor naar de TV. "Ik ben de hele dag al bezig met cultuur; dan is het minste wat ik 's avonds wil een paar lekkere doden zien vallen," zo liet hij de natie onlangs weten vanaf de schoot van Paul de Leeuw. Ik ontkom er niet aan. Het is waar. Een uit elkaar spattend hoofd is misschien wel het mooiste wat er is. Fraaie special effect, roep ik dan uit. Ik bedoel: het was net echt. Good acting! Goed doen alsof. Erg realisties.

Zo rond vier en vijf mei geeft de Nederlandse TV altijd ruim baan aan de Nederlandse Speelfilm. Dit jaar mocht De Aanslag het bij SBS Sex proberen. Goed boek, zo wist ik nog van mijn leeslijstje en omdat ik de film in al die jaren nog nooit uit had gezien besloot ik mijn maandagavond ervoor op te offeren. Dom. Oerdom. Hoe die film ooit een Oscar heeft kunnen winnen is mij een raadsel. Al mijn vooroordelen ten aanzien van de Nederlandse Speelfilm werden in de drie uur dat de film duurt bevestigd. Nederlanders kunnen niet akteren, geen dialogen schrijven, geen spanningsboog opbouwen, geen logische sequenties maken en niet na-synchroniseren. Om budgettaire redenen mocht Monique van der Ven twee hoofdrollen spelen, kan je nagaan wat een armoede. Enig hoogtepunt van de film was Johnny Kraaykamp. Maar een komische noot in een dramatisch verhaal staat als een vlag op een strontschuit. Mijn god, wat hunkerde ik naar een cameo van Rijk de Gooyer. Koot en Bie deden ooit een parodie op Soldaat van Oranje waarin Rijk de Gooyer alle Duitsers speelde. Tien minuten klasse TV. Een film te ver. Rijk de Gooyer landde massaal op het Scheveningse strand. Budget: 2000 gulden en een worst van de slager die dienst deed als 'special effect' voor De Gooyer's ingewanden. Akteren is doen alsof. Leren ze dat nou echt? Dat je een goed acteur bent als je laat zien dat je doet alsof.

Over doen alsof gesproken. Landingen op het Scheveningse strand zijn ons gedurende de gehele oorlog bespaard gebleven. Gedurende alle oorlogen waarin Nederland of de kanninefaten verwikkeld waren overigens. Alleen wilde er af en toe nog wel eens een potvis of een illegaal zendschip aanspoelen. Scheveningen is gewoon niet erg uitnodigend als landingsplaats. Althans dat dacht ik tot voor kort. Dat viel dus vies tegen. Op zes juni aanstaande ­ D-Day notabene (is dan niets meer heilig) ­ oefent de komplete Nederlandse marine namelijk een invasie op het Scheveningse strand. Vijand of geen vijand, het maakt niet uit. Gooi open die brakken en gaan met die banaan. Kanonnen zullen de kust bestoken, vaartuigen rammen het zand op, tot op de tanden bewapende GI's nemen bezit van iedere zandkorrel, terwijl over hun hoofden hypermodern vliegend materieel nadrukkelijk aanwezig zal zijn. Den Haag bestaat namelijk 750 jaar en dat is aanleiding genoeg voor een lekkere oorlog. Wie door de stad loopt weet overigens dat die allesvernietigende invasie reeds twee jaar geleden plaatsvond. Een paar hoogdravende stadsführers gaven das Befehl en de spade groef zich niets ontziend een diepe, onvaste greppel door het hart van de stad. Een gat van vijf miljard, zo noemen ze het.

Een invasie op D-Day op de kust van een feestvierende stad. Dat is verrassend. Dat is laf. Is er dan helemaal geen respekt meer. Om te oefenen op essentiële onderdelen van het militaire functioneren. Budget: een slordige zes miljoen. Zo weet ik er nog wel een: wat als we volgend jaar nou, op 4 mei, op de Waalsdorpervlakte, ter gelegenheid van het 751 jarig bestaan van Den Haag, eens een lekkere oefening zouden organiseren in het fussileren, ook essentieel voor een goed functionerend leger. Zou dat geen publieksspektakel opleveren? Wie we daarvoor zouden moeten nemen? Wat dacht je van onze eigen Haagse oorlogsmisdadigers. We hebben er inmiddels zat in de Scheveningse gevangenis zitten.

Er is geen verstandig mens op aarde die ooit een invasiemacht op zijn eigen strand zal laten landen. Den Haag is verstandelijk gehandicapt, zo blijkt maar weer.

 

Gepubliceerd in Circuit, juni 1998

© RJ. Rueb