"De vreugde van het niet-stemmen"

De Grootste Familie van Nederland

Al jaren behoor ik tot de Grootste Familie van Nederland, waar het op stemmen aankomt. Of liever: op niet-stemmen, want de keren dat ik een gang heb gemaakt naar het stemlokaal zijn op de vinger van één hand te tellen. Een hand die bovendien meerdere malen met vuurwerk gestunt heeft. Precies één keer heb ik me met het biljet aan de trommelgleuf vervoegd. Dat was vooral te wijten aan de nietsverhullende verkiezingsposter van de PSP, die mij diep in mijn prille adolescentie trof. Terwijl vanaf de rest van het politieke promotiemateriaal stroef grimlachende calvinisten de kiezer opriepen iets met hun nummertje te doen, gooide de pacifisten ­ontwapenend als altijd­ de voloptuositeit van een uitbundig vrouwspersoon in de strijd. Amper 18 was ik en het beeld van de volnaakte nimf die wulps tegen een a-sexuele koe stond aangeleund deed zijn werk naar behoren: het lokte mij naar de stembus, waar ik met beverige hand op zoek ging naar het juiste hokje om deze juffrouw met mijn voorkeurstem te strelen. Want zo'n juffrouw in de bankjes van de Tweede Kamer plaats laten nemen was wat mij betreft garantie genoeg voor wat politiek vuurwerk in de komende jaren. Helaas kon ik op het biljet nergens het juiste hokje vinden. Er stonden slechts kolommen met namen van mensen die ik niet kende en waarop ik dus nooit met volle overgave zou kunnen stemmen. Ik ben namelijk zo wantrouwig als de ziekte, zeker waar het politici aangaat. Ten einde raad besloot ik onderaan het formulier een extra regeltje toe te voegen: 'de blote boerin' schreef ik en brak vervolgens de punt van het rode potlood, terwijl ik haar hokje met mijn hunkerende kruis wilde vullen. Ik heb haar daarna nooit meer teruggezien. Mijn stem telde blijkbaar niet zo zwaar.

Sinds die tijd is niemand er meer in geslaagd mij in loze leuzen te kunnen vangen. Gaandeweg bouwde ik er zelfs een filosofie over op. In essentie komt deze hierop neer: als ik niet stem, dan ben ik niet medeplichtig; dan ga ik vrijuit als de Grote Afrekening komt. Wie geen deelgenoot is in de macht en deze niet erkent, zal de macht weerstaan. Wie de macht weerstaat geniet onbevangen vrijheid. Het geeft mij het recht te kankeren op het bestel, het systeem en alle betrokkenen. Het geeft mij de mogelijkheid erboven te staan en het gemodder met lede ogen aan te zien. Aan mij heeft het niet gelegen. Ik ben niet verantwoordelijk voor al dat malverserend gemarchandeer en arrogante machtsvertoon. Dat is een lekker gevoel, neem dat van me aan.

Waarop stem je als je stemt? Ook zo'n vraag. Stel, je bent een voortvarende tomatenkweker en je stemt op een partij die zegt goed te zijn voor de tomatenbranche. Zo is er nog een zootje tomatenkwekers, die hetzelfde doen. Tomatenkwekers zijn nu eenmaal een kuddevolk. De Tomaten Partij (TP) krijgt op die manier een hele tas vol stemmen en het daarmee voor het zeggen. Alleen ze zullen het nooit alleen voor het zeggen krijgen, simpelweg omdat tomatenkwekers in Nederland nog altijd een minderheid vormen. Dus zoeken ze kontakt met de partij die veel stemmen onder de biologisch-dynamische kabouters heeft geworven. Samen zullen ze wel even de dienst gaan uitmaken. Ja ho eens! Dat gaat zomaar niet. Want de Biologisch-Dynamische Kabouter Partij (BDKP) eist wel dat de TP alleen nog maar BD-verantwoorde trostomaten op de markt zet. De TP stemt hier gretig mee in, want macht is niet iets wat je even aan je neus voorbij laat gaan natuurlijk. Daarbij zijn de stemmen toch al binnen en over vier jaar is iedereen het weer vergeten. Daar sta je dan als kweker van sufbespoten kastomaten. Dan vraag je je af: heb ik er wel goed aan gedaan te stemmen op deze partij? Wat ben ik er persoonlijk mee opgeschoten? Geen fuck dus! Macht corrumpeert, zoveel is duidelijk. Wie zich daar bij neer wil leggen, gaat gerust stemmen. Wie daar problemen mee heeft blijft beter thuis.

En dan kom ik toch weer op de Grootste Familie van Nederland. Ruim 40% van alle stemgerechtigden blijft ­om welke reden dan ook­ thuis bij de verkiezingen. De partij van niet-stemmers (PNS) is een groep die door het huidige systeem zwaar wordt gediscrimineerd. Door wie? Door de partijen die hun bestaansrecht slechts ontlenen aan het wél-stemmen. Wanneer je het democratische basisprincipe onbezoedeld zou laten zegevieren dan zouden er eigenlijk na iedere verkiezing zo'n 60 kamerzetels leeg moeten blijven. In de gemeenteraad zou dat percentage zeker ook gehaald worden. Als deze mogelijkheid wordt benut, dan heeft de zwijgende meerderheid het over vier jaar voor het zeggen in Nederland. En iedereen weet: stemmen is zilver, maar zwijgen is goud. Laat ik dus nu maar snel weer mijn bek houden.

Zodra zich een partij aandient die zich niet wenst te compromitteren en die het voor de volle 100% met mijn ideeën eens is, dan zal je mij weer in het stemhokje kunnen aantreffen. Zeker wanneer deze partij het vuile werk door blote dames laat opknappen.


Gepubliceerd in De Posthoorn t.g.v. verkiezingen 1998 (mei)

© RJ. Rueb