Pinksteren

'Zondagmiddag moet je op een vreedzame boot iets zeggen over Pinksteren', werd me verleden week verteld. Leuk, zei ik spontaan. Over Pinksteren wil ik wel wat zeggen. Het was hoogmoed. Als een bezetene achtervolgde mijn grootspraak me dagenlang.

Pinksteren. Who the fuck weet tegenwoordig nog wat Pinksteren is?
De Joden? Die kennen het als het wekenfeest. Het feest voor weken. Weekdieren. Amoebes. Feest voor kale dansende amoebes. Gabbers. Hagenezen. Feest voor Hagenezen. Annexatiedrift gevoed door eigen zwakte. Bravoure en borstklopperij. Oorlog op het strand. Feest voor weken. Nee, dat kan Pinksteren niet zijn.

Maar wat is Pinksteren wel? De geboorte van de kerk en het uitdragen van de Geest door de nakomelingen van de Messias?
Yés! De geboorte van het leugentje om bestwil. De geboorte van de onderdrukking. De geboorte van de mores voor de massa. Het fossiel van de jaren negentig, dat schittert door afwezigheid.

Pinksteren is het feest van de christenen. Met Pinksteren gedenken we hoe wij in het hier en nu zijn aanbeland en zijn zoals wij door de eeuwen heen gevormd zijn. Misvormd zijn. Wat is er nog over van de christelijke leer? Twee millennia heeft de kerk zijn ijzeren vuist rond het strottenhoofd van de mensheid kunnen knellen. De kudde in het gareel kunnen houden met een dreigende, zwerende vinger naar de likkende liefkozing van de uitnodigende vlammen van het vagevuur.

Met het huidige wegkwijnen van de christenen uit de logeplaatsen van de maatschappij is de omwenteling een realiteit aan het worden. De huidige formatie spreekt van homohuwelijken met een hoeksteenachtige allure, van legalisering van zelfmoord - al dan niet met hulp. De laatste druppeltjes christendemagogie sijpelen weg door de weke drab van ons bestaan. We zijn weer aan de heidenen overgeleverd. De dorstige demonen. Hel ende verdoemenis. Wij zijn ten dode opgeschreven!

Doet Pinksteren er dan nog wel toe? Moeten we het feest vieren van de geboorte van de kerk? Of kunnen we deze vrije dag voortaan gewoon óók als koopzondag annexeren. Heb uw naasten lief? Weg ermee. Annexeer uw naasten en dring ze een tramtunnel op. Hol ze uit. Spies ze.

Eergisternacht werd me ingefluisterd: het is morgen Pinksteren. Ik schrok wakker. Als het morgen Pinksteren is, dan is het vandaag...
Ik schoot mijn bed en de deur uit. Als een bezetene stoof ik de straat op. De kerosine bonkte in mijn aderen. Ik was explosief en daadkrachtig. Ik was ongeremd en onstuitbaar. Ik schopte een vuilniszak open, die een asociale buurman drie dagen te vroeg had buitengezet. Volgescheten luiers waaierden als tissues uit een snotterdoos over de stoeptegels. De minutieus afgewerkte rozenstruiken van de straatsjagrijn knakten gezapig onder mijn schoenzolen. De ene na de andere drukbel moest het ontgelden terwijl ik langs de deuren holde. Ik verbrijzelde met een welgemikte worp de ruiten van de patser op nummer 9. Wellustig gabberend als een in speed gedrenkte skinhead beukte ik spiegel na spiegel van de zo braaf langs de trottoirband geparkeerde auto's. Een lantaarnpaal ging uit als een nachtkaars na een ferme schop tegen zijn onderstel; het lampje legde het loodje en lazerde op de grond in stukken. Een op prooi jagende zwerfkat kon zijn confrontatie met mijn uitzinnigheid niet navertellen. Ik liep me het vuur uit de sloffen en achter mij laaiden metershoge vlammen op.
Disaster is here!
Hel ende verdoemenis!
Ik drijf de demonen uit.
Ik ben de exorcist.
Your mother sucks socks in hell!

Who the fuck weet nog wat Luilak is. Luilakken. Vergane folklore. Het uitdrijven van de kwade geesten. Vuren stoken om hen te ontrieven. Luilakken is catharsis. De zelfreinigende bakoven van de christelijke verworvenheden. Luilakken is de dag dat het mag. De mensheid moet wakker worden getrashed, het is de enige manier om van die vervloekte demonen af te komen. Het is de enige manier nog om de mensen te duiden op de gevaren van degeneratie en op het wegkwijnen van de Geest. Christenen aller landen, weest geen luilak. De straten op moeten we om ons van de kwelgeest der ontkerkelijking te ontdoen.

Wie op de zaterdagochtend voor Pinksteren het laatste wakker is, die is een LUILAK!
Hallo! Slaapt gij nog?
Luilakken.
Wat een nachtmerrie.

 

Uitgesproken t.g.v. Pinsterprogramma Radio West, mei 1998

© RJ. Rueb