Lawaai op het Malieveld

Wat zal het zijn? Zes jaar, misschien alweer acht jaar geleden? De gemeente Den Haag had een vergunning afgegeven voor een multikultureel evenement op het Malieveld. Het zou een feest worden, zo speldden de organisatoren de ambtenaren op de mouw. Een gezellige bijeenkomst met een gemêleerd publiek waar ongedwongen gedanst zou worden op verkwikkende muziek.

Al vroeg in de avond kwamen de eerste telefoontjes bij de politie binnen. Wat was toch dat geluid dat de bewoners van het altijd zo intens rustige Benoordenhout gewaar werden? Waarom schudden hun grondvesten zo plots deze avond? "Een multikultureel dansfeestje op het Malieveld," was het eerlijke en oprechte antwoord van de dienstdoende baliemedewerker van de gendarmerie. "Dat mag vanavond, want er is een vergunning voor afgegeven."

Iets later op de avond ging de telefoon in de burgemeesterswoning. De toenmalige burgervader Ad H. had zojuist zijn gestreepte pyamaatje dichtgeknoopt en het lampje op zijn nachtkastje uitgeknipt. "Potverdorie," mompelde hij tegen zijn vrouw Greetje, toen hij zijn zojuist ingezette slaapje bruut verstoord zag worden door het aanhoudende gerinkel.

"Ja?," antwoordde hij enigszins verbolgen. "Wie wekt mij? Het bleek een vage bekende te zijn. Eén van Ad's zogenaamde vrienden uit de betere buurten. Wat zeg je? Je hóórt wat? Waar jij woont? Maar dat kan toch niet. Ga nu maar rustig slapen, het gaat zo wel over."

De brave burgemeester ontdeed zich van zijn kamerjas, glipte uit zijn slippers en kroop weer terug in zijn warme bed. Hij keerde net terug in zijn mooie droom toen opeens wéér de telefoon begon te rinkelen. "Potverdorie nog an toe. Daar gaat alweer die telefoon," sprak de goede man aangebrand en hij slipte weer zijn pantoffels in en pakte zijn kamerjas.
"Hallo? Wat zeg je? Lawaai in het Benoordenhout? Dat kan toch niet waar zijn? Dat hebben we sinds het bombardement op het Bezuidenhout niet meer meegemaakt! Ik zal meteen poolshoogte nemen, hoor."

Zo gezegd, zo gedaan. De burgemeester draaide het nummer van de politie en vroeg wat er aan de hand was. De dienstdoende baliemedewerker van de gendarmerie sprong overeind toen hij de korpschefs stem hoorde. "Ja m'neer. Er is een feestje aan de gang op het Malieveld. Maar dat mag hoor, want ze hebben een vergunning."
"O," zei de burgemeester. "Dan is het goed. Nou, welterusten dan maar weer."
"Welterusten burgemeester," antwoordde de plichtsgetrouwe baliemedewerker.

De burgemeester deed zijn kamerjas weer uit en schoof zijn pantoffels onder het bed. Hij kroop lekker dicht tegen zijn Greet aan en viel in een diepe, welverdiende slaap. Maar niet voor lang, want ­tring!­ daar ging alweer de telefoon. "Gretverderrie!," gromde de burgemeester en hij verliet opnieuw de echtelijke sponde.
"Ja! Wat nu weer?" beet hij de telefoonhoorn toe. Het was alweer een bekende uit het Benoordenhout. "Wat? Kunt u niet slapen van dat gedreun? Ik ken dat gevoel. Ik ga er meteen werk van maken! Goedenavond."

De dienstdoende baliemedewerker kreeg niet de tijd om zijn telefoonbegroeting geheel uit te spreken. "En nu is het afgelopen!" bulderde de burgervader. "Maak er een eind aan. Onmiddellijk. Het is helemaal geen multikultureel feest daar op het Malieveld. Het is een ordinaire houseparty. Trek die vergunning direkt in en grendel te zaak daar af. Keiharde muziek op het Malieveld. Hoe halen ze het in hun hoofd!" Teruggekeerd in bed kon de geïrriteerde burgemeester de slaap niet meer vatten. 'Weet je wat ik doe?' dacht hij hardop. 'Ik ga ze per decreet verbieden, die jongerenfeesten. En dan voeg ik daaraan toe dat het voortaan stil moet zijn in Den Haag. Ik heb mijn slaap veel te hard nodig. Laat ze dat lekker in Amsterdam of Rotterdam gaan doen, die herrie in de openbare ruimte.' Tevreden tuimelde de burgemeester in een diepe, diepe slaap. Voortaan zou het stil zijn in Den Haag.

Het is 1998. Den Haag viert feest, want de gemeente vind dat de stad 750 jaar bestaat. Een wat willekeurige vondst, maar een feest leidt de aandacht tenminste wat af van de puinhopen in de stad. Een multikultureel feest moet het worden, want de stad is van iedereen. Er is wat dans, wat theater, wat klassieke muziek. En er moet ook wat popmuziek zijn. Daar rinkelt plots de telefoon op het kantoor van de nieuwe burgemeester Willem D.
"Hallo. Dag meneer Mojo! Wat zegt u? Of wij een vergunning willen afgeven voor een feestje op het Malieveld? Met de Rolling Stones? Is dat housemuziek? Nee? Nou dan is het geen probleem." Tevreden huppelt de burgemeester naar het kantoor van wethouder Barbie. "De Rolling Stones willen op het Malieveld spelen. Ik heb gezegd dat het goed is. Ach toe, wees eens lief. Regel jij dat even met die lui van de kermis. Dat die ergens anders gaan staan dit jaar."

De Rolling Stones komen! De Rolling Stones komen! Het nieuws verspreidt zich snel door de stad. Ook in het Benoordenhout dringt het door. De Rolling Stones? Bij ons in de buurt? Potverdikke. Zandzakken veur de deur! Moeten we ons niet bijverzekeren. Wat voor effekt zal het hebben op de prijs van onze woningen? Kan het nou niet één keertje stil zijn in de stad. Wat is het telefoonnummer van de burgemeester?
Zal het weer zo'n vaart lopen en zal dit optreden leiden tot een algeheel verbod van rock 'n roll in de openbare ruimte? Het Benoordenhout speelt niet zelden een bepalende rol in de Haagse kulturele wereld tenslotte.
The Rolling Stones in Den Haag. What else is new? Iedereen wil de Stones toch wel op zijn verjaardagsfeestje.

 

Gepubliceerd in Circuit, mei 1998

© RJ. Rueb