Paars 1

Je hebt zo van die dagen dat je denkt: gut, ik ben geil. En dat er niet zo snel iets voor handen is om dat gevoel op bot te vieren. De bobbel in de broek is ook nog niet van dien omvang dat je de riem vast los kunt knopen om de boel met woeste fantasie te lijf te gaan, maar toch je bent geil. En je wilt wat. Plots zie je de oplossing. De telefoon! Je bladert wat door de kranten en hop daar is het. 'Hoogbejaarde vrouw (18 jaar) komt over u heen!' Het is te mooi om waar te zijn.

Ik toets de lange reeks getallen en een collega-bejaarde vertelt mij hakke-lend hoeveel deze boodschappendienst mij gaat kosten. Mevrouw, u is te vriende-lijk. Na voor het nodige schakelwerk een ontelbare aantal malen op cijfers en hekjes te hebben gedrukt begint het avontuur dan eindelijk. Een quasi-hese vrouwenstem met een afgrijselijk Rotterdams accent legt mij uit dat zij voor álles in is.

Doe het mij dan maar op zijn hondjes, zeg ik. Met de poot omhoog! Maar voordat ik mijn bestelling had kunnen uitspreken had zij op eigen initiatief al voor een andere optie gekozen. Ze vertelt me tussen neus en lippen door mijn broek te hebben losgegespt.

Mevrouw, u liegt!, zeg ik haar, terwijl ik mijn burostoel wat naar achteren rijd. Ik heb niet eens een broek aan! Zij kreunt vage zuigende geluiden mijn oorschelp in. Waar is zij in gódsnaam mee bezig? Had ik dan toch een ISDN-aansluiting moeten nemen? Ik voel niets van haar gesabbel.

Juffrouw! roep ik. Hier gaat iets niet goed! De vochtige lippen waarvan u telkens gewag maakt staan aan deze kant van de lijn goed droog. Haar gehijg werd er niet minder om. Zij vertelt me zich inmiddels te hebben omgedraaid en of ik maar snel in haar gaatje wil komen. Aandachtig bekijk ik het inspreekgedeelte van de telefoonhoorn. Er zitten wel dertig gaatjes in. In welke wil ze me hebben? Ik kies de middelste en met wat draaien en wurmen lukt het me aan haar verzoek gehoor te geven. Ik moet me ondertussen wel in een onmogelijke positie ma-noeuvreren om haar mede-delingen vanuit de andere zijde van de hoorn te kunnen blijven volgen. Het mag duidelijk zijn, dat het kringel-snoer mij daarbij bepaald niet van dienst is. Handfree was wellicht op termijn toch voordeliger geweest.

Onvermoeibaar kreunt de vrouw zich een weg door een oerwoud van schuttingwoorden. Ik moedig haar aan door ook een aantal keren hard 'Kut' te roepen en merk dat mijn klop-pende liefdesknots inmiddels onwaarschijnlijke vormen heeft aangenomen en afgekneld dreigt te raken door het krappe gaatje waarin het zich bevond. Als een paarsrode ballon blaast hij zich op. Intussen maakt de juf-frouw zich op voor een zinderende apotheose. Zwaar astmathisch gromt zij en bromt zij om niet veel later in een woest gieren te verzanden. Zij kwam het ene oor in, ik kwam het andere oor uit. Mijn onderbuik explodeert, de telefoonhoorn spat uiteen en ik schiet drie meter de kamer in. Wow! En dat voor maar drie kwartjes per minuut.


Niet gepubliceerd (november 1997)

© RJ. Rueb