De gekken

Het meest opvallende aan het fenomeen 'Gratis Zomerfestival' is wel het publiek dat er op af komt. Zodra de eerste noten van de beginnende band klinken duiken ze op: de 'gekken'. Met nuftige danspasjes en ander tuimelend gedrag belagen ze strompelend de frontstage dranghekken. Jaarlijks verschijnen er nieuwe gezichten op de gratis zomerfestivals. Niet alleen een nieuwe generatie alto's, neo-wavers, puisterige kaalkoppigen, postnatale punkdepresso's en potentiële lijmsnuivers laat zich stuiterend gelden, maar ook een hele kudde verse dak- en/of thuislozen. Slechtgeklede want psychiatrische twijfelgevallen en meervoudig benevelde en genetisch onbestemde gedrochten, die zich met de afdruk van losliggende stoeptegels nog vers op de wang, met veel vallen en een beetje opstaan een weg baant naar de eerste rijen van het gratis toegankelijke festivalterrein. Waar ze allemaal vandaan komen is een raadsel, maar dát ze er zijn een teken aan de wand. Een stad leeft tenslotte door zijn karakters.

Zo is daar een heel oud Indisch vrouwtje, dat danst en danst en danst. Komplete marathons volbrengt zij, schokschouderend en in onverstoorbare trance. Ritmisch waggelt zij pal voor het podium van links naar rechts en van rechts naar links. Tot in de oneindigheid voor zolang als het festival duurt. Haar knokige, rheumatische handen maken hoekige golfbewegingen, haar strakgeplooide gezicht kijkt hol en haar kromme oude beentjes schuifelen voort. Het ritme is haar heilig. Genregebonden is zij niet. Even makkelijk pakt zij de bass & drum van een deejay-kollektief op als dat zij meestuitert op de tandeloze teringherrie van een helgerichte hardcore band. Waarmee zij onbewust aantoont dat het Grote Muzikale Wonder is terug te brengen tot één basale dansbeweging: de monoshuffle. Zij is alleen en in zichzelf, danst alleen en in zichzelf, praat alleen en in zichzelf, lacht alleen en in zichzelf en huilt alleen en in zichzelf. Als ze aankomt zeult ze een boodschappentas met zich mee, die ze om de hoek van het podium achter een dranghek opbergt. Als zij vertrekt, met het ritme nog diep in haar broze botten, pakt ze haar big shopper weer op en shufflet ze nog één keer voor de bühne langs. Met een moeizaam omhoog getakeld handje wuift zij haar afscheid aan een ieder die het zien wil. Dit is zonder twijfel de mooiste vrouw van Den Haag. Dit is Miss Festival. Zij verdient een warm applaus. Ik geef het haar alleen en in mezelf.

Een andere opvallende festivalganger is gehuld in lompen. De man heeft een al weken ongeschoren hoofd, zodat je hem het beste bebaard kan noemen of anders wel ruim behaard. In zijn hand zit een lege bierfles vastgeklonken, waaruit hij om het half uur een virtuele slok neemt. De fles vertegenwoordigd een waarde van 15 cent en is hem daarom alleen al heilig. Hij leeft van statiegeld. Om de zoveel tijd is hij in de weer met een vloetje en wat shag, die hij moeizaam, op zijn knieën neigend naar de grond, tot iets rookbaars vormt. Het kost hem moeite en een vol doosje lucifers om er uitendelijk de vlam in te krijgen. Het papier schroeit in een rap tempo weg en de tabak valt licht smeulend maar ongerookt terug op de bierdoorweekte festivalbodem. De man is een lastige festivalganger, die kinderen van nabij in het gezicht mompelt en hun driewielers steelt om er een rondje mee te rijden door het punkende publiek. De man is straatnieuws en alom aanwezig. Slentert rond op zoek naar peuken en consumptiebonnen, plastik bierglazen en vloetjes om zijn ongebrande tabaksresten in te verpakken. Hij voltrekt al doende onafgebroken cycli en symboliseert daarmee de maatschappelijke kringloop, die zich in oneindige cirkels voltrekt. Alles is tenslotte rond, als het geen andere vorm heeft.

Waarvoor ga je nog naar festivals vandaag de dag. Voor het gezellig samenzijn? Voor de muziek? Voor het netwerk? Voor je werk? Voor het statiegeld? Voor de resten van de consumptiemaatschappij? Of om je shuffle te vertonen? Om te zien en gezien te worden?
Kijk om je heen en zie dat iedereen anders is dan jij bent. Het is Showroom, Taxi, de Stoel, Banana Split. Het gratis zomerfestival is een spiegel van de samenleving. Het échte Festival of Fools zit in jezelf.

Daarbuiten zijn de gekken, bijzonder markant.
Die willen zich tonen, want zijn fotogênant.

 

Gepubliceerd in Circuit, september 1997

© RJ. Rueb