Clinton in Den Haag

Bommelding

Eens was dit dorp een rustig dorp. Een veilige haven voor jong en oud. Met groene lanen vol autoverkeer en gezellige pleinen met weinig geluid. Een dorp was het waar, met veel gevoel voor prestige en grandeur, de hooge heeren flaneerden over de uitheemse klinkers. Laverend tussen fraaie bloembakken vol violetten violen en harmoniserende hangbegonias. Het dorp was in ruste van des morgens vroeg tot des avonds laat. Wie opstond om te schreeuwen werd nors aangekeken en wie iets leuks wilde organiseren en een paar beroemdheden naar de uitgestrekte pleinen wilde halen moest door dichtgesme-ten deuren beuken om daar alsnog het grote 'Nee' in ontvangst te mogen ne-men. Het zou te veel heisa geven en dat wilde men niet. Het zou de rust verstoren en dat mocht niet. Het zou de ambtenaren dwingen in aktie te komen en dat kon niet. Het dorp was in ruste en dat moest zo blijven. Want in die rust schuilt de grandeur en het flaneert zo lekker gezapig.
Het dorp dat heette Den Haag.

Maar plots was daar mei 1997. Moeders halen hun kroost van straat, vaders nemen vrije dagen op en vluchten naar de camping. Zandzakken worden voor de deur gezet. Vuilnisbakken, waaraan onze zwervers hun dagelijkse kost aan onttrekken, worden ontmanteld. Fleurige bloembakken, waar anderen zich eraan vergapen, worden doorgespit en weggeborgen. Een houten schuttinkje dat reeds een halve eeuw een terras uit de tocht houdt. Weg ermee. De binnenstad wordt voor het publiek afgegren-deld. Binnen een straal van een kilometer mag er geen terras meer uit staan. Parkeergarages in de buurt horen tot het spergebied. Het Malieveld wordt schoongeveegd en het klokje rond met volledige uitrusting bewaakt, omdat er over een week een helicopter zal landen. Als het tenminste niet regent. Vanwege dat regenrisico wordt alvast een hele snelweg stilgelegd voor het verkeer. En er moeten hekken komen. Heel veel hekken. Niets wordt aan het toeval overgelaten. Als door een wesp gestoken neemt de stad voorzorgsmaatregelen. Alles waar zich mogelijk of onmogelijk een sluipschutter of een explosief verdekt zou kunnen opstel-len wordt radicaal te lijf gegaan.

Wat is hier aan de hand? Wat is er op komst. Een zware storm? Een epidemie? Een invasiemacht?
Niets van dat alles. Er komt slechts een bevriend staatshoofd bij Wim Kok op de koffie.

Clinton, de wandelende kneedbom. Waar hij komt wordt alles ontruimd. Plots ijvert een buitenlandse macht zich door de stad. Op straat lopen vijftig in het zwart gehulde mannen, die met oordoppen in, in een onvervalste Washingtongval comman-do's brullen naar ijverig hollende politiefunktionarissen en wijzen naar alles wat ze zien.

Bill Clinton komt eraan! En daarom moet de stad verbouwd worden. Weg met die prullenbakken, de president zou er eens over kunnen struikelen met zijn pasgebroken been. Niks geen bloembakken in de binnenstad, Bill heeft een allergie! En iedereen opgedonderd, want Den Haag is nu The Hague en dus van hem. Alles moet wijken voor hem en zijn gevolg. Het is Bill Clinton, die stijve brekebeen die niet kan golfen en voor geen meter saxofoon kan spelen. Misschien is het wel daarom dat we ons allen uit de voeten moeten maken.

Alsof het iemand in Den Haag een reet kan schelen dat hij er is.

Het is gedaan met de rust op de Haagse lanen. Eerst kregen we Europa op ons dak en nu komt Amerika d'r nog eens zachtjes overheen. En dat terwijl men ons al die tijd wilde laten geloven dat het de isla-mieten waren, die zouden komen.


Niet gepubliceerd (mei 1997)

© RJ. Rueb