WIKWAK

Deze maand gaan ze het er echt over hebben in de Tweede Kamer. De WIK, de Wet Inkomensvoorziening Kunstenaars. Even in het kort waar het over gaat. Kunstenaars die nu in de bijstand zitten krijgen de mogelijkheid aangeboden zich zonder verdere sollicitatie-verplichtingen vier jaar lang voltijds bezig te houden met het opzetten van een eigen bedrijf. Het enige dat het ze kost is 40% van hun uitkering. Verder zitten er nog wat hakerige en ogerige details aan, maar die zal ik je hier besparen. Tegenover een flinke korting op de uitkering staat dus de mogelijkheid om met behoud van de rest van die uitkering vier jaar lang uit te zoeken of je van je kunst kan leven. Als je dat niet doet, dan loop je het risico onverhoopt te worden aangenomen als Melkert-man of beleidsmedewerker op een ministerie naar keuze. Wie komen er voor deze regeling in aanmerking is een logische vraag, want voor je het weet wordt ook jij als kunstenaar aangemerkt en moet je plots 40% inleveren. Weest gerust, alleen erkende kunstenaars met professionele potentie worden in de gelegenheid gesteld zich verder te bekwamen op kosten van de Sociale Dienst. En kunstenaars zijn niet alleen de schilders en de beeldhouwers, maar ook de podium-dieren: balletfiguren, acteermensen, mimers, cabaretters etc. Of muzikanten, schrijvers en ander ongeregeld daar ook onder vallen hangt af van wie of wat er in de toetsingscommissie komt te zitten.

Moet je nou blij zijn met zo'n WIK? Vraag het aan 10 kunstenaars en 9 ervan slaan je verrot als je over de WIK begint. De WIK slaat dan ook helemaal nergens op en lijkt een eenvoudig truukje te zijn om onder het voorwendsel het kunstenaarschap te erkennen, de Sociale Dienst het handvat te geven ongewenste werkloze kunstenmakers uit het bestand te flikkeren.

Waar ik persoonlijk vooral moeite mee heb is het begrip 'werkloze kunstenaar'. Een werkloze kunstenaar is in mijn ogen een lui varken, die niets produceert. Oké, ik ben ook niet achterlijk, althans niet vaak. Bedoeld wordt uiteraard een kunstenaar zonder inkomen, die zijn werk goed genoeg vindt om verkocht te kunnen worden, maar daarin vooralsnog door de realiteit wordt tegengesproken. Een onvrijwillige amateur dus. Want iemand die kunst maakt zonder er geld voor te krijgen is een amateur, nietwaar? Net als voetballers die er niet voor betaald worden amateurs zijn. Met ama-teurs is niets mis. Amateurs zijn ook mensen. Alleen als amateurs willen eten, dan zullen ze de kost moeten verdie-nen, net als alle ande-re mensen. Dan moeten ze werk zoeken, of als dat niet wil lukken de vruchten plukken van hetgeen onze sociale welvaartsmaatschappij aan regelingen heeft getroffen voor hen die zonder inkomen zijn: de werkloosheidswet, de schoolverlaters-regeling, de bijstand.

Kunst is een vorm van hobbyisme, waarmee je als je goed bent de kost kunt verdienen. Ik ga ervan uit dat het maken van kunst een kunstje is, en zoals ieder kunstje is ook dit kunstje verkoopbaar. Alleen is het de kunst je kunst goed te presenteren. Kunst is een luxe goed, dat in de verkoop ligt. De markt wordt gevormd door afnemers uit verschillende groepen: de kunstliefhebbers (die thuis wat moois aan de wand willen hebben), de kultuurbewaarders (die het tijdsbeeld willen kon-serveren), en de weldoeners, het moderne maecenaat. In geen van deze drie posities zie ik een rol voor de sociale wetgeving weggelegd.

De beroepskunstenaar is een self made man (M/V). Door jarenlange oefening en studie is hij/zij in staat iets kwalitatief hoogwaardigs te maken, dat schoonheid en ideeënrijkdom in zich draagt. Voor schoonheid en ideeënrijkdom is een markt. Een beroepskunstenaar weet de weg naar die markt. Een weg die loopt via de galeries, de kunstwinkels.

De WIK is een belediging voor iedere zichzelf respekterende kunstenaar. Het beroep kunstenaar bestaat niet, er zijn kunstenaars die een inkomen trekken uit hun eigen produktie en er zo hun beroep van maken. En die mensen hebben per definitie geen behoefte aan een inkomensregeling als de WIK, want die bedruipen zichzelf al. De kunstenaar is een verkoper. Zoals een bakker zijn zelfgebakken broden aan de man brengt, zo brengt ook de kunstenaar de vruchten van zijn arbeid aan de man.

Als er één groep mensen wordt onderschat, dan zijn het wel de kunstenaars. Kreativiteit is hun handelsmerk en die kreativiteit stelt hen in staat te overleven. Je hoeft kunstenaars geen geld te geven om kunstenaar te kunnen zijn. Het maakt het ze te gemakkelijk. Wie kreatief is kan met weinig materiaal dingen maken, wie de juiste din-gen maakt kan geld maken. Wie genoeg geld maakt, kan maken wat hij wil.

Inmiddels hebben dik twintig eeuwen het bewezen. Kunstenaars hoef je niet kunstmatig in leven te houden. Dat kunnen zelf best wel. En als je echt wat voor de kunstenaars wilt betekenen, kóóp dan eens een keer wat! Er zitten best heel leuke dingen bij.

 

column t.g.v. plannen Wet Inkomensregeling Kunstenaars

Uitgesproken in Uur Cultuur, maart 1997
Gepubliceerd in Circuit, april 1997

© RJ. Rueb