SOS ­ OLS (Ý)

Wat was er nou in godsnaam zo verrekte bijzonder aan de OLS? Nou? Ik heb me lang over deze vraag gebogen. Het antwoord wilde maar niet komen. De OLS, een hok van 10 vierkante meters ergens in de negorij van de stad. Mijn kontakt met de zaak was vooral telefonisch. Ik kwam er wel eens langs, maar niet vaker dan een of twee keer per jaar. De mensen die er werkten waren alleraardigst. De muziek die ik er hoorde was doorgaans hoe zal ik het zeggen anders maar meer van hetzelfde. Het waren vaak bands die ik al eerder gezien had en in de OLS iets te vieren hadden of bands die ik eenmalig ben gaan bekijken en daarna achter me heb gelaten. Dat was voor het publiek, niet voor mij.

Wat was er dan zo bijzonder aan de OLS. Het moet iets geweest zijn, want anders had ik me nooit zo gedwongen gevoeld om spontaan aan een eerbetoon deel te nemen. En in het verleden verleende ik ook regelmatig, voor wat het waard was, mijn steun voor overlevingsakties.

Het is als bij een bekende, die je ten grave draagt. Bij leven heb je net genoeg kontakt met elkaar gehad om na het overlijden een gevoel van rouw te kunnen ervaren. Niets overdrevens. Geen huilbuien. Geen neiging om op de kist te springen en deze net zo lang te omarmen tot de kraaien je bij de kraag vatten en het gat uit trekken. Maar wel een gevoel, en dat is heel wat. Ter illustratie: toen Lady Di aan de verkeerde kant van het gras ging liggen vierde ik vrolijk een verjaardag. Ik kende totaal geen verdriet bij de dood van dat vorstelijke mokkel.

Wat was er dan zo bijzonder aan de OLS, dat ik hier als een Haagse Elton John een afscheidslied sta te blaten? De OLS is voor mij dus duidelijk belangrijker dan de wijlen Di en Dodi bij mekaar. Toen er in Leeuwarden een nobele jongeling werd neergeknuppeld omdat hij zich met andermans zaken bemoeide dacht ik 'ach gut, wat sneu', maar geen haar op mijn hoofd die er aan dacht de trein te nemen om deze Fries posthuum te eren. Toen in één week tijd vier collega-journalisten hun zandfabrieken openden ging ik gewoon verder op zoek naar opdrachten. Toen de modelnon Theresa eindelijk de waarheid van het leven gepresenteerd kreeg slaakte ik een zucht van verlichting. Het was wel mooi geweest. Maar van geen dezer doden kreeg ik een gevoel. Zo zijn er maar bar weinig lijken die mij iets doen.

Toch raakt het heengaan van de OLS mij op de een of andere makabere wijze. Waarom? Ik denk omdat het de zoveelste amputatie is in Den Haag. Er blijft zo weinig over van de stad waarmee ik mij één voel. En wat er voor terugkomt is al dood voordat het geboren is. Koud, kil, ongeïnspireerd en onaantrekkelijk. Misschien ook wel omdat het weer iets kleins is dat het onderspit moet delven in het niets ontzienende geweld van schaalvergroting. Den Haag is zich een ruimere jas aan het aanmeten, maar ondertussen begint de bodystocking te slobberen. De kulturele etenstafel wordt ruim gedekt voor een gast met anorexia. Met buikloop voor mijn part, want het gerommel achter de politieke schermen is alles behalve fris.

Wat ik met de OLS heb is een gevoel van verwantschap. Je kan je afvragen of het initiatief OLS werkelijk noodzakelijk is om al dan niet aan een subsidie-infuus te laten voortbestaan. Je kan je afvragen of één sterk muziekcentrum niet effektiever is en meer aan de behoefte beantwoordt dan twee of meer losse centra verspreid over de stad. Je kan je afvragen of je niet aan de tijdgeest moet toegeven, dat waardevol anno 1987 iets anders inhoudt dan waardevol anno 1997. Maar wat je je ook afvraagt, ieder initiatief in deze stad is het per definitie waard om gekoesterd te worden en verdient een brede ondersteuning. Zeker vanuit het apparaat dat in het leven is geroepen met als enig doel faciliteiten te scheppen voor de bevolking in al haar brede gelaagdheid. Een primaire taakstelling die de overheid zich helaas steeds minder lijkt te realiseren.

Daarom is het zo wrang dat nu de OLS het loodje gelegd heeft. Het was niet nodig geweest. Wie zal de volgende zijn die wij ten grave mogen dragen? Wie durft er nog zijn nek uit te steken en initiatief te nemen in deze stad? Wie durft er nog de pretentie uit te spreken dat deze stad zich kan verheffen?

Wie de kultuur tot zelfmoord dwingt, zal zelf kultuurloos worden.
Grauw, grijs, zwart, dood.


sUitgesproken t.g.v. protsetdemonstratie tegen sluiting jongerencentrum OLS te Den Haag, in het Paard, 1997

Niet gepubliceerd

© RJ. Rueb