DE KUNST VAN VOETBAL

Er was een tijd dat ik met rode oortjes aan de radio gekluisterd lag wanneer Piet Keizer speelde. Toen ik laat genoeg op mocht blijven om zijn ongelooflijke schaar op het zwart-wit bakkie in beeld gebracht te mogen zien, knapte er iets in me.

Dat lag niet aan zijn schaar, die was van een dermate onbetwiste schoonheid, dat hij wat mij betreft voor eeuwig in de een of andere onaantastbare rotswand gekerft zou mogen worden, zodat nog vele generaties én specimen na ons met verbijstering kunnen blijven konstateren, dat er láng voor hun moment van beschaving reeds een hoogwaardig kultureel leven was.

Nee, dat de schaar wat tegenviel was te danken aan de persoonlijke gave van radioreporter Theo Koomen, die met zijn woorden kon betoveren en Keizer's schaar had gesublimeerd tot een ongrijpbare beweging van al even ongrijpbare schoonheid.

Toch was de schaar van Pietje Keizer ook om te zien een kunststuk op zich; een esthetisch hoogtepunt, dat zelden meer langs de velden kan worden aangetroffen. Met een onbegrijpelijke, haast bovennatuurlijke balgevoeligheid schaarde Piet Keizer zich een weg langs een schier oneindig aantal verdedigers.Tsjeu la-Ling wilde nog wel eens met Haagse arrogantie een poging wagen, maar dat was al een nabootsing en bovendien op rechts, dus een stuk minder imposant. Er kan er maar eentje keizer zijn tenslotte.

Ik heb veel van Keizer's scharen mogen bewonderen. En elke keer weer was deze manier van passeren uniek en een moment van onbevangen genot. Piet Keizer was een kunstenaar. Een kunstenaar met ballen.

Van zijn schaar is het een kleine stap naar die van dada-magiër Tristan Tzara, die een willekeurige tekst verknipte tot losse woorden om deze woorden vervolgens opnieuw te rangschikken tot een telkens ander woord. Met een onbegrijpelijke, haast bovennatuurlijke gevoeligheid leverde hij zo een oneindige reeks oorspronkelijke gedichten af.

"Schakel het denken uit en de dichter zal wonderen verrichten", zo bralde de dadaïst tevreden. En zo is het maar net: schakel het denken uit en de kunst manifesteert zich in de meest ultieme vorm. De kunst streeft iedere andere poging tot kunstenmaken voorbij, zolang de gedachte het aflegt tegen het gevoel.

Waar Piet Keizer de linksbuiten was van Ajax met de schaar als passeerbeweging, daar had ook Tristan Tzara ­de linksbuiten van DaDa­ de schaar als passeerbeweging, waar het de ultieme originaliteit betrof.

Een derde schaar in dit verhaal is die, die de kunst in zijn totaliteit passeert. Met een onbegrijpelijke, haast bovennatuurlijke ongevoeligheid knipt de wethouder van Kultuur een oneindige reeks kulturele fenomenen weg uit haar verantwoordelijkheid. Kunst is de speelbal van een verknipt kultuurbeleid. Het is als kunstenaar de sport bovenaan te staan, in de eredivisie van de kunsten. Winnen is belangrijker dan meedoen. Geld kan je alleen maar maken met geld.

Terug naar Tzara. Schakel het denken uit en de kunst manifesteert zich in de puurste vorm. Dat is waar we hier de fout mee ingaan. Niemand kan over kunst praten zonder ook over kunst te denken. Aan kunst een betekenis of een waarde verlenen kan alleen vanuit een rationeel principe. De tijd die het denken over en het benoemen van kunst vergt zet degene die zich daaraan overgeeft onvermijdelijk op een onoverbrugbare achterstand ten opzicht van die kunst, die per definitie ­vanwege haar oorspronkelijkheid­ ongrijpbaar is en nimmer onder woorden te brengen. De kunst geeft ­zie de schaar van Piet Keizer­ degene die ermee gekonfronteerd wordt in alle gevallen het nakijken.

Moet je dus wel over kunst praten met het idee de kunst daarmee van dienst te zijn?

Moet je over voetbal praten met het idee het voetbal daarmee van dienst te zijn.
Moet je überhaupt wel praten; kan je niet beter iets gaan doen!

Het geouwehoer over kunst en over de financiering daarvan in het bijzonder is iets, dat de gewone burger al snel wegzapt. Net als de commercials in de pauze van een belangrijke wedstrijd en daarmee het gelul van de Specialist, die analyseert. Pauze. Tijd voor een pilsje en een plas.

Ieder moment dat je erover praat is een moment dat je het niet beleefd. Ieder moment dat je geen kunst of voetbal tot je neemt, kan je beter nuttig besteden. Ga de auto wassen, de tuin sproeien, besteedt wat aandacht aan vrouw en kinderen. Kultuur en voetbal zijn en blijven vrijetijdsbestedingen. Als je er geld mee kunt verdienen is dat mooi meegenomen.

En dat is gelijk het grootste verschil tussen (top)sport en (top)kunst. Wie aan voetbal denkt, denkt aan beursnoteringen, aan dikke Bobo's in nog dikkere BMW's, aan uitpuilende stadions, aan megasterren. Wie daarentegen aan kunst denkt, denkt aan klagende theaterdirekteuren, huichelende wethouders en ministers, alom heersende armlastigheid en desondanks veel hoogmoed gestuurde poeha.

Het voetbal trekt een miljoenenpubliek uit alle lagen van de bevolking; de kunst boeit slechts een handjevol geïnteresseerden.

In verhouding tot sport is kunst zoiets als korfbal, met gemengd douchen na. Waar de voetballerij bínnenloopt en doorstroomt is de kunstwereld een inteelt-maatschappij waar één deuntje blijft rondzingen: subsidies subsidies subsidies.

Wie de kunst in verband brengt met voetbal is pathetisch en voor de kunst verloren. Olé!

 

Uitgesproken in Uur Cultuur, oktober 1996
Niet gepubliceerd

© RJ. Rueb