AANSCHUIVEN BIJ AURELIA

Mannen

"Kan dat?", vraag ik mezelf wel eens af. "Kan dat zomaar?" Een neger in de horeca! Nee echt, ik dacht "verrek!" Er was niet eens jazz op 't podium die avond en toch liep er een neger in de horeca. Sapje in de hand, keurig in het pak (dat wel), mooie kop met krullen en met een hoogblonde wolk parfum achter zich aan hobbelend. Iederéén keek naar hem, dus is het dan gek dat ik ook even naar hem keek?

Goed, sommigen keken ook even naar die opgedirkte biefstuk die zo quasi-bevallig liep te pronken met háár neger, maar dat waren alleen maar mannen. Je weet wel, van die mannen die dingen als de Pin-Up Club en Playboy Late Night in 't geniep op de video zetten om zich er 's ochtends bij de koffie al even stiekum met de broek op de enkels aan te verlusti-gen. Of die te krenterig zijn om een abonnement op Filmnet te nemen en nu iedere zaterdagnacht met een vergrootglas naar de '16-beeldjes' kijken om daar toch nog lekker een miniskuul pornofilmpje te kunnen zien. Die types dus, want er loopt van alles rond in horeca. En dat kan zomaar allemaal; althans er is niemand die er wat van zegt. Soms komen die mannen wel eens tegen me aan staan hangen als ik weer eens iets te wijdbeens aan de bar zit. Denken ze meteen dat ze 't ventje zijn. Worden ze wrijverig, begrijp je wel.

Nee, mijn horeca-hart gaat uit naar de mannen achter de bar. Leuke kerels allemaal en gelukkig zie je ze door die toog alleen van boven hun middel. Het zijn ook allemaal mannen die mij zien zitten. Natuurlijk ook alleen maar van de bovenkant, maar daarin zit dan ook gelukkig het grootste deel van mijn persoonlijkheid. Ze noemen me hun 'duifje' omdat ik er van boven lekker koket uitzie. En dan noem ik hen 'mijn penguïnnetjes', want dat vind ik van die leuke beestjes. Krijg ik nog wel eens een drankje van ze zonder dat 't wat kost.

Staat ineens die neger naast me. Ik schrik me murw. En lachen, láchen dat-ie doet! Ik denk, ik zeg, "wat wil je?", maar ik doe 't niet, want je weet maar nooit; je hoort zulke gekke dingen tegenwoordig. Je kan maar beter uitkijken. En hij maar lachen. Wel lief hoor, maar ik werd er toch wat nerveus van. En dat mokkel van 'm stond zich even verderop helemaal suf te kolken. D'r haar ging er zowat van liggen, zo listig was ze. Nou, ik dacht, kijk haar dan Kan mij 't schelen, tóch? Dus ik met mijn handen door zijn haar, alleen maar om te voelen, weet je wel. Lekker stug kroeskoppie, had ik nog nooit aan durven raken. En zijn ogen lachen me toe en ­verdomd!­ ben ik in ene helemaal stapel op die knul. Dus ik stel 'm voor even ergens anders heen te gaan en hij kijkt mij aan met een blik van 'waar heeft ze 't over?'. Gaat-ie daar een partij frans tegen me staan te praten, ik dacht dat ik achterlijk werd. Ik hoefde ineens niet meer, begrijp je wel. Maar die schat laat wel een nieuw besje voor me aanrukken. Dus ik geef hem toch maar een kus; dat had hij wel verdiend. Komt in een keer die hoogpolige hoestbonbon naar ons toe gerend, pakt ze die neger bij zijn nek en ramt ze zo zijn kroeskop tegen mijn voorhoofd. Enorme buts natuurlijk en bij hem gutste het bloed uit zijn hoofd, hij leek wel een bokser.

Nee, niets dan ellende in de horeca. En dat komt allemaal door die mannen. Gekke jongens, die ze zijn. Gelukkig dat dat toch allemaal maar kan hierzo in de horeca.

onder pseudoniem: Aurelia van Doorn

Uitgesproken in Timon's Villa juli 1992
Gepubliceerd in Timon's Villa Journaal, 1992

© RJ. Rueb