Het vuil en het meisje

Ik ben een pratende vuilnisbak. Geen verrassende mededeling voor de meeste aanwezigen hier, maar wel nog niet eerder vertoond behalve dan op proef straks in Rijswijk. Nee, ik ben de eerste pratende vuilnisbak van Den Haag. Ik ben aangebracht op een onopvallend pleintje in de stad, waar de vervuiling onzichtbaar en onderhuids aanwezig is. Ik ben er neergezet om gedrag te veranderen. Dat doen pratende vuilnisbakken nu eenmaal. Dat is hun functie.

Op een dag hing ik wat te hangen aan mijn paal. Het was een rustige dag geweest. Er was niet veel vuil in mij geflikkerd en dus had ik ook nog beslist niet de blaren op mijn tong geluld. Ik floot in alle rust een deuntje. Zachtjes, want pratende vuilnisbakken mogen eigenlijk helemaal niet fluiten. Daarvoor zijn er fluitende vuilnisbakken in de stad geplaatst en onder hun duiven wilde ik beslist niet schieten. De enige actiemomenten van deze dag waren een arbeider en een kudde ongeregeld. De arbeider bedankte ik vriendelijk toen hij zijn halfaangevreten 12-uurtje in mij deponeerde. "Dank u wel meneer de arbeider", zei ik zoetgevooisd. "Graag gedaan pratende vuilnisbak", antwoordde hij gemeend. De opgeschoten jongeren staken hun hand wel in mijn mond, maar gooiden hun vuil op de grond. Met hun vinger in mijn keel gorgelde ik er een opbouwend woordje uit. "Foei jongens, dat mag niet. Het vuil moet in de vuilnisbak en haal die arm uit mijn strot." De jongens schopten mij een paar keer maar liepen door zonder al te veel verdere schade. Binnensmonds vloekte ik hen na.

Na een tijdje kwam er een bewoonster van het plein bij me staan. "Pratende vuilnisbak", zei ze. "Ik heb je nu een tijdje aangezien, maar je hebt nogal wat vuil om je heen verzameld, is het niet? Daarvoor sta je hier niet. Dan kan je beter opzouten." Ik keek de dame aan en fronste. "Maar mevrouw, ik ben een pratende vuilnisbak, geen veegploeg! Het is de bedoeling dat mensen hun vuil in mij stoppen en dat ik hen dan daarvoor beloon met een goed woordje. Maar sommigen willen niet luisteren. Die flikkeren alles maar op de grond."
"Niets mee te maken," zei de bewoonster van het plein. "Maar ik zal je helpen." Ze bukte zich en gunde mij een blik op haar fraaie welvingen. Ik floot zachtjes en voelde mijn paal in zijn grondvesten glunderen. Met een schepje griste ze alle vuil dat ze kon vinden bijeen en wierp het bij mij naar binnen. "Dank U," zei ik. "U bent een fantastische vrouw. U helpt mij en de maatschappij." De vrouw keek mij blij verrast aan en zei: "O, vind je? Dan zal ik je nog wat meer helpen. Ze rende haar huis in en kwam even later terug met een bezem. "Zwerfvuil! Mijn lust en mijn leven," riep ze. Als een bezetene begon ze het plein aan te vegen. Een uurtje later lag er een grote berg voor me. "Zo en nu komt het!" zei ze. Ze schepte een eerste hand bij me naar binnen en ik antwoordde: "Dank U. Goed werk!" Een tweede hand volgde, een derde. Bij mijn tiende vriendelijke dankwoordje verslikte ik me. "Gezondheid", zei ze. "Dank U" knikte ik vriendelijk. Lustig ging ze verder met vuil scheppen. Na dertig scheppen zat ik vol. "Ik zit vol mevrouw," zei ik. "Ik kan niet meer. Kunt u misschien even ophouden met vuil in mij te stoppen?" Ze keek me vragend aan. "Stoppen? Maar de samenwerking verloopt juist zo gesmeerd. Moet je kijken wat hier nog voor een vuil ligt allemaal. Dat moet er allemaal in, pratende vuilnisbak. Doe maar een beetje moeite, dan past het echt wel."
"Waarom zou ik nog moeite doen als ik mijn buik vol heb van uw vuil?" vroeg ik geagiteerd. "Omdat het jouw vuil is," sneerde ze. "Het slingert om jou heen en het irriteert me mateloos."

En verder ging ze. Ze duwde haar hand diep in me om het reeds aanwezige vuil aan te drukken. Schepje na schepje volgde. Ik kokhalste en smeekte haar te stoppen. "Niets daarvan", zei ze. "Het vuil dat om je heen slingert moet weg. Ik kan het niet meer aanzien" en ze deed er nog schepje bovenop. Niet veel later kon ik geen stom woord meer uitbrengen. Ik was uitgeluld. Ik voelde een onprettig gevoel in mijn bak opkomen. Zelfs mijn paal voelde slap en misselijk. "Kunt u weggaan, alstublieft. U maakt misbruik van mijn wezen. Een pratende vuilnisbak moet praten en dat kan niet met een mond vol vuil."
"Ik hoor je anders nog steeds", zei ze. "En hier ligt nog meer zwerfvuil. Dat hoort hier niet. Daar heb ik last van als pleinbewoonster. Hier, pak aan!" En weer verdween een aantal handen vuil mijn strot in.
"Ach mevrouw, u denkt alleen maar aan u zelf. Aan waar u last van heeft. U bent volkomen respectloos ten aanzien van pratende vuilnisbakken. Hoe ik me eronder voel laat u volkomen koud. Uiteraard werk ik graag met hart en ziel mee aan het verbeteren van gedrag, maar uw gedrag daar is geen kruid tegen opgewassen. U dendert maar door en realiseert u niet dat ik als pratende vuilnisbak zo niet langer kan functioneren. U heeft daar schijt aan.
"Integendeel, ik ben bezig je te helpen. Mond open en doorkauwen! Wat ben je nu toch voor een slappeling."
Uiteindelijk verloor ik mijn geduld en deed er het zwijgen toe. "Tabée mevrouw!" waren mijn laatste woorden. De vrouw keek me aan. "Dus dit was het? Dit is het einde van onze samenwerking?" vroeg ze. Ik hield mijn lippen stijf op elkaar en knikte bevestigend. Ze draaide zich van me af en liep haar huis in.

Sinds kort is er op het plein een andere vuilnisbak geplaatst. Aan een andere paal. Een fris nieuw model dat glanst in alle trendy kleuren. De pleinbewoonster is er weg van. Helaas is er door haar eerdere veegactie weinig zwerfvuil meer te vinden op het plein. Het is me een beetje onduidelijk wat ze die vuilnisbak voert, maar hij lijkt het vooralsnog lekker te vinden. Ik ben inmiddels leeggehaald door de reinigingsdienst. Er wordt nog wel af en toe wat vuil bij me naar binnen gegooid, maar het smaakt me niet meer. Het is allemaal wat bitter. Ik kijk naar de nieuwkomer op het plein. Opgelucht haal ik adem. Ik ben blij dat ze haar vuil niet langer in mij stopt. Wat rest is een leeg gevoel.
Ik fluit nu verlangend naar voorbijrijdende fietsters. Een enkeling stopt en stopt me snoeppapiertjes toe. Ze smaken lekker en naar meer, maar vullen de maag nog niet. Eens zal er een mijn honger stillen. Dan zal ik haar zachtjes toefluisteren: "Dank je, schat." Geen idee waar die woorden vandaan komen.

© RJ. Rueb 2003

reactie: