DEN HAAG DOOR EEN LENSJE

Zo af en toe is het zeer verlichtend om eens door de bril van een ander te kijken. Momentopnamen te zien van je eigen omgeving, je stad, de onzichtbare schoonheid om je heen. Terwijl ik door het fotoboek 'Van Paleis tot Pasar' blader bekruipt me een gevoel van schaamte. Schaamte omdat ik me zo slecht gewaar ben van de wereld om me heen. Want als Hagenaar kijk je toch anders altijd tegen je eigen stad aan.

Als het goed is, is Den Haag voor de eigen inwoners de onvermoeibaarste aanleiding voor ongezouten gekanker, de Hagenees eigen en dat is dankzij zijn stad. Losliggende stoeptegels, kostbare ondergrondse zwembaden, sloopwerkzaamheden te kust en te keur en altijd opgebroken sluiproutes, wanneer je ­ de wegens wegopbrekingen elders ­ dichtgeslibde verkeersaders probeert te vermijden. Een arrogant gemeentebestuur dat structureel impopulaire maatregelen neemt en geen geld over heeft voor leuke dingen omdat al het geld wordt uitgegeven aan niet-leuke dingen, zoals prestigeprojecten en overbodige tunnels en leegstaande kantoorpanden, stadions en voetbalverenigingen die het hoofd tot voor kort echt niet zelfstandig boven water konden houden.

Voor een Hagenees is er altijd wel wat te kankeren op de stad. En ook nu ik naar de plaatjes in dit boek kijk, bekruipt mij weer een gevoel van ambiguïteit. Dat begint al voorin als de Nieuwjaarsduik geportretteerd wordt. New Years Dip is de zeer passende Engelse vertaling met de nadruk op DIP, want ieder jaar is het weer dezelfde ellende daar aan het strand.

Op de eerste de beste dag van het nieuwe jaar steekt daar op een onchristelijk tijdstip de mensenmassa-hysterie de kop op als, in de weeë lucht van rookworsten, de in kippenvel geklede kudde het op een lopen richting ruime sop zet. Vooral dat van die rookworsten heb ik nooit kunnen thuisbrengen. Tot de keer dat ik zelf ­ door de alcohol-inname van de voorgaande nacht onverminderd verdwaasd doorstuiterend in mijn aanhoudende delirium ­ meedeed en na een dip van enkele seconden in het ijskoude zeewater razendsnel terugrende naar mijn badjas, die nog op het strand slingerde. On-derweg merkte ik iets heel vaags aan mijn on-derbuik. Ik trok de band van mijn zwembroek iets vooruit en zag niets! Hij was weg! Mijn jongeheer, hij was niet meer. Niet meer dan een trooste-loos verschrompelde opeenhoping van velletjes. "Hier, een lekkere warme worst!" kwijlde de breedgrijn-zende sponsor me tegemoet. Het waren zijn laatste woorden.

Maar goed, Den Haag dus. Volgende bladzijde: de Poort over de Utrechtse Baan. Ik weet niet hoe vroeg de fotograaf die ochtend is opgestaan om deze foto te nemen, maar zijn lange sluitertijd verraadt slechts de aanwezigheid van een handjevol automobielen op de belangrijkste toegangs- c.q. uitvalsweg naar en van Den Haag. Altijd als ik me op dat stuk Haags grondgebied begeef lijkt het wel of het er gratis is, zo druk. Vanuit mijn open dakkie kijk ik omhoog naar wat er boven deze goot te zien is. Kale kantoorpanden in de grauwe lucht. Maar op de foto ziet die Poort er toch best mooi uit. Het is door de verstilling, die je in het dagelijks leven niet gegund is.

Dan door naar een foto van Het Plein, met op de achtergrond de nu nog te koesteren Haagse skyline. De op zich best aardige architectuur van De Resident en de walgelijke gedrochten van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie. Een paar pagina's verderop het verplichte Binnenhof en een foto van de Thalys die Hollands Spoor komt binnendenderen. Wat is dat nu? Geen junks op het perron? Een toevalstreffer of Photoshop? Blader verder en daar is de Dodenherdenking. Ook al zo'n gebeurtenis in Den Haag waar je echt vrolijk van wordt.

Goddank, laat het feest beginnen. De KoninginneNach in beeld met een lyrisch tekstje ernaast over de rotzooi en de knokpartijen, de te harde muziek en het drankgelag. De spijker op z'n kop, meneer De Heus. Hebben we een dagje feest in de stad, ga dan gelijk maar weer kankeren op wat er allemaal niet aan deugt! Je lijkt wel een Hagenees! Maar dat ben je niet! Voorburger! Laat het kankeren in godsnaam aan ons over! De Nach is nou juist wél leuk! Die hebben we namelijk zelluf bedacht!

Nee, zonder dollen. Het boek van Gerrit de Heus is zeer informatief. Naast andermaal een retescherpe foto van Paleis Noordeinde staat bijvoorbeeld een heuse verhandeling over het dagelijks leven van Hare Majesteit de Koningin, die iedere ochtend van haar woonpaleisje naar haar werkpaleisje op en neer forenst. Hartstikke leuk voor haar natuurlijk, maar dacht je nou echt dat Hare Majesteit net als ieder ander rustig een plekje in de file op de Mauritskade inneemt? Niet dus. Vergezeld door nors kijkende motoragenten krijgt de Koningin vrij baan en moet het overige woon-werkverkeer maar heel even opzouten omwille van haar veiligheid.

Nu heb ik niets tegen het Koningshuis, maar ik vind wel dat ze een beetje ruimbehuisd zijn. De Koningin heeft in Huis ten Bosch best nog wel een kamertje over voor haar verzameling doorkniplinten; om daar nu speciaal een werkpaleis voor te moeten inrichten.

Nee, het boek van Gerrit laat Den Haag zien zoals het is. Of beter gezegd, zoals het was, want een foto is nu eenmaal per definitie altijd verleden tijd. Zo zijn op de plaatjes van het IJspaleis gelukkig nog niet de oerlelijk ontsierende, preventief bevestigde vangnetten te zien, hetgeen meteen nostalgische herinneringen oproept aan de tijd dat je je in het stadhuis nog van 10 hoog te pletter kon laten vallen om vervolgens te landen naast de balie van het bevolkingsregister, waaruit je je gelijktijdig hoogstpersoonlijk meteen kon laten uitschrijven, hetgeen al snel veel kostbare tijd in wachtende rijen scheelt.

We beginnen met een dip en we eindigen ermee. Misschien de beste foto die er in het boek staat is die van ADO Den Haag in het Zuiderparkstadion. Gerrit heeft het moment waarop hij het knopje indrukte perfect getimed, namelijk net toen er een tegengoal gescoord werd door een onbeduidend provincieploegje uit de eerste divisie. Den Haag, net niet Maar nu dus wel.

We kunnen er kort over zijn: voor Hagenezen die langer dan hun neus kankeren is dit boek een absolute must. De foto's geven haarscherp de schoonheid en de diversiteit van de stad weer. Schoonheid die wij als Hagenezen zelf allang niet meer zien omdat we er niet naar kijken; diversiteit die wij allang niet meer ervaren omdat hij zo relatief is.

Den Haag is een statige stad, maar wat heb je daar als doorsnee burger aan? In Den Haag moet het bruisen en kolken van de activiteiten. Niemand loopt als een toerist door zijn eigen stad heen.

Helaas, zo laat Gerrit zien. Voor het oog is deze stad best de moeite waard.


Column t.g.v. opening expositie Den Haag - Van Paleis Tot Pasar met foto's van Gerrit de Heus in de Centrale Bibliotheek aan het Spui, Den Haag. Zaterdag 14 juni 2003.

© RJ. Rueb 2003

reactie: