Stoneslot

Het moet eind vorig jaar zijn geweest. Het was in ieder geval gierend koud, vernikkelend koud die ochtend. Die ochtend dat we op het onchristelijke zaterdagochtendtijdstip van 6 uur stonden te verkleumen voor de deur van de VVV op het Stationsplein.

Het mag dan inmiddels 2003 zijn en de stand der technologie mag dan weliswaar nog nooit zo hoog zijn geweest als nu, rustig vanuit je REM-slaap via de digitale snelweg een kaartje voor de Stones kopen zit er nog niet in. Je kan het proberen via ticketshop, maar al snel krijg je de RSI aan je klauwen van dat telkens maar vernieuwen omdat de hele wereld zonodig naar de Stones moet en te lui is om zijn huis uit te komen voor een kaartje. Telefonisch contact krijgen met de ticketshop is al helemaal uitgesloten. Sinds de invoering van het mobieltje is het aantal inbellers per hoofd van de bevolking meer dan verdubbeld.

Nee, dan het oude vertrouwde de deur uitgaan als je iets nodig hebt. Brood koop je toch ook bij de bakker. Of de supermarkt. Of de Turk. Of via de Albert Heyn-besteldienst Er gaat niets boven een goed contact met de middenstand, een persoonlijke relatie met de medemens. Zeker om zes uur 's ochtends als je moet wachten tot de middenstand eindelijk om 10 uur eens arriveert om de deur van hun nering open te doen. En dat terwijl ze toch op hun vingers hadden kunnen natellen dat er die ochtend een flink aantal mensen zou zitten te verkleumen op hun deurstoep. Mensen met maar één wens: een kaartje voor de Stones.

We hadden volgnummer 7. Geen slecht getal. Dat betekent dat je in principe binnen 10 minuten aan de beurt bent en een concert was in de complete wereldgeschiedenis nog niet eerder in 10 minuten uitverkocht geweest. Wel in 12, maar dat terzijde.
Om klokslag 10 uur lieten de medewerkers van de VVV de wachtenden binnen, in plukjes van 10. Met een lange neus naar nummer 11, die kwijlend tegen de glazen gevel gedrukt stond, vervoegden we ons bij de bespreekbalie. De dame die daar de computer bediende keek niet op of om, maar drukte en drukte op de toetsen van haar toetsenbord alsof ze Herbie Hancock was in zijn meest verstilde preludes. Er was iets niet pluis in het kastje dat voor haar straalde, zo verriedt de diepe frons die voren trok tot diep achter haar haargrens.

"Geen verbinding" mompelde ze onverstoorbaar. Voor haar trommelden ongedurige vingers op de balie en stampten ongeduldige tot het bot verkleumde voeten op de vloer. Ze nam een slok van haar koffie, die ze kort voor openingstijd voor zichzelf had ingeschonken zonder verder om te zien naar de bevroren mensenmassa die zich voor de nog gesloten deur had opgehoopt.
'Geen verbinding' lispelden de wachtenden elkaar toe met een lichte paniek in de ogen. Het zou toch niet waar zijn, hè? Vier uur doodvriezen voor de kat z'n kut. Angstzweet sijpelde aangenaam warm langs koude, nu klamme voorhoofden.
"Ja" sprak de vrouw plots zonder verdere emotionele intonatie en vragend keek ze naar de zeker deze ochtend meest doorgewinterde Stones-fan in het VVV-pand. "Twee veldkaarten en nog twee voor het andere concert."
"Twee veldkaarten en nog twee voor het andere concert," herhaalde ze en dook weer haar computer in. "Twee veldkaarten da's geregeld. En nog twee voor het andere concert. Dan moet ik even uit het systeem om op het andere scherm te kunnen komen"
'Ze moet even uit het systeem om op het andere scherm te kunnen komen' gonsde het in de rij. Je kon in de collectieve stem van de interieure monoloog de vraag 'Hoe lang gaat dat duren' horen opwellen.

Na twaalf minuten en nadat de man voor mij helemaal geen kaartjes voor de Stones wilde hebben, maar voor zijn tickets voor het Russisch Staatscircus wel eerst even het systeem verlaten diende te worden, was ik eindelijk aan de beurt. "Twee veldkaarten voor de Kuip en twee arenaplaatsen voor Ahoy". De dame stond op en liep naar het koffiezetapparaat om zichzelf een vers kopje in te schenken, ongelovig nagestaard door een groot aantal verbaasde ogen. Toen ze terugkwam vroeg ze: "Wat zei u ook alweer?"
"Twee veldkaarten voor de Kuip en twee arenaplaatsen voor Ahoy!" schreeuwde ik, weliswaar onderdrukt maar het uitroepteken was er bepaald niet minder om. Ze tikte wat toetsen in en knikte toen ze het accoord voor de veldkaarten had. "En nu weer even uit het systeem om op het andere scherm te komen" Ze drukte en zuchtte. "Geen verbinding"
'Geen verbinding!" zweette het onrustig achter mij in de rij. "Ah!" klaarde de dame op. "Daar zijn we weer. Wat zei U ook alweer?" Ik schraapte mijn keel. "En twee arenakaarten voor Ahoy!" Ze dook weer in haar monitor en toetste wat op de toetsen. "Alleen nog tweede ring, ben ik bang. Zullen we die dan maar doen? Ze zijn wel ietsjes duurder. Deze rang kost 120 euro per kaartjes. Doen?" Ik keek op mijn horloge. Kwart over 10 en alleen nog kaarten voor de tweede ring en dan zijn die kutplaatsen nog duurder ook dan de beste kaarten. Ik zuchtte diep en knikte instemmend. "Doe maar."

Alle ellende vervaagt met de tijd. Het duurde misschien zes minuten voordat ik tevreden in mijn warme auto stapte met de Stoneskaartjes brandend in mijn zak. Yes! Ik zou er weer bij zijn. Beide keren. Op de autoradio wist men te melden dat de beide Stonesconcerten in 16 minuten uitverkocht waren en dat om 11 uur de kaarten voor liefst drie extra concerten in de verkoop zouden gaan. Ik parkeerde mijn auto in de Koningstunnel en barstte in snikken uit.

Het is inmiddels maanden later als ik op straat een poster tegenkom. Speel nu mee met de Staatsloterij en maak kans op twee van de 40.000 Stones-kaarten. Godverdomme. Waar komen die 40.000 kaarten nou weer vandaan. De Stones waren toch uitverkocht! Veertigduizend kaarten, dat is een stadion vol! Hebben die zakken van de Staatsloterij soms een heel concert achtergehouden ofzo? Vinden ze dat normaal dan? Dachten ze daar soms vrienden mee te maken? Ik gaf de poster een rotschop maar de paal waaraan het bord bevestigd was gaf niet mee. Mijn voet bij nader inzien wel. Ik had beter moeten weten: agressie loont nou eenmaal niet. Maar het lucht wel op.

Veertigduizend weggegeven kaartjes. Wat voor publiek kunnen we in godsnaam verwachten bij een concert met door het lot bepaalde toeschouwers? Ik hou mijn hart vast. Dartfans die hopen op een gastoptreden van Rene Froger en Frans Bauer. Boeren die er wel eens een dagje tussenuit willen en dankbaar gebruik maken van dit in hun naar stront riekende schoot geworpen troostprijsje. Oude vandagen die denken dat de Rolling Stones een fanclubdag voor rollatorgebruikers is. Mensen die van mening zijn en blijven dat een stadion voor voetbal bedoeld is en daarom bij iedere korte stilte Olé-olé-olé beginnen te roepen.

Thuisgekomen zegde ik per direct mijn automatische staatslot op. Niet dat ik er ooit iets constructiefs mee gewonnen had, maar ik wou dit keer het risico niet lopen om in de prijzen te vallen. Ik wil geen getuige zijn van het afgrijselijkste Stones-concert ever. Stel je voor dat ik eindelijk eens geluk heb en die twee kaartjes win. Dan sla je je toch voor je kop dat het die ene keer dat je wat wint niet de Hoofdprijs met Jackpot was. Daarmee had ik de Stones thuis in mijn waterbed kunnen laten optreden.

Volgende week meer ellende.

De Week is een vast onderdeel van de wekelijkse borrels
in Galerie Haags.

© RJ. Rueb 2003

reactie: