Haags hart

Vorige week, op de avond na het kampioensfeest, was het op een ander feest ook al een drukte van belang. Plots stond hij voor me, de mij inmiddels welbekende commercieel directeur van de plaatselijke voetbalclub. Het kampioensfeest was hem blijkbaar niet in de koude kleren gaan zitten, want zijn ogen schoten vurig van links naar rechts, vaak niet in perfecte harmonie en zeker niet altijd even gestroomlijnd. De in zijn aderen kolkende witte wijn maakte hem een eerlijk man. Een man die zich in alle oprechtheid in mijn aanpalende vriendenkring wierp en daar een voor de goede verstaander ondubbelzinnige volzin uitstiet. "Nooit zie je hem, maar nu opeens is het ADO voor en ADO na." Hij knikte naar mij en verdween even snel en wankel als hij gekomen was.

Er was geen speld tussen te krijgen, want wat heb ik nu eigenlijk met ADO? Mijn voorkeur voor een bepaalde, zeker in deze stad niet nader aan te duiden voetbalclub uit de hoofdstad van dit land heb ik nooit onder stoelen of banken gestoken. Die liefde bestaat al 40 jaar en zal niet snel doven. Net als de liefde voor de Rolling Stones of Springsteen. Het zijn de dingen waarmee je opgroeit en die zich in je genen planten.
Toch was ik niet altijd monogaam waar het voetbalclubs of muziek betrof en dat is eigenlijk nog altijd zo. Iets anders dat zich door de jaren heen in mijn genen nestelde is namelijk Den Haag. Mijn dorp.
Toen ik de vormende jaren beleefde kende Den Haag nog twee profclubs. Je was vóór de ene, dus tegen de andere. Ik was voor Holland Sport. Ik kon er niets aan doen. Na een ingreep van hogerhand vloeiden Holland Sport en ADO tezamen tot FC Den Haag. Lokatie: Zuiderpark, 90% van de spelers oud-ADO. Het was meer een overname dan een fusie. Holland Sport was definitief verslagen door die gasten uit het Zuiderpark.

Maar ja, Den Haag blijft Den Haag en Haags voetbal moest er natuurlijk altijd zijn en blijven. Langzaamaan groeide na een periode van lijdzaam gedogen een sprankje liefde voor de club in het Zuiderpark. Zij waren de groen-gele trots met in het begin nog een streepje rood, dat langzaam aan verdween. Zij werden gaandeweg ook mijn trots tot het plots bergafwaarts ging. De val was ingezet en ADO was gezien. Het Haagse voetbal, ooit fier met twee clubs in het linker rijtje van de eredivisie, verschraalde en verschrompelde. Op de affiches stond vanaf dan de komst aangekondigd van omhooggevallen plaatselijke amateursclubs als Helmond Sport, Heracles Almelo, Veendam en Cambuur Leeuwarden. Krijg daar maar eens een stijve van. Waar ik tot dan toe nog wel minstens drie keer per jaar op de tribune plaatsnam, hield ik het nu voor gezien.

De laatste jaren begint het plots weer te kriebelen. De neerwaartse spiraal in het Zuiderpark werd langzaam omgebogen en perspectief bekroop de club als een vitale dekhengst op een manke merrie. Wedstrijd voor wedstrijd ging het licht feller schijnen en de aantrekkingskracht die daarvan uitging deed mij overwegen weer eens een kijkje te gaan nemen. Ik stond zelfs op het punt een kaartje te kopen, toen bleek dat ik dat niet mocht omdat ik geen clubpas, geen hooligan-vrijwaringsbewijs in mijn bezit had. Omdat ik rigoreus gekant ben tegen bewijzen van goed gedrag in het algemeen en identificatieplicht in het bijzonder, miste ik weer enkele seizoenen de ADO-opmars tot ik een achterdeur naar de businessclub vond, een plek waar geld volstaat om binnen te komen en waar niet wordt gekeken naar wat voor een boef je werkelijk bent.
Het laatste jaar draaide ADO als een beest en heb ik toch minstens een kwart van de thuiswedstrijden in het stadion mogen meebeleven. De rest volgde ik op TV.

"Nooit zie je hem, maar nu opeens is het ADO voor en ADO na" De woorden van de commercieel directeur waren eerlijk en oprecht. Maar waren ze terecht? ADO is inderdaad niet mijn eerste liefde, net als dat Anouk, Kane en de Earring niet mijn favoriete bands zijn, maar allen maken wel degelijk deel uit van mijn allergrootste liefde: Den Haag. En alleen al daarom hebben ze mijn steun en sympathie.
Mijn groen-gele hart mag dan wat minder excessief zijn dan dat van de gemiddelde fanaat op de Noordzijde, het is en blijft heel vet en errug groen-geel. Volgend seizoen zal ik in ieder geval bij één thuiswedstrijd een bijzonder onaangename kiespijn hebben, maar de overige wedstrijden sta ik als één man achter ADO. Of je me nu wel of niet ziet, meneer de directeur.


Column ter gelegenheid van de presentatie van het boek ADO IS ART en de opening van de gelijknamige expositie in Galerie Haags (6 juni 2003).

© RJ. Rueb 2003

reactie: