De Week

Dokters & patiënten

Toen ik vanmorgen wakker werd was ik de Elephantman. Het zal je maar gebeuren! En het gebeurde. Mijn rechter wang sprak boekdelen en omdat wangen normaliter geen boekdelen behoren te spreken ­ ze moeten er zomaar een beetje bijhangen en gewoon hun bek houden ­ was ik op slag sjachrijnig. Je hebt mensen die gaan huilen als ze verrekken van de pijn, ik beperkte me tot de vocabulaire woordenschat van de medische encyclopedie in combinatie met de verzamelde eigennamen in de verschillende wereldreligies.

Pijn hebben is op zich niet zo erg, hoewel het natuurlijk wel pijn doet. Nee, pijn hebben is vooral vervelend omdat je meteen een patiënt bent. En een patiënt bestaat nu eenmaal alleen bij de gratie van het feit dat er dokters bestaan. Pijn aan je pisbuis is nog tot daar aan toe; van een beetje uroloog raak ik niet opgewonden. Maar pijn in je muil veroordeelt je meteen tot de allerergste der doktoren: de tandarts. Ergens in je jeugd moet iets goed mis zijn gegaan wil je tandarts worden. Wie brood ziet in het peuteren en peuren in andermans stinkmond spoort niet, ook al is het dan een heleboel brood dat er tussen die tanden te verdienen is. Ook het moedwillig martelen van onschuldigen middels een arsenaal aan haken, boren, zagen en ander foltertuig moet haast wel een afwijking zijn. Jozef Mengele is niet voor niets een oorlogsmisdadiger tenslotte.
Nee, als er een god was geweest, dan had hij de mens wel plastik bijtspijkers gegeven.

Dokters en patiënten. In de tandartsenstoel ­ oncomfortabel onderuitgedrukt met tien vingers en twaalf roterende metalen voorwerpen in mijn bek ­ kwam de filosofie plots tot me. De wereld bestaat uit dokters en patiënten.
Heb je kiespijn dan ga je naar de tandarts.
Heb je hoofdpijn, dan ga je naar de psych.
Heb je onvrede, dan ga je naar de rechter.
Heb je agressie, dan ga je naar het Haagse Bos.
Heb je last van stress, dan ga je naar de touroperator.
Heb je last van andermans chemische wapens, dan ga je naar de Bush-dokter.
Op ieder patiëntje past een doktertje.
De een kan niet zonder de ander. Ieder probleem biedt werk aan de oplosser ervan. Iedere oplossing levert werk aan de probleemmaker.
Het is een economische cirkel van pijn en verzachting, van pijn door verzachting, van pijn.
De cirkel van de Pijn.

Maar goed, doktoren hebben één pré: ze zorgen er in het beste geval voor dat de patiënt even uit zijn lijden wordt verlost. Daarvoor hebben zij de beschikking over drugs. En dus knalde die tandarts van me grijnzend een megagrote spuit in mijn verhemelte voordat hij de werkelijk pijnlijke ingreepjes (zoals hij dat misprijzend mompelde) begon uit te voeren.

Een dode zenuw en een daaruit voortvloeiend abces waren de boosdoeners in mijn bek en dat euvel werd verholpen met een boorgat hier en een sneetje daar. Met bolle wangen drukte ik er een 'vriendelijk bedankt-je' uit en maakte me snel uit de voeten. Een half uur later waren de drugs uitgewerkt en brak de pleuris weer los in mijn muil. Met een hoofd als een volgroeide pompoen verbeet ik mijn pijn en dat is dus iets dat je beter niet kunt doen, dat verbijten dus. Godskolere wat een pijn!

Inmiddels gaat het wel weer met de patiënt. Een welwillende dealer verlichtte de pijn en de wijn zal de rest moeten doen.
Volgende week meer ellende.

© RJ. Rueb 2003

reactie: