Een beetje vorst

Na de tirade die vriend Bleek verleden week afstak in de richting van ons aller geliefde stadsblad, de Haagsche Courant dus, wil ik graag op mijn beurt een kleine loftrompet laten tetteren inzake de getoonde maatschappelijke betrokkenheid van dit verder volstrekt te verwaarlozen prul. Het zal wel aan het weer gelegen hebben, maar de Haagsche toonde de afgelopen week buitensporig veel aandacht aan de Haagse dak- en thuislozen. Het leek wel alsof de gehele stadsredactie zich binnen de poorten van de Kessler Stichting en het Leger des Heils had teruggetrokken om daar verslag te doen van de bevroren tenen, de stapels inderhaast aangerukte dekens, sjaals en kartonnen dozen en de merkwaardige kostgangers die de maatschappelijk opvang nu eenmaal heeft. Nieuws om van te smullen achter het knapperend haardvuurtje natuurlijk. En niet te vergeten een welgevallige inspiratiebron voor het ware kerstgevoel.

Het begon afgelopen maandag met de mededeling dat de winteropvang die avond geopend werd. Het vroor op dat moment al zo'n drie dagen dat het kraakte met bovendien een straffe, water- tot ijskoude wind als toefje slagroom op de vernikkeltaart. De winteropvang bestaat uit een met koude tegeltjes belegde zaal waar zoveel mogelijk dunne stretchertjes naast elkaar zijn neergekwakt. Hier mogen de stijfbevroren dak- en thuislozen zich dan tussen half elf 'savonds en half acht 's ochtends neervleien. Gelegenheid tot een warme douche is er niet en iets te eten is er al evenmin of het moet een van de roemruchte bakken soep zijn waarmee ze het gehele jaar worden doodgegooid. Bovendien wordt de temperatuur op slechts 14 graden gehouden omdat anders de overgang van en naar de koude buitenwereld te heftig zou zijn.

Op dinsdag berichtte verslaggeefster Els Brenninkmeijer op de voorpagina onder een gigantische kleurenfoto van het hiervoor omschreven beddenpaleis in een veelheid aan kolommen met doorloop op het B1-katern over het wel en wee van de winteropvang. Uitgebreid komen de hulpverleners aan het woord, die zichzelf op de borst kloppen voor hun goede werk en het toch wat late openen van de winteropvang nonchalant toeschrijven aan hun eigen logistieke problemen. Winteropvang blijft een ad-hoc aangelegenheid blijkbaar.

Op donderdag mocht Els samen met collega Leo van der Velde op herhaling. Wederom een levensgrote kleurenfoto van een verkleumde dakloze met daarbij een verhaal over de heroïsche zoektocht naar rondslingerende buitenslapers door de Kessler Stichting en het vele moeilijke werk dat de medewerkers van de mobiele soepbus allemaal moeten verrichten.
En tot overmaat van ramp stond er ook nog eens een interview in met de scheidende directeur van het Gereformeerd Instituut voor Kerk en Samenleving, die zich nog eenmaal op de borst mocht kloppen voor zijn nimmer aflatende inzet voor de dakloze in het algemeen en de minder fortuinlijke kansarme in het bijzonder.

Het lijkt godverdomme de straatkrant wel, die Haagsche! Het enige verschil tussen Haags Straatnieuws (van vroeger wel te verstaan, sprak de gedesïllusioneerde) en de Haagsche Courant is de insteek. Als straatkrant hadden wij vroeger de frontale aanval geopend op de gebrekkige en zwaar hypocriete winteropvang van de Kessler Stichting en het Leger des Heils. En niet alleen op de winteropvang, want de opvang en vooral de begeleiding van dak en thuislozen in Den Haag is ronduit erbarmelijk en mensonterend. Ze worden niet gezien als mensen maar als nummers die een bepaald subsidiebedrag vertegenwoordigen. Ze mogen bij de gratie gods af en toe op nauwgezette tijden gebruik maken van de aalmoes die er voor hen klaarligt, maar als die aalmoes verbruikt is, is het al snel opzouten geblazen. De maatschappelijke opvang is geen opvang, maar pappen en nathouden om de subsidie voor de vette kadersalarissen niet in gevaar te brengen. En de Haagsche kijkt niet verder dan de neergekwakte stretchertjes. Ook al concluderen ze terecht dat het merendeel van de dak- en thuislozen de reguliere opvang mijden als de pest, weigeren ze zoals goede journalisten betaamd nader te onderzoeken waarom dit zo is. Ik kan het je wel vertellen: omdat het grootste deel van de dak- en thuislozen ondanks hun uitzichtloze positie goddank nog een beetje zijn waardigheid heeft kunnen behouden en er liever voor kiest om zijn eigen diepgevroren kruis te dragen dan zich te onderwerpen aan een nietszeggende, weinig effektieve en vooral mensonterende betutteling door wat zich de opvang durft te noemen.
Dus val maar lekker dood met die hypocriete hoera-verhalen over de heldhaftige hulpverlening aan die patheties zielige onmensen die op straat verkleumen. Ga eens aan het werk en stel misstanden aan de kaak. Wees een echte straatkrant als je dat zo nodig wilt zijn. Teringlijers.

Om zoals het hoort wat luchtiger maar toch met het weer te besluiten: gisteravond stak weerman Erwin Krol weer eens in een bloedvorm. Eerst liet hij plaatjes zien van zich een breuk lazerende oudere vrouwen om aan te tonen dat ijzel erg glad is. "Lachen", noemde hij dat. Om het wat later helemaal mooi te maken. Na een korte uitleg over het effect van dooi na een vorstperiode, dat steevast voor mist en ijzel zorgt, besloot hij zijn weerpraatje met een vrolijke glimlach rond de mond met de woorden: "Morgen krijgen we overal in het land te maken met mist en ijzel en u weet wat dat betekent: DOOIEN!" Het is maar wat je leuk vindt

Volgende week meer ellende.

voorgedragen tijdens wekelijkse culturele borrel in Galerie Haags

© RJ. Rueb 2002

reactie: