Fnurkus

Hij begon mijn computer zowat te hacken om deze tekst te kunnen scan-nen. Zo nieuwsgierig was hij, zo onzeker van mijn beste intenties. Zo bang dat ik iets verkeerds over hem zou zeggen. Zo geschrokken door mijn introduktie als zijn 'kritische fan'. Zo onterecht. Want wat weet ik nu van schilderkunst. Verf op doek, gemengde technieken, holle kreten met een dikke penseelstreek en subtiele gelaagdheden, onderhuidse dynamiek en onderliggende tragiek, wereldbeelden overschilderd, vrij-heidsgedachten weggesmeerd met het grofste mes. Nee, van kunst weet ik niks. Hoegenaamd niks. En daarom is het voor mij zo'n grote eer hier dat Marcus van Soest mij vroeg om hier, tijdens de première van een van 's werelds grootste artistieke podia, zijn aanpalende expositie van wat openingswoorden te voorzien.

Waarom ik? Waarom niet belangrijke kunstkritici als ik zou er geen een weten. Kunstkritiek is net zoiets als literatuurkritiek. Het ziet er zeer belezen uit, maar het snijdt slechts zelden hout. Met kunst is het hetzelfde als met literatuur: het pakt je of het pakt je niet. Als het je in zijn greep neemt, dan is het geslaagd in wat het wil: communiceren op een metafy-sisch niveau. Prikkelen van gedachtengoed. Intercommunicatie tussen verdoolde zielen met een verborgen agenda, verscholen in de eenzaam-heid van de voyeur, van de lettersverslindende zwarte plek. Geraakte sensoren. Als het slecht is loop je verder en sla je het boek dicht. Of je zet er een Stanleymes in.

Nee kunstkriticus ben ik niet, allesbehalve. Net zo min als literatuurkriti-cus overigens. Ik ben een toeschouwer, ik registreer uitingen, expressies, gevoelens en gedachten. Niet dat ik daar wat mee kan overigens, maar het houdt me van de straat, waar het me allemaal vaak net even iets te expres-sief is.

Ik kwam Marcus van Soest ooit ergens tegen. Geen flauw idee meer waar. Hij viel me de eerste keer niet eens op, denk ik. Zomaar een van die vele hoofden die, als je je in bepaalde cirkels door het leven begeeft, tel-kens regelmatiger langsschuiven. Het begint met een onschuldig hoofd-knikje, een teken van herkenning. Het knikje wordt een glimlach en een opgestoken hand, de opgestoken hand wordt een biertje aan de bar, het biertje aan de bar wordt een gesprek en het gesprek wordt soms meer dan dat, een gevoel van verbondenheid. Niet dat Marcus en ik dat stadium ooit hebben gehaald.

Onze intermenselijke relatie voltrok zich in de anonimiteit van de stad, zoals wij Hagenezen ons dorp graag wat grotesk plegen neer te zetten. In het dorp, de stad ontloop je elkaar niet zo gemakkelijk. Als hoofdredac-teur van een populair lokaal stappersblad gewaagde ik het om in plaats van de geijkte mooie dames en trendy jongemannen een keer iets anders op de omslag te plaatsen. Iets van Marcus. Iets kleurrijks en bijzonder vreemds, een schilderij. Marcus was nog niet zo bekend als nu, kan je na-gaan. Dus was hij dolenthousiast en liep de deur plat om veelkleurig uit te leggen wat ik verwachten kon. Maar ik wilde niet weten wat hij aan het maken was, ik wilde het pas zien als het af was. Wordingsprocessen doen me niet zoveel, ik wil de verrassing voelen, het opgedroogde zweet proe-ven. Het was de mooiste cover die een Haags lokaal medium ooit gehad heeft. Oprecht en volstrekt onzinnig. Dat was Marcus uiteraard niet met me eens, maar na een joint of drie had ik hem door. Onzin bestaat niet voor Marcus, onzin ís. Onzin is vrijheid, vrijheid is perfectie in al zijn simpelste eenvoud, in de eigen expressie. Daar waar de schoonheid zich manifesteert. De expressie van Marcus is druk, kleurrijk, chaotisch, maar vrij en eigenzinnig. En eerlijk bovendien.

Marcus vindt zichzelf nog steeds op zoek naar die vrijheid en gaf er een naam aan die allesomvattend is, ook waar het het Niets omvat. FNURK. In Fnurk is de communicatie gevat, fnurk is grensverleggend, fnurk is breekbaar maar onzichtbaar, fnurkt moeiteloos de plaats van het woord in en blijft communiceren. Marcus' fnurk is breekbaar door de onzekerheid van de fnurker, maar onfnurkbaar in al zijn fnurkvoud. Wie fnurk zegt moet zeker ook fnurk fnurken. Zoveel staat wel vast. Niemand zal dat befnurken. Ze kijken wel beter uit hun fnurken dan te fnurken dat er iets anders gefnurkt zou worden, toch? En daarom wil ik me tot slot richten tot de fnurker van al dit fnurks.

Fnurkus, de vrijheid waarnaar je zoekt heb je al gevonden. Die fnurkt hier aan de muren. Eigenfnurkig en fnurkrijk, fnurk zoals jij fnurk bedoeld hebt. Maar denk niet dat je er bent nu je expressie op het Fnurking Border Festival hangt, er ligt nog een fnurk aan mogelijkheden voor je. May the Fnurk be with you

bedoeld als openingswoord voor de expositie van Marcus van Soest tijdens het Crossing Border Festival 2002 in de Schouwburg van Amsterdam. Helaas was er geen openingsmoment, waardoor deze column niet werd uitgesproken...

© RJ. Rueb 2002

reactie: