911 Remember New York

Vorig jaar werd ik rond deze tijd gebeld door een vriend die me zei de TV aan te zetten. Als ik het goed begrijp werd iedereen op dat moment gebeld door een vriend die zei de TV aan te zetten. Ik zapte de beeldbuis aan en zag nog net het tweede vliegtuig zijn landing inzetten. Prachtig! Een voltreffer. Ik was beland in een mediaspektakel dat nog niet eerder vertoond was. Live demolition in technicolor. Met open mond aanschouwde ik het. Dat kortstondige moment van de impact. Kaboem! De grootste schoorstenen ter wereld, in hun laatste momenten bliezen ze rookvlaggen naar de horizon. Talloze malen herhaald uit steeds meer invalshoeken. Wat hebben er toch een hoop mensen camera's bij zich!

Ik ben in mijn leven twee keer in New York geweest. Lang geleden alweer. De eerste keer moest ik zonodig de Empire State Building op omdat ik nu eenmaal altijd de hoogte in wil en er die dag een vele malen langere rij bij de Twin Towers stond. Zes jaar later lukte het me wel de bovenste etage van het World Trade Centre te bereiken. Prachtig uitzicht, maar alles achter glas. Dat er twee torens waren wist ik wel, maar ik heb nooit geweten op welk van de twee torens ik gestaan heb. Toen niet en nu al helemaal niet meer. Zodoende weet ik dus ook niet bij het sneuvelen van welk van de twee torens ik het meeste voelde. En óf ik daadwerkelijk wat voelde. Ik zat erbij en ik keek ernaar met hetzelfde gevoel als dat ik naar de Titanic zat te kijken toen die kopje onder ging, het lijk van Leo doelloos dobberend achterlatend in de ijszee. Amusement dus.

Nadat de twee reuzen kaarsrecht waren ingestort blééf ik kijken. Uren lang. De beelden bleven maar komen, maar er gebeurde geen flikker meer. Langzaam aan namen de sprekende hoofden het media-event over, zoals voetbalkenners in de rust van de wedstrijd hun zegje komen doen. Ik ging maar eens rustig naar de WC en zette een kop T. Zoals ik in de rust van de wedstrijd altijd doe. Op de WC lag een magazine met een reportage over de Amerikaanse hulpdienst 911. Pas bij het afvegen van mijn reet legde ik het verband. 911 ­ 11 september.
Hebben terroristen humor? Je zou denken van niet, maar waarom dan juist vandaag een aanslag beraamd in het land van 911? Was het een reclamespotje, waarmee het nummer van de hulpdienst voor eens en altijd zou beklijven? Hoe lang heeft het wel niet geduurd voordat ik het Nederlandse hulpnummer in mijn kop had zitten? Zou Nederland op 1 december iets mogen verwachten?

Ik spoelde door en nam weer plaats op de bank, in afwachting van wat de tweede helft van de wedstrijd me zou brengen. Het was wellicht een vreemd verlangen, maar na zó'n eerste helft verwacht je toch méér. Maar helaas bleef het bij die twee torens, een niet in beeld gebrachte crash in het Pentagon en een bericht over een neergestort vliegtuig op een trapveldje ergens in Pennsylvania. Toen er om drie uur 's nachts nog steeds niets was gebeurd schakelde ik toch wat gedesillusioneerd de televisie uit. In mijn bed overdacht ik mijn gevoelens. Ik zou me net als al die sprekende hoofden op televisie verontwaardigd hebben moeten voelen, angstig, leeg, treurig en ontstemd. Maar niets van dat alles. Ik voelde niets dan bewondering voor de visuele schoonheid van de aanslag. Want wat wás die mooi. Dankzij de massacommunicatiemiddelen was de fysieke terreur verworden tot een afstandelijk vuurwerk van grote klasse. Een rampenfilm die zijn weerga niet kent.

Pas in de dagen erna werd ­ andermaal met dank aan de grote televisienetwerken ­ het menselijke leed breed uitgemeten de huiskamers ingeslingerd. Drieduizend mensen met een betonnen tuin op hun buik. Vele malen meer nabestaanden, vrienden en bekenden die hún slachtoffer herdachten. Verveeld schakelde ik over naar de Champions League, die een week later gelukkig wel doorgang vond. Johan Cruyff in de rust.

En de helden stonden op. Althans, dankzij de media beleefden zij hun wederopstand. Driehonderdnogwat brandweerlieden lieten het leven. Hun leed was vele malen erger dan dat van die mensen die in paniek van de 80e verdieping naar beneden sprongen, want zij hadden eerst met volle bepakking zeventig trappen op moeten rennen om bij de brandhaard te komen. Ere wie ere toekomt. Met mijn doorrookte longen doe ik het ze niet na.

Tsja, 11 september. Wat moet je er nog over zeggen? Je kan wel terugblikken, maar het blijft onzin. 11 September is gewoon een tweede dodenherdenking geworden en over 4 mei schrijf ik al heel lang niet meer. Als je voor iedere ramp die zich in heden en verleden voltrokken heeft een minuut of twee in gepaste stilte moet doorbrengen, dan wordt het verrekte rustig op de wereld.

Persoonlijke herinneringen heb ik niet aan 11 september. Het was gewoon een dag als alle andere, met een spektakulaire show op televisie en een gezonde nachtrust toe. Maar om toch een persoonlijk eerbetoon aan de slachtoffers van de aanslagen en de longen van de omgekomen brandweermannen te brengen heb ik besloten nu, hier, live en met onmiddellijke ingang te stoppen met roken. Omdat er vandaag precies een jaar geleden in New York 3000 mensen spontaan met roken stopten. Volgend jaar heb ik op 11 september dan ook wat persoonlijks te herdenken.

© RJ. Rueb 2002

reactie: