KUNSTKOPPEN

"Kunstkoppen' is een serie duo-columns, die vanaf januari 2001 verschijnt in Uitpost Magazine. In deze serie communiceren RJ. Rueb en cabaretier Marcel Verreck via e-mail met elkaar over het Haagse culturele leven...

EDITIE: FEBRUARI 2002

Marcel!

Mooi. Onlangs is 2002 dus begonnen. Het jaar van de Grote Omschakeling. Immense aardverschuivingen op economisch, maatschappelijk en cultureel gebied. Alles is anders. Zo veel breder! Zo veel Europeser. Hier in Den Haag is er weinig van merkbaar. Uiteraard kampen ook wij met de Euro, maar daar komen we wel overheen. De plek waar de Grote Omschakeling wel zichtbaar is geworden, is de voorpagina van de Haagsche Courant. In navolging van grote broer De Volkskrant heeft de Haagsche nu ook een wisselend columnisten-echtpaar à la Campert & Mulder weten te strikken, dat dagelijks in een strakke kolom linksonder het een en ander te berde mag brengen. De bekende Haags-Indische Alfred Birney en de een stuk minder bekende Lieve Lita Vilan van de Loo zijn wat haperend van start gegaan. De eerste ­ een hele aardige en zeer getalenteerde schrijver van historische ego-documenten ­ schrijft structureel vanuit herinneringen; de tweede ­ die haar veronderstelde bekendheid te danken heeft aan liefdesadviezen op het Internet ­ schrijft, waarmee dan ook alles gezegd is. Het is fantastisch dat deze twee van de Haagsche Courant een kans hebben gekregen zich aan een groot publiek te presenteren, op de voorpagina nog wel. Alleen het waarom van deze keuze is nog niet gebleken. En nóg een fris nieuw gezicht dient zich aan als columnist: met de onvolprezen Rudy Kousbroek zal de krant het komende jaar beslist een hele nieuwe groep lezers aan zich weten te binden.

Eén en ander moet gezien worden in het kader van de aanpassing van de Haagsche Courant aan de dalende verkoopcijfers. In een poging van het stoffige imago af te komen buigt een redactionele 'vernieuwingscommissie' zich al enige maanden over de opzet van de krant. Er moet meer nieuw bloed komen, want de krant vulde zich meer en meer met beuzelende oude mannen.

Het gaat goed met de Haagsche Courant. Met zoveel fris, nieuw bloed kom je de winter wel door. Het is alleen jammer dat de hoofdredactie niet echt verder heeft gekeken dan de neus lang is, want erg dichtbij zijn er zeker columnisten te vinden, die wel degelijk die beoogde verfrissing kunnen verwezenlijken. Zo vindt er op Internet al een tijdje een hele geslaagde bundeling van (Haagse) schrijfkrachten plaats op de site van Adriaan Bontebal (http://users.bart.nl/~bontebal). Een stukje digitaal Haags erfgoed dat de Grote Omschakeling onderstreept en in tegenstelling tot het bovenstaande wel degelijk wat te melden heeft. Een beetje krant moet tenslotte nieuws brengen en niet een verlammende beuzelkraam willen zijn.

Groet

RJ. Rueb
(www.rjrueb.nl)


RJ!

Ach ja, de Haagsche Courant. Ik heb hem nog gelopen. Dat was geen pretje, vooral niet op zaterdag. Want alle alfabete Hagenezen ­ en dat waren er in de jaren '70 verrassend veel ­ lazen die krant. Zoals je weet schrijf ik net als de onvolprezen schrijver/gitarist Alfred Birney het liefst ego-documenten vanuit de herinnering. Nou, in mijn herinnering zie ik mijzelf door de Antonie Heinsiusstraat zwoegen, zijdelings tegen mijn overbeladen fiets leunend in een wankele gelijkbenige driehoek.
Dan had je al de nodige verschrikkingen achter de rug, want je moest als keurig Statenkwartier-mannetje die mud krantenpapier ophalen aan de Drogersdijk, in een hol downtown Scheveningen vol vervaarlijke schoffies, die je half oktober al dreigend vroegen waar je je kerstbomen verstopt had.
Fietsen naar je wijkje was levensgevaarlijk, want je moest vaart houden. Stoppen betekende omdonderen met die topzware fiets. Tramrails dienden te worden vermeden. Als je daar eenmaal in terecht kwam, kreeg je zeker het stuur van je fiets met een enorme zwaai in je ballen. En lijn 10 reed over je heen.
Dat heb ik een keer zien gebeuren. Dat van die ballen, niet dat van die tram. De ongelukkige fietser kon nog net wegkruipen. Maar de angst zat erin. Dat was lang voordat ik Adriaan kende, de eerste Bonte Bal die ik meemaakte.

Ik heb ook nog eens de Trouw gelopen. Of liever gezegd: gefietst. Want je had hooguit drie exemplaren per straat te bezorgen. En de Trouw ­ misschien wel de dunste krant van Nederland! ­ was zelfs op zaterdag nooit zo'n plompe plak papier als de Haagsche Courant.
Maar ik geloof dat de Mustafa's senior, die de HC tegenwoordig bezorgen, het een stuk makkelijker hebben. Ik lees de krant zelden, alleen als ik op familiebezoek ben. Over de kwaliteit kan ik me dus eigenlijk niet uitlaten, maar het verbaast me niet dat er besloten is dat alles weer helemaal anders moet.

Het maken van een leuke stadskrant (die ook de rest van de wereld gelijk even meeneemt) is heel goed mogelijk. Hier in Amsterdam ben ik al jaren tevreden abonnee (én trots medewerker) van Het Parool. In deze eveneens worstelende krant zijn zo ongeveer alle levende en halfdode columnisten denkbaar langs getrokken, edoch: uiteindelijk gingen zij allen heen!
Laat dat een geruststelling zijn.

Groetjes,

Marcel Verreck
(www.marcelverreck.nl)

© RJ. Rueb/Marcel Verreck 2002

reactie: