KUNSTKOPPEN

"Kunstkoppen' is een serie duo-columns, die vanaf januari 2001 verschijnt in Uitpost Magazine. In deze serie communiceren RJ. Rueb en cabaretier Marcel Verreck via e-mail met elkaar over het Haagse culturele leven...

EDITIE: OKTOBER 2001

RJ!

Laat ik deze maand eens het voortouw nemen en je melden dat ik van de herfst houd. Haagse herfsten zijn over het algemeen mooier dan Amsterdamse herfsten en dat komt natuurlijk door de zeewind. Die maakt alles kruidiger en - natuurlijk- zilter.
Soms kan ik midden in de verzengende zomer verlangen naar de geur van rottende bladeren. En binnenkort is het zover! Want hoezeer de herfst bol staat van het verval, dit jaargetijde symboliseert voor mij altijd het nieuwe begin. Scholieren, studenten, maar ook optredende kunstenaars beginnen aan een nieuwe opdracht.

Ooit dichtte ik:
Het najaar hakt er altijd in
Je ziet de mensen krimpen
Maar het weer geeft hen gelegenheid
Om alles te beschimpen
Het daglicht mist ambitie,
Het is telkens vroeger opstaan
Slijterij wordt apotheek
De glasbak kan het niet meer aan
In de herfst
Is alles lekker op zijn sterfst!

Maar er is geen fraaier schouwspel
Dan een herfstdag die gaat sterven
Ach probeer zoiets als schilder
Maar eens bij mekaar te verven
Een bui verblindt de ramen
Doet de bomen weer eens kraken
Er is eindelijk een reden
Om de kachel aan te maken

Het lijkt wel of de manifeste vergankelijkheid mij aanzet tot meer haast. Ik speel mijn cabaretprogramma , maak een CD en schrijf een boek. (Waar elders blaadjes verdwijnen, laat ik ze weer terugkomen.)
Hoe werkt dat bij jou, RJ? Voel jij je in dit jaargetijde juist 'meer eikel' of inspireert de herfst jou ook tot Grote Nieuwe Werken? Laat het me weten, opdat ik je trooste dan wel afremme.

Hartelijke herfstgroeten,

Marcel Verreck
(www.marcelverreck.nl)


Marcel!

Sommige levens spelen zich af buiten elk jaargetijde. Zo ook het mijne. Het is zomer als ik dit tik en ik heb het over de herfst waarin de Uitpostlezer dit leest. Buiten schijnt de zon terwijl ik binnen zit te ploeteren achter mijn toetsenbord. In de herfst word ik meestal depressief over onbetaalde rekeningen van werk dat ik in de zomer deed. In de herfst schrijf ik columns die in de winter gelezen worden. In de winter ga ik het liefst naar zomerse oorden om daar bij te komen van de koude ontberingen van de zomer en het wachten op de betalingen daarvan in de herfst. En het hele jaar door staat de lente paraat om onverwacht in mijn kop toe te slaan. En voor je het weet is het lente en staat er weer een drukke zomer te wachten. Het enige waaraan ik echt merk welk jaargetijde het is, is de geur in mijn jas. Als-ie muf stinkt is het herfst, als-ie te koud blijkt is het winter, als-ie te warm wordt is het lente en als-ie uitblijft is het weer zomer, want binnen draag ik geen jas.

Marcel! We moeten het op deze pagina over cultuur hebben. Aangezien het nu nog zomer is en alles wat ook maar enigzins cultuur aanbiedt dicht is levert dat een probleem op. De uitzondering komt van de dingen die openlucht zijn en dat zijn er nogal wat in deze zomerse uithoek. Zo liep ik laatst over het strand te banjeren toen mijn passage plots werd geblokkeerd door een groot hekwerk dat zich uitstrekte van de duinen tot aan de branding. Bij het hek stond een grote meneer, die mij vertelde dat ik niet verder mocht.
"Een mijnenveld?" informeerde ik nieuwsgierig.
"Cultuur", antwoordde de strandportier met een licht knikje van zijn hoofd. Mijn oog viel op een grote stellage die was opgetrokken in het rulle zand. "De Appel geeft hier een voorstelling."
"De Appel?" vroeg ik. "Maar die hebben toch helemaal geen geld voor zulke dingen? Die zijn toch platgesubsidieerd?"
"Daarvoor moet je bij mij niet wezen," sprak de man, "ik ben slechts portier en ik heb mijn orders."
"Oevreur," verbeterde ik hem. "U bent zaalwachter. Of in dit geval: strandwachter. Melkertbaan?"
"Ach, meneer. Had ik maar een Melkertbaan Dan was ik nu ministerpresident."
Ik lachte. Meneer was een komediant. Dat kon je natuurlijk wel verwachten bij De Appel.
"Maar wat doet De Appel hier eigenlijk op het strand?" vroeg ik, toch wel nieuwsgierig geworden.
"Een klassiek stuk spelen." Hij had het nog niet gezegd of er spoten van alle kanten luid ronkende motorfietsen door het zand.
"Ah, een klassiek stuk, hè?" Ik keek hem onderzoekend aan. Toch een Melkertbaner, kon niet missen. Worden nooit echt betrokken bij waarvoor ze ingehuurd worden. Mogen de vuile werkjes opknappen en weten bij god niet waarom.
"Kost dat nou? Zo'n voorstelling?"
Hij schudde onwetend zijn schouders. "Weet ik niet, meneer."
"Waar kan ik dan kaartjes kopen zodat ik wel mijn weg kan vervolgen?"
Andermaal straalden zijn ogen onmacht uit. "Weet ik niet, meneer."
Langzaamaan werd het donkerder en donkerder. Achter de hekken leek zich een heus spektakel te voltrekken. Klassiek vond ik nog steeds niet het goede woord voor wat er zich daar afspeelde. De portier en ik rookten samen een sigaret en keken woordenloos toe.
"Mooi hè" zei ik na een half uur.
"Gisteren vond ik het mooier," antwoordde hij. "Toen was het klassieker."
Een spontaan herfstgevoel bekroop me op deze warme zomeravond. Vrijwel tegelijk barstten wij in snikken uit. Cultuur is ook zo verdomde meeslepend.

RJ. Rueb
(www.rjrueb.nl)

© RJ. Rueb/Marcel Verreck 2001

reactie: