Men vraagt & wij draaien

Een aantal jaren terug alweer baarde David Bowie voorzichtig opzien door zijn Europese toernee een democratisch tintje mee te geven. Het publiek mocht zich vooraf via Internet uitspreken over welke nummers Bowie en zijn band ten gehore moesten brengen. Het lijstje met keuzemogelijkheden was overigens wel beperkt, want de goede man kon natuurlijk nooit zijn gehele repertoire hebben ingestudeerd. Tijdens de concerten bleek overigens dat het publiek een zeer gestandaardiseerde voorkeur had. De setlists van de hele toer verschilden iedere avond hooguit twee of drie nummers. Het ging er Bowie dan ook in eerste instantie om dat het publiek zijn internet-site zou bezoeken, zodat ze daar wellicht in de verleiding zouden komen om naast het maken van een keuze voor te spelen liedjes, ook eens gretig en vooral hebberig door de vele merchandising-produkten te grasduinen. Maar toch net als in de echte politieke samenleving kreeg de kiezer een gevoel van democratie, van medezeggenschap. Het publiek had invloed, dacht het.

Op dit moment lopen er opnieuw dergelijke verkiezingen. Zo kan je op de Parkpopsite aangeven welke band jij graag eind juni op 's werelds grootste picknick wil terugzien. Parkpop is overigens nog niet zo gedigitaliseerd, dat je je keuze via het Internet kan uitbrengen; je wordt in plaats daarvan doorverwezen naar een telefoonnummer, waarop je voor slechts één gulden negenennegentig je voorkeur kenbaar mag maken. Tip: hou het simpel, want hou in het achterhoofd dat Parkpop er nooit in is geslaagd de echte topbands in het programma onder te brengen. Hoezeer het ook voor de hand ligt om de Stones of U2 te kiezen, het is vergeefse moeite; dat is net zoiets als verwachten dat Jaime Zorreguieta zich verkiesbaar zou stellen voor het ambt van minister-president. Kies dus voor iets obscuurs of voor een band die over vijf jaar doorbreekt of inmiddels alweer een decennium tot de geschiedenis behoort. Waarmee je invloed op het Parkpop-programma uiteindelijk weer zeer geminimaliseerd is en er feitelijk weinig zal veranderen. Leuk geprobeerd.

Ook de KoninginneNach heeft een lokkertje op zijn site. Hier mag je meebeslissen over het programma, zij het alleen maar voor de openingsact op het Haagse podium. Uit de karrevracht aan net-niet doorbrekende Haagse bandjes selekteerde het HPC een vijftal, waarvan er straks ééntje een uurtje op het Kerkplein mag komen spelen.

Het is wel leuk dat festival-organisatoren op deze wijze proberen de aandacht op hun internetsite te vestigen, maar de vraag blijft natuurlijk of de programmeurs zelf dan ècht niets verrassends meer te bieden hebben. Want het minste dat je van een festival mag verwachten is toch wel dat de programmeurs weten wat ze er voor hun welgeëerde publiek neer moeten zetten. Parkpop trekt ieder jaar steevast een paar honderd duizend mensen naar het trapveldje in het Zuiderpark. De programmering heeft daar weinig effect op, dus daaruit zou je mogen concluderen dat men toch vooral komt voor de gezelligheid. Hetzelfde geldt voor de KoninginneNach: hoeveel mensen zouden zich nou echt bezighouden met welke bands ze voor hun brooddronken giechel krijgen. Ook hier spelen nooit de echte grote namen en al helemaal niet op het Haagse podium.

Democratie in de popmuziek is dus een wassen neus en een verkrampte poging om de bezoekersaantallen voor de respectievelijke websites wat omhoog te krikken. Een oud kunstje om aandacht te vragen en het publiek medeverantwoordelijk te maken voor de magerte van het eigen programma. Zie Macchiavelli, hoofdstuk 13: Geef het volk zeggenschap en leg daar vervolgens een vette drol op. Vrije keuze is mooi, maar nooit ten koste van de eigen politiek. Trap er dus niet in, in die moderne digitale volksverlakkerij!

Column t.b.v. Radio West/Popstad 12 maart 2001,
uitgeproken in de Zwarte Ruiter, 5 maart 2001

© RJ. Rueb