De gimmick

Ooit mopperde ik tegen de bassist van de eermalige Haagse belofteband Easy Meat, dat het met de muziek weliswaar snor zat, maar dat de band op het podium er eigenlijk maar wat magertjes uitzag. Oké, de man in kwestie trok steevast vlak voor de tweede set zijn t-shirt uit, maar zijn in vel verpakte ribbenkast correspondeerde nog altijd maar ternauwernood met het bangen van zijn head. Er miste domweg iets. Een gimmick.
"Spuit je haar in een kleurtje," opperde ik om niet gelijk te veel met mijn deur in zijn huis te vallen. "En als Thijs dan een tattouage op zijn wang zet en Kees een bontmuts opzet, dan zal het wellicht beter gaan." Eigenlijk was er veel meer nodig. Een slangenact, een pogostick, zware make-up, piercings, roze catsuits, vetkuiven. Maar Easy Meat wilde zonodig zichzelf blijven en dus is het helaas nooit wat geworden met die band. Althans niet veel meer dan wat het nu is: een goede band met goede muziek en zonder het verdiende succes.

Zonder gimmick red je het niet meer in de popmuziek. Zeker niet nu het succes omgekeerd evenredig is geworden aan de aantrekkelijkheid van de videoclip. Anouk deed iets met haar tanden en haar haar en slaagde erin zo lelijk mogelijk te worden. Het legde haar geen windeieren. Dinant, de zanger van Kane, doet aan orale seks met zijn microfoon, zonder het ding ooit met zijn lippen te beroeren en dat deed duizenden kleine meisjes spontaan van onderbroek verwisselen. Zelfs de blagen van Di-Rect hebben met gespiket haar en puberpuistjes de wind mee weten te krijgen. Waar zou Barry Hay zijn zonder zonnebril, Hans Vandenburg zonder gepolijste knar, Boozy zonder tattoo's? Ondenkbaar. De rock 'n roll kan niet zonder gimmick.
Wie er ooit mee begon weet ik niet. Bowie deed het in vele vormen en maten. Kiss was niets anders dan een grote verkleedpartij. Geen punkband heeft ooit kunnen doorbreken zonder metaalbeslag door wangen, mond en voorhoofd. Geen new waveband had het gemaakt zonder die typische verfrissende depri-look. Een disco-band zonder glitters en wijde pijpen? Kansloos.

Laatst moest ik voor een artikel over de trends in de Haagse popmuziek een foto hebben van Bodhi and the Odds. Ik belde de goede man op en vroeg hem mij een foto toe te sturen. "Heb ik nog niet," zei hij. "Ik sta zojuist in de badkamer om me voor te bereiden op de fotoshoot. Ik sta hier al twee uur. Nog een uurtje en ik ben zover."
"Ben je zo ijdel dan?" vroeg ik wat naief.
"Nee, maar dat hoort bij mijn act."
"Act? Bedien je jezelf dan van een gimmick?"
"Ach gimmick, mwah. Ik wil er gewoon goed uitzien voor op de foto."
Niet veel later zag ik zijn videoclip. Bodhi figureerde daarin als rockmuzikant annex reclamezuil voor een groot scala aan cosmetische hulpmiddelen. Toen het clipje ten einde was en de enthousiaste TMF-presentatrice weer het beeld in kwetterde, realiseerde ik me dat ik me geen noot van het liedje kon herinneren. Misschien maar beter ook. De clip sprak voor zich. Ja, met die Bodhi komt het wel goed.

© RJ. Rueb 2001