KUNSTKOPPEN

"Kunstkoppen' is een serie duo-columns, die vanaf januari 2001 verschijnt in Uitpost Magazine. In deze serie communiceren RJ. Rueb en cabaretier Marcel Verreck via e-mail met elkaar over het Haagse culturele leven...

EDITIE: FEBRUARI 2001

 

Marcel!

Het gaat goed met de cultuur in Den Haag. Althans met mij, want ik ben dus een wezenlijk onderdeel van de cultuur in Den Haag, denk ik. Niet alleen word ik geregeld in de gelegenheid gesteld er zwaar op te kankeren middels een collumpie hier en daar, sindskort ben ik ook de eerste werkelijk culturele inspreker in de Haagse gemeenteraad. Waar andere insprekers de commissieleden aan hun respectievelijke kunstkoppen zeuren over (meer) geld, daar nam ik begin december de vrijheid een gedicht voor te dragen. Dichters zoeken podia tenslotte en die liggen in Den Haag niet rijk bezaaid. Eerlijk gezegd was het gedicht een noodsprong, aangezien iemand mij had opgegeven om in te spreken over een geheel ander onderwerp, waar de gehele raad het eigenlijk toch al over eens was en waar ik op dat moment verder in feite geen reet aan toe te voegen had. Dus dan maar een gedicht, dacht ik. De 'oes' en 'ahs' ontstegen uit de kelen van de muisstille raadsleden, toen ik mijn alom geprezen in memoriam praecox over de weldra plat te walsen Houtrusthallen op gedragen wijze de raadszaal inslingerde. Twee tellen stilte. Een uitbundig applaus. Poëzie heeft draagkracht, dat blijkt maar weer. De talloze vrijkaartjes waarmee de raadsleden de afgelopen jaren cultureel werden bijgespijkerd zijn beslist niet vergeefs geweest. Want een beetje cultuur, daar hebben de politici niet van terug. Nu het nieuwe millennium echt van start is gegaan (ook zo'n gemiereneuk) is het tijd om de plasser op te bergen en het gezeik over (meer) geld voor cultuur te staken. Wie cultuur wil zal cultuur moeten zijn! De hele politiek is één groot toneelstuk; als je als inspreker een rol wilt spelen, doe dat dan vanuit hetgeen waarin je denkt bijzonder te zijn. Dus. De actie komkommer is geboren!

RJ. Rueb,
einde jubeljaar


RJ!

Inderdaad, de meeste politici hebben een heilig ontzag voor cultuur en cultuurdragers. Om niet te zeggen angst. Want kunst is een nat zeepje; je denkt dat je het te pakken hebt, maar het glipt telkens weer uit je vingers. En om deze badcel-vergelijking even door te voeren: het resultaat is dat je voortdurend over de grond grabbelt met je blote reet in de lucht. En zo'n positie is voor de paranoïde politicus niet comfortabel; hij heeft het gevoel dat hij elk moment gepakt kan worden. Weg van deze onsmakelijk scene!
Het grappige is dat die politieke achterdocht doorgaans wordt gemaskeerd door verdacht joviaal gedrag. Het verbaast mij niets dat de gemeenteraad uit zijn dak gaat als jij daar een gedicht declameert. Afgezien van de evidente kwaliteit van jouw werk, geldt voor de luitjes: houdt het ongeleide projectiel 'kunstenaar' te vriend!
Als ik in Nieuwspoort ben, elke donderdag, om voor de NCRV op radio 1 mijn columns op diverse politici af te vuren, dan komen ze handenwrijvend op mij af. 'Heb je weer wat leuks gemaakt?' lachen ze, terwijl ik ze godbetere al vijf keer in de pan heb gehakt. Graag laten ze zich om wille van de ijdelheid te kakken zetten: het Wim-Kan-heeft-mij-genoemd-complex. Maar uit niets blijkt dat ze je uiteindelijk serieus nemen. IJdelheid noch ontzag voor de kunst weerhoudt hen om in hun eigen financiële territorium met verve de rol van schrijftafelmoordenaar te spelen. Dan klinkt hun laatste claus: 'Het was een mooi stuk, maar het kost te veel geld.' Doek.
Hou me op de hoogte! Groetjes uit de hoofdstad,

Marcel Verreck,
begin 2001

© RJ. Rueb/Marcel Verreck 2001