Popmuseum

Enkele van mijn beste vrienden ­ toevalligerwijs twee broers ­ hadden vroeger tezamen tegen de drieduizend elpees. Ze waren bovendien nogal geïnteresseerd in Nederlandse popmuziek in het algemeen en de Haagse exponenten daarvan in het bijzonder. Ook verzamelden zij ­ of waren het hun zusjes? ­ met een haast ambachtelijke zorg krantenknipsels, artikelen, buttons, en wat dies meer zij over deze bandjes. Een dagje bladeren op hun respectievelijke jongens- en meisjeskamers en je had nóg maar de helft gezien. Laatst kwam ik ze weer tegen. "We hebben alles nog steeds op zolder staan," zeiden zij. "En we spelen er nog dagelijks mee."

Ook de huidige directeur van de Stichting Promotie is een fervent verzamelaar van Nederlandse popmuziek. Zijn ouwe jongenskamer ­ een fikse zolder ­ staat afgeladen met singeltjes, elpees en god weet wat allemaal. Hij verzamelt nog steeds verder.

Hoeveel van dit soort archiefjes is Nederland rijk? Het moeten er duizenden zijn. Want wie eenmaal begint te verzamelen, mag dan op een gegeven moment misschien de spirit van het verzamelen kwijt raken, maar de verzameling zomaar de deur uitkwakken is toch iets anders.

Nederland kent duizenden popmusea. En behalve de suppoost is er vrijwel niemand écht in geïnteresseerd. Maar toch moet er nu een popmuseum komen. Het liefst in Den Haag natuurlijk, want Den Haag is belangrijk. Toch heeft nog vrijwel niemand de vraag gesteld wat er dan zoal in het Popmuseum te zien zal zijn. Een klein voorproefje is komende mei in het Atrium te zien: een Golden Earring tentoonstelling. Met foto's, platenhoezen, krantenknipsels en misschien zelfs een paar geluidsfragmenten. De Earring zelf heeft al te kennen gegeven dat de expositie ze gevoeglijk aan hun reet zal roesten. Ze mogen dan inmiddels de Alzheimer-gevoelige leeftijd bereikt hebben, maar er is toch zeker niks mis met hun geheugen?

Het fenomeen Popmuseum vormt ook voor mij een raadsel. Ik ben in Graceland geweest, het officiële Elvis-museum, maar heb me daar stierlijk verveeld. Elvis had just left the building en na hem viel er niet veel meer te beleven. Wat wil het Nederlandse Popmuseum doen om publiek te trekken? Want wie zit er nu helemaal te wachten op nietszeggend fotomateriaal, algemeen bekende platenhoezen, de baardharen van de Earth&Fire-broertjes Koers, de tampon van Jerney Kaagman, de naalden van Herman Brood, het toupetje van Hans Vandenburg, de sarong van Andy Tielman, de partituren van Exception, het vet van Long Tall Ernie, de bakkebaarden van Thijs van Leer of de kist van WimBieler? Leuk voor die ene bezielde persoon op zijn zolderkamer misschien, maar om daarvoor nu naar een museum te gaan

Nee, een popmuseum is wat mij betreft beslist geen rock 'n roll!

© RJ. Rueb 2001