Houtrustzacht

Ik weet niet hoe het kwam, maar ik moest van de week plots aan Houtrust denken.
Heel vreemd, dat ik er ­ nota bene tijdens een heftige vrijpartij ­ zo maar opeens aan dacht. Ik kom vrijwel dagelijks langs dat gebouw en zie het amper meer staan. Ik heb er dan ook al jaren niets meer te zoeken. Er wordt geloof ik hard gelopen of ritmies gegymnastiekt voor mijn part, maar met dat soort bezigheden heb ik bij voorkeur niets van doen. Mijn gestel raadt het mij af. Sport verhoudt zich namelijk niet tot een lijf vol rook en drank. Da's pas slecht voor je rikketik, zegt men. En ik geloof ze graag.

Maar goed, tijdens een weliswaar iets minder boeiende fase van mijn geslachtsdaad doemde daar plots Houtrust op. Zomaar, het gebouw. Maar dan wel met een hele sloot mensen die in- en uitwandelden. Het was er druk, heel druk. En het regende. Het regende op drommen men-sen, die het schijnbaar niet deerde. Want de stemming zat er lekker in. Ik keek op mijn horloge en zag dat het 1980 was. Als dit Houtrust is en het is ook nog eens 1980, dan moet dit een flashback van de Haagse Beatnach zijn. Kan niet missen.

De dame onder me zuchtte zachtjes. En stopte met zuchten. Ik zuchtte. "Is er wat?" vroeg ze. "Houtrust," zei ik. Ze keek me vragend aan. "De Haagse Beatnach," verduidelijkte ik. "De Haagse Bietwát?" vroeg ze. Ze was te jong om zich het te kunnen herinneren. En daarbij kwam ze van het platteland.

"De Haagse Beatnach was een muziekgebeuren in 1980, waarbij nostal-gisch werd herinnerd aan de goede tijden van de Haagse beatmuziek, die toen ook alweer twintig jaar dood was," legde ik uit, "Tal van bekende muzikanten van middelbare leeftijd deden hun kunstje nog een keer en het was er heel gezellig. Mensen als Hans Vermeulen en zijn Sandy Coast, de Golden Earrings met een S, de Livin' Blues met en zonder hun leider (och, die lekkere langlopende ruzies), de Shoes, de Kjoe en Frans Krassenburg die van het podium lazerde, noem maar op." Het meisje keek me aan: "Nooit van gehoord allemaal. Lijken me ouwe kerels. Kunnen die hem nog wél overeind houden?"

Dat was waar ook. Zwaar vergeten. Ik was aan het neuken. Langzaam zette ik de pomp weer aan, maar welke spitsvondige posities ik ook innam, ik kreeg Houtrust niet meer uit mijn kop. Ik besloot haar te ontglippen toen er uit haar keelgat een licht gesnurk ontsteeg. Ik stapte uit het bed en slofte naar de plee. Vanwege een spontaan tekort aan toiletpapier had ik de Haagsche Courant in repen gescheurd en naast de pot gelegd. Niet dat ik mij vaker bezighoud met het lezen van het wc-papier, maar dit keer viel mijn oog op een bericht. "Sloop voor Houtrust nabij" kopte het strookje drukwerk. Opeens werd alles duidelijk.

Houtrust gaat tegen de vlakte en daarmee verdwijnt andermaal ­ na onder andere de Drie Stoepen, de Marathon, het Paladium, de OLS en het Paard ­ een Haags poppodium met een sterke historische waarde. En niemand die klaagt of protesteert. Hoeft ook niet, want de Houtrust is allang de Houtrust niet meer. Het is een leeggebloed stuk beton met slechts een nostalgische zweem en een schimmelluchtje. Iets waarvan niemand in Den Haag meer een stijve zal krijgen.
Maar toch, de Houtrust.

Hout Rust Zacht.

Voorgedragen in De Zwarte Ruiter, 20-11-2000 en uitgezonden op Radio West/Popstad #12, december 2000

© RJ. Rueb

Deze column is tevens 'omgezet' tot een gedicht