Geen column over Haagse popmuziek

Het is een groot misverstand te veronderstellen dat een column altijd ergens over moet gaan. Dat de columnist in kwestie noodzakelijk induikt op min of meer recente zaken die hem verontrusten, storen, ergeren of anderszins uit zijn hum brengen. Natuurlijk, een columnist zal de hem voor de voeten geworpen zendtijd of paginaruimte doorgaans grif benutten om optimaal gebruik te maken van zijn vrijheid van meningsuiting. En al even natuurlijk, om op te vallen zal die mening ongezouten moeten zijn en niet al te veel open deuren moeten bevatten. Als je op een podium mag staan, moet je natuurlijk wel je bek opentrekken. Zeker wanneer je door derden gevraagd wordt om op dat podium te komen staan en je bek open te trekken. Als je daarover nadenkt, dan wil het schaamrood nog wel eens tot hoog op de konen doorklunen. Waarom wordt de een wel gevraagd om zijn of haar mening publiekelijk rond te bazuinen en de ander, die wellicht ook een mening heeft die er toe doet, niet. Wat is de ene mening meer waard dan de ander tenslotte.

Het is niet zelden dat ik na het uitspreken of het publiceren van mijn columns gecomplimenteerd wordt met mijn zojuist te berde gebrachte mening. Dat is leuk. Zeker wanneer die mensen er aan toevoegen dat ik volkomen gelijk had. En dat heb ik nogal eens, als ik die mensen mag geloven. Maar als ik iets zeg waarvan andere mensen vinden dat ik daar gelijk in heb, dan vinden die mensen dat zelf dus ook. Waarom geven zij hun mening dan niet? Waarom stappen zij niet op de zeepkist? Gelukkig doen ze dat niet, want anders zou het wel heel erg schrapen worden in columnistenland.

Maar wat nu als een column helemaal nergens over gaat? Zijn de mensen het dan ook met mij eens? Stel nu eens dat ik door een radioprogramma als Popstad 12 gevraagd wordt om een column over de Haagse popmuziek te schrijven en dat ik dan vervolgens het podium op loop met een column die niet over de Haagse popmuziek gaat. Zou ik dan ook na afloop op instemmend geknik en schouderklopjes worden getracteerd? Of wordt mij dan gevraagd waarom mijn column nergens over ging? In dat geval zal ik ze moeten antwoorden, dat ik door bezigheden op andere fronten de afgelopen weken even niet bij machte ben geweest mij bezig te houden met de Haagse popmuziek. Niet dat ik geloof ik daarmee overigens al te veel gemist heb, want erg veel schot zit er niet in. Wel was ik aanwezig bij de veertigste verjaardag van Easy Meat gitarist Thijs Muus. Dat was heel gezellig, zo gezellig zelfs dat ik op een gegeven moment nog slechts met moeite mijn fiets overeind kon houden. Maar ja, schrijf daar maar eens een column over. Of dat ik mij twee dagen terugtrok in het verre Amsterdam om daar in Bellevue een podium van het Crossing Border Festival te presenteren. Maar dat gaat ook al niet over Haagse popmuziek, hoewel ik in de catacomben best nog wel een boeiend gesprek had met Hans Vandenburg, die bij die gelegenheid wel zijn mening over de Haagse popmuziek paraat had. Jammer dat Hans Vandenburg geen columnist is, anders hadden jullie zijn mening vast nog wel te horen gekregen. Nee, een column over Haagse popmuziek krijgen jullie vandaag niet van mij te horen. Maar ondertussen heb ik wel drie minuten zendtijd volgeluld en hebben jullie mij diezelfde tijd geanimeerd aan staan kijken. Dus ik zal toch wel een functie gehad hebben in het geheel. Nee, het is een zojuist verzonnen misverstand dat een column altijd ergens over moet gaan.

Voorgedragen in De Zwarte Ruiter, november 2000
en uitgezonden door Radio West / Popstad #12 , november 2000

© RJ. Rueb