Pop-in-pluche

Binnenkort geeft Earring-drummer Cesar Zuiderwijk met zijn percussiegroep Percossa een optreden in het Theater aan het Spui waarin hij een voorstelling brengt die in het gehele land uitverkochte zalen trekt. Dat zou in Cesar's 'hometown' De Haag toch ook moeten kunnen. Want de Golden Earring wordt ook in Den Haag nog altijd trots op handen gedragen. Dus als een kwart van de band in de persoon van 's Neerlands meest gewaardeerde slagwerkperformer in het hartje van cultureel Den Haag aantreedt voor een op voorhand al gegarandeerd spektakulaire show, dan zouden de kaartje toch de kassa uit moeten vliegen.

Hoe anders is de werkelijkheid. Waar de rest van dit land vanuit slaapzakken het moment van aanvang voorverkoop afwacht, daar werden in een maand tijd nog geen dertig kaartjes verkocht voor Cesar's Spui Performance. Goed, een percussieshow is de Earring niet natuurlijk, maar toch Cesar is wel degelijk Cesar.

De laatste jaren hebben steeds meer muzikanten ervoor gekozen om het traditionele podium in jongerencentra en/of café te verruilen voor de imposante setting van het theater. Het argument voor deze omschakeling is veelal te vinden in de intimiteit van de relatief kleinere en vooral rustigere theaterzalen. Voor veel ­ vaak wat oudere ­ muzikanten moet het een genoegen zijn om voor een cultureel publiek te mogen spelen. Een publiek dat kaartjes reserveert en daarvoor zonder mokken de portemonnee opentrekt. Om te mogen optreden voor een publiek dat naar de muziek luistert in plaats van er een gemoedstoestand uit te genereren. Geen lallende en hossende meute half beschonken headbangers meer, die over je versterkers heen kotsen, maar een bedaard doch zeer geïnteresseerd publiek dat vanaf met pluche beklede stoeltjes luchtigjes de voetjes laat meeveren op de matenbrij die gedoseerd versterkt van het podium rolt. Cultuur die geabsorbeerd wordt met een welwillend oor in plaats van heftig geëxalteerde emotie die door lijf, leden en vooral kloten heen snijdt. Rock 'n roll van achter een rollator, zou je haast zeggen.

De ontwikkeling is ingegeven door het enorme succes van de MTV 'Unplugged'-sessies, die zelfs de meest ruige hardrockgroepen ertoe dwongen met de billen bloot te gaan en te laten zien dat het maken van goede muziek uitsluitend voorbehouden is aan echt goede muzikanten. De trend was gauw gezet. De ene na de andere popgroep meldde zich bij het theaterburo aan en liet het reguliere poppodiumcircuit achter zich. Met succes vaak, maar zoals bij Cesar's projekt blijkt dus niet altijd. De vraag is dan ook of dit de juiste te bewandelen weg is. Of is dit de averechtse weg, die de popmuziek juist wégleidt van het wérkelijk geïnteresseerde poppubliek? Het publiek dat komt voor de kracht van de muziek en minder voor de geperfectioneerde schoonheid ervan. Want met die akoestische hype lijkt de popmuziek te zijn ontdaan van waar het werkelijk om draait: de kloten. Maar ja, hoe ouder je wordt, hoe minder je kloten er toe doen tenslotte. Daarom zal échte popmuziek wel altijd aan een jongerenpubliek blijven toebehoren. Te ongedurig voor een stille zit in het pluche en vooral wars van een voortijdige vasectomie. Ach wat it's only rock 'n roll...

Gepubliceerd in Uitpost Magazine, november 2000

© RJ. Rueb