Paard op een drafje

Een week of wat geleden had ik een afspraak met de directeur van het Paard. Zomaar, we kwamen elkaar tegen en trokken de agenda voor een biertje op de dinsdagavond. Het Paard, zo spookte het me door het hoofd, het Paard. Wat was dat ook alweer. Nou had ik niet zo gek lang geleden nog een zomertje werk gestoken in het documenteren van een kwart eeuw Paard-geschiedenis, dus ja: het Paard, dat zei me wel wat. Korsakov mag zijn werk in mijn hersenpan dan heftig gedaan hebben, onder de zoden lag ik nu ook weer niet.

Toch rinkelde er geen belletje van actualiteit. Het Paard is een tent die dicht is en wacht op heropening in een zaal, waarvan we nog maar moeten zien of die eenzelfde soort gevoel teweeg kan brengen. Het Paard is in een diepe winterslaap. In feite is er over het Paard op dit moment helemaal niets te melden.

Van achter het wederzijdse kelkje Duvel zaten de Paard-directeur en ik elkaar met al even wederzijdse vriendelijkheid te bejegenen. We mogen elkaar wel, want we hebben zakelijk niet veel met elkaar te maken. De Paard-directeur was destijds aangenomen om de schaalvergroting van het muziekcentrum aan te jagen en heeft zich inmiddels aardig van die taak gekweten. Het Paard is nu dicht en de schaalvergroting is in handen gekomen van eigenzinnige aannemers en de gemeenteraad die lijdzaam de opeenstapelende tegenvallers mag geduren.

"Waarvan ben je nu eigenlijk directeur?" vroeg ik hem. "Het Paard is dicht, je werknemers zijn gedetacheerd om programma's te maken voor Radio West of om kleine festivalletjes te organiseren op het Spuiplein. Je subsidie loopt lekker door en veel werk kan je eigenlijk niet meer verzetten. In feite zit de hele Paard-staf op wachtgeld. Te wachten op wat komen gaat en waarvan niemand eigenlijk nog weet heeft."
"Nee," sprak de directeur, zichtbaar tegen beter weten in, "het Paard is op hól. En we hebben het er maar druk mee. Festivalletje hier, radioprogrammaatje daar, en zelfs een echte nostalgische Paard-avond in Korzo."
"Peanuts," zei ik, een tikje arrogant. "Met een handgeld zoals het Paard in zijn winterslaap krijgt toegeschoven, kan iedereen toch drie bandjes boeken voor op het Spuiplein of voor in Korzo. Je bent gewoon de tijd aan het doorkomen."

De Paard-directeur dook in zijn Duvel en zweeg. Ik voelde de aandrang om hem te vragen wat hij zelf nu zoal de gehele dag aan het doen was, maar wist dat ik hem niet op de situatie mocht aanvallen. Hij had nu niet bepaald een draf- en renbaan. Hij was aangesteld om de metamorfose te begeleiden en had zich prima van die taak gekweten. Dat het allemaal wat langer zou gaan duren had hij zich ook niet kunnen indenken toen hij de nieuwbouwcontracten ondertekende.

Ik vroeg mij af waarom wij hier zaten, waarom wij voor deze afspraak eerder zo opzichtig de agenda's trokken.
"Het is maar een idee," sprak de directeur tenslotte, "maar je moet er maar eens over nadenken. Over een boekje over de Paard-Op-Hol periode."
"Dat heb ik al klaar," zei ik en overhandigde hem een onbeschreven bierviltje. "Ik moet alleen nog wederhoor toepassen op de aannemer."

We rekenden af en verlieten het café. Terwijl ik mijn auto startte zag ik hem gebogen de nacht inschuifelen. Als een jockey zonder zadel van een Paard zonder stal.

Uitgesproken in Zwarte Ruiter, 11 september 2000
Uitgezonden door Radio West Popstad nr.12 d.d. 22 september 2000

© RJ. Rueb