Kankeronderzoek

Recent volksonderzoek heeft deze zomer uitgewezen dat er in Den Haag beduidend minder gekankerd wordt. Hoewel er nog altijd wel genoeg ergernissen aanwezig zijn om het groen-gele karakter der ingezetenen op de juiste kleur te houden, kwamen de onderzoekers toch tot de konklusie dat de gemiddelde Hagenaar een stuk tevredener is met de gang van zaken in zijn stad. In vergelijking tot wanneer blijft even in het midden.

Nu woon ik al een slordige 40 jaar in Den Haag en ben dus gewend aan gevoelens van onvrede en een, sterk daarmee samenhangende, heftige aandrang tot kankeren. En daarin sta ik beslist niet alleen. Als Hagenees kom ik nogal eens met lotgenoten in kontakt en geloof me, er zijn er maar weinig die niet iets zinvols te kankeren hebben. Met de aanhoudende ergernissen in de stad, waar tot dusver nooit iets anders mee gedaan is, dan smalend aanhoren dat ze er tot ergernis van velen zijn, is het natuurlijk niet zo vreemd dat het gekanker bepaald niet van voorbijgaande aard is.

Het is dan ook opvallend dat de onderzoekers mij in deze niets gevraagd hebben. Of misschien hebben ze dat wel, want ik word wel vaker lastig gevallen door mensen die naar de bekende weg vragen. Wellicht was mijn stortvloed van kritiek op de misbaksels in het gemeentebeleid, de haperende waterhuishouding die zich vooral openbaart op plekken waar de Haagse Beek geacht wordt vrolijk boven het maaiveld uit te spuiten, de valkuilen en massagraven die de stad zo struktureel ontsieren en de arrogantie van de verantwoordelijke wethouders en grootkapitaalbezitters zo veelomvattend, dat de onderzoekers deze schat van documentaire informatie niet konden verwerken in de aankruisvakjes op hun onderzoeksformulier.

Misschien haakten ze zelfs al gelijk af, nadat ik hen mijn met vierletterwoorden omfloerste ergernis aangaande hun prangende behoefte tot het mensen-lastigvallen-met-onnozele-vragen had kenbaar gemaakt.

Maar zoals gezegd: mij werd niets gevraagd. En dat kan wel eens de insteek geweest zijn van dit vanuit de gemeente geïnitieerde en daarom volstrekt overbodige onderzoek. Want als zo vaak is de uitkomst van het onderzoek in eerste instantie beoogd als instrument om het eigen, valse imago mee op te poetsen. Niet om de pijnlijke werkelijkheid in beeld te brengen. En zoiets gaat er in de zomertijd bij de per definitie kritiekloze Haagse media natuurlijk in als een komkommer.

Gepubliceerd in Uitpost Magazine, oktober 2000

© RJ. Rueb