Amazing Discoveries

Iedereen kan dakloos worden. Het is een cliché, een plichtmatige dooddoener, die ik al enkele jaren bezig in een poging om enige nuance aan te brengen in de wijze waarop sommigen nog tegen het fenomeen dakloos aan plegen te kijken. Om aan te geven dat daklozen mensen zijn als jij en ik en geen buitenaardse wezens, die maar beter te mijden of te ontkennen zijn.

Iedereen kan dakloos worden, zei ik tegen een vriendelijke jongeman, die mij meende te moeten vertellen dat hij wel wist wat dakloos-zijn was, omdat hij laatst met een zwerver had gesproken en dezelfde dag nog zijn eigen fiets zonder morren had teruggekocht van een junkie.
"Neem mij nou," voegde ik er aan toe. "Ellende thuis, gevlucht, op zoek naar mijn waarheid, een waarheid, de waarheid. Ik word er gek van. Ik voel me gek worden. Ik ga twijfelen aan mijn waarheid, aan mijzelf, aan wie ik ben en wat ik denk. Ik voel me leeg en ervaar een verlammende machteloosheid. Ik heb het geluk van vrienden, die mij hun lege kamers aanbieden. In feite ben ik al dakloos. Alleen heb ik mijn zelfstandigheid nog. Maar als ik definitief doorsla in mijn twijfel en de fout maak op te geven"
"Da's hypothetisch gesproken," zegt de jongeman.

Enige tijd geleden heb ik hét gedaan: mij door een reclameboodschap op één van de commerciële zenders laten verleiden tot het doen van een aankoop. 'Nee, werkelijk! Het is fan-tás-tisch!' zei de vrouwenstem met het Amerikaanse accent, die de beelden nasynchroniseerde. 'Ik kan 't gewaun niet ge-lau-ve! maar 't is écht waah!'. Op het beeldscherm dansten vier modelkinderen vervuld van kinderplezier op een groene brok matras. Breedlachend en apetrots stonden de nagesynchroniseerde vrouw en haar strakgekapte televisiepartner erbij en zij klapten in hun handen. Dit gezin kende het ultieme geluk, zo luidde de boodschap. Want dit gezin had een AEROBED!!!!! Omdat ook mijn gezin wel wat geluk kon gebruiken, draaide ik het door het beeld flitsende telefoonnummer. Twee dagen later stond hij voor de deur. Een knapzak vol gezinsgeluk. Een wer-ke-lijk fán-tás-tisch luchtbed, dat in één minuut gevuld was en in slechts 15 seconde weer leegliep. En dat alles met niets meer of minder dan een druk op de knop. Een gemotoriseerde zeepbel die je overal, altijd en steevast naar tevredenheid kon inzetten om je gelukzaligheid te bezorgen. En ik moet toegeven: als je de stekker in het stopkontakt stopt en de electromotor luid brullend in beweging zet, dan gaat er een haast orgastische rilling door je lijf. Een slap vel plastic vult zich voor je ogen tot een snikkelhard en spannend matras, waarop je gaat liggen om niet meer overeind te komen. Weer een schisma weg: je kunt best van de TV-reclame kopen zonder dat je je bekocht voelt. Dingen zijn niet altijd zoals je denkt dat ze zijn.

Ik ontrolde mijn Aerobed op het driehoog-achter logeerkamertje in spé, dat één van mijn vrienden al jaren van plan was af te werken. (Alleen nog een verfje, een lampje, een gordijn). Ik duwde de stekker in het stopkontakt en de electromotor pompte de plastic zak vol. Mijn bed. Het was het enige object in de lege kamer. Het bed en mijn campingtas met schone onderbroeken. Ik ging liggen, rookte een sigaret en realiseerde me dat als ik een aspunt op dit matras zou laten vallen, er gelijk een gat zou ontstaan. Leegloop. Ik overdacht mijn vertrek uit de geborgenheid van het huisje-boompje-beestje gevoel van mijn eigen gezinshuishouding. Leegloop. Ik overdacht mijn twijfel. Leegloop. Mijn emoties. Leegloop. Hier lagen wij: mijn leegloop en het nog volle luchtbed in een onafgewerkt, leeg zolderkamertje; mijn thuis voor onbepaalde tijd. Mijn daklozen-huis.

Ik realiseerde me te verzwelgen in mijn eigen werkelijkheid, mijn probleem. De valkuil die kan leiden tot échte dakloosheid. Ik keek de jongeman aan en beaamde de naïeviteit van zijn onschuld. "Ja, da's hypothetisch gesproken..."
Dakloosheid is niet waar je bed staat. Dakloosheid is waar je hoofd woont.

Gepubliceerd in Haags Straatnieuws, juli 2000

© RJ. Rueb