Voetbal United

Het moest er eens van komen: een EK in eigen land. Want Nederland telt nu eenmaal mee in Europa. Dat kan je van België niet zeggen, maar goed: ruimhartig als de Nederlanders zijn, konden ze die gehalveerde organisatiekosten natuurlijk goed gebruiken. Maar over Nederland wil ik het niet hebben en over België al helemaal niet. Eigenlijk wil ik het ook helemaal niet over het EK hebben of over voetbal, maar het stond nou eenmaal in m'n kontrakt. Over voetbal moet je het namelijk helemaal niet hebben. Voetbal moet je naar kijken. Of niet, als je niet van voetbal houdt.

Maar is kijken naar voetbal wel zo interessant? Wat zie je nu eigenlijk? Een flink aantal volwassen kerels in korte broekjes, die zich uit de naad hollen over een grasveld met als enige reden een balletje in een doel te schoppen of juist te verhinderen dat een ander datzelfde doet. Kinderachtig dus, maar misschien wel daarom wel degelijk iets om naar te kijken.

Ik vraag mij weleens af ­ tijdens de vele dodelijk saaie wedstrijden die dagelijks twee keer drie kwartier lang mijn televisiescherm vullen ­ dan vraag ik mij weleens af waarnáár ik nu eigenlijk kijk. Van de anderhalf uur waarin die bal rolt, is er in het beste geval misschien twintig minuten werkelijk iets te zien: een knappe actie, een doelpunt, een jammerlijk gemiste kans, een fraaie doodschop. De rest van de tijd gaat voorbij met dode spelmomenten, het tactisch betasten van de tegenstander en suf op en neer getik. Als een Duitse doch nagesynchroniseerde softsex film op SBS6. Stomvervelend en dodelijk saai.

Toch kijk je ernaar. En blijf je ernaar kijken. Omdat je wilt weten hoe het afloopt. Wie er wint. Of die ene ploeg er misschien toch nog in slaagt om in het laatste half uur die 4-0 achterstand weg te werken. Of dat ze zich verliezen in onsportief spel en een niet te versmaden veldslag beginnen. Zeldzaamheden, maar ze komen voor. En waarom niet net in deze wedstrijd. Stel je toch eens voor dat je dat per ongeluk wegzapt.

Ik kijk inmiddels al zo'n dikke dertig jaar naar voetbal en ik blijf kijken. Met het verstand op nul, maar alert op iedere verhevenheid. Als een ornitoloog die uren in het dauwnatte gras schuilt om dat ene zeldzame kutvogeltje te kunnen zien opfladderen. Want het zijn die sporadische zeldzaamheden die het voetbal tot kijkfenomeen maken. Die schaarse en altijd onverwachte momenten van perfectie, die zich manifesteren in die waanzinnige goal, die achteloze beweging, dat kleine stukje kunst in het menselijke kunnen.

Dan kan voetbal emotioneren. Dan maakt voetbal die aperte oergevoelens los, die het leven zin geven. Dan is er een onweerbarstige erotiek die je overmeestert. Het is dan ook niet zelden dat ik met een stijve lul langs de lijn heb gestaan als Cruyff weer eens iets magistraals uit zijn kicksen toverde. Spontane orgasmes bij de snikkelhard ingeschoten strafschoppen van Neeskens. Om van Piet Keizer maar te zwijgen. Zijn schaar was een kunststuk op zich; een esthetisch hoogtepunt, dat zelden meer langs de velden kan worden aangetroffen. Met een onbegrijpelijke, haast bovennatuurlijke balgevoeligheid schaarde Keizer zich een weg langs een schier oneindig aantal verdedigers. Tsjeu la-Ling wilde nog wel eens met Haagse arrogantie een poging wagen, maar dat was al een nabootsing en boven-dien op rechts, dus een stuk minder imposant. Er kan er maar eentje keizer zijn tenslotte.

Ik heb veel van Keizer's scharen mogen bewonderen. En elke keer weer bezorgde zijn manier van passeren mij een moment van onbevangen genot. Piet Keizer was een kunstenaar. Een kunstenaar met ballen.
Toch kende dit moment van extase voor mij een zo mogelijk nóg erotiserender voorgeschiedenis. Er was namelijk een tijd dat ik met rode oortjes aan de radio gekluisterd lag wanneer Piet Keizer speelde. Aan het woord was radio-reporter Theo Koomen ­ god hebbe zijn ziel ­, die met zijn woorden kon betoveren en Keizer's schaar in mijn beleving had gesublimeerd tot een ongrijpbare beweging van al even ongrijpbare schoonheid. Keizer's schaar was in Koomens verslag van een dermate onbetwiste hemelsheid, dat hij wat voor eeuwig in de een of andere onaantastbare rotswand gekerft zou moeten worden, zodat nog vele generaties én specimen na ons met verbijstering kunnen blijven konstateren, dat er láng voor hun tijd reeds een fenomenale expressieve beschaving was. Keizer's schaar voor de eeuwigheid!
Toen ik laat genoeg op mocht blijven om zijn ongelooflijke schaar op het zwart-wit bakkie in beeld gebracht te mogen zien, beleefde ik mijn eerste voetbal-orgasme. Er zouden er velen volgen. Zoveel zelfs dat mijn latere vrouwen er jaloers van werden. Maar die kwamen op hun beurt weer klaar bij bokswedstrijden.

Ik ben al tijden niet meer aan mijn gerief gekomen bij voetbalwedstrijden. En dan ga je je ­ als man ­ toch vragen stellen. Ligt het aan mij? Of is het voetbal niet meer kinky genoeg om mij mentaal op te wrijven. Of is het vlees in de kuip wellicht bedorven? Ik ben er eens nader naar gaan kijken en kwam tot de konklusie dat het niet aan mij lag, maar aan het voetbal. Het speelse was verdwenen, het ondeugende, het wulpse van de beweging, het onberedeneerde van de handeling, de snaakse lach, de humor. Dit zijn geen sportmensen meer waarnaar ik kijk, dit zijn sufgeprogrammeerde machines die systemen uitvoeren en die volgepropt zijn met software, die hen sneller maakt en beter en berekenender. Er is geen tijd meer voor een lach, noch een aanleiding. Zodra de huidige voetballer verslapt, kost dat geld.

We kijken niet meer naar clubs die elkaar sportief bestrijden, maar naar elkaar op het scherpst der snede beconcurrerende bedrijven. Bedrijven die moeten scoren om de begroting voor het volgende jaar op te kunnen krikken en investeringsruimte te creëren.
Winst is winst en verlies is fataal.
Ik ben persoonlijk nog nooit klaargekomen op andermans bedrijfsresultaten.

Waarom kijk ik dan nog steeds naar voetbal? Omdat er nu eenmaal voetbal wordt uitgezonden. En omdat ik nog altijd hunker naar bevrediging. Honderdvijftig uur staan ons te wachten bij alleen al de NOS alleen. Honderdvijftig uur op de tribune naast de KPN als supporter en Nationale Nederlanden als slot op de deur. Honderdvijftig uur vol analyses door deskundig doodprater Kraay, onzinnig orakelende Cruyff en slomo Spelbos. Futloos nagepraat met Mulder, Barend en Van Dorp en nu ook al Paul de Leeuw. Honderdvijftig uur ergernis aan Frank Snoeks. Telkens onderbroken door spotjes waarin voetballers hun bedrijf aanprijzen met acties die je ze tegenwoordig op het veld niet meer ziet maken.

Het EK mag dan in eigen land zijn, maar de bal rolt op TV. Zoals bij alle voorgaande EK's en WK's, waar ook ter wereld. Niets zullen we er meer of minder door merken, behalve dan dat er nóg meer over geluld wordt. Het worden zware tijden.

Ik denk dat ik maar op vakantie ga en met mijn wereldontvanger op een ver strand ga liggen wachten op het sublimerende en zinneprikkelende enthousiasme van de geest van wijlen Theo Koomen. In de hoop daarmee eindelijk weer eens mijn wellustige levenssappen te kunnen rondsproeien op veilige afstand van deze dolgedraaide, oranjegetinte massahysterie.

Uitgesproken t.g.v. Hard Gras Festival / Versus United
(1 juni 2000, Doelen Rotterdam)

© RJ. Rueb