Walkman

Wellicht is dit voor sommigen een vervelende mededeling, maar helaas uw komst naar dit debat is verloren tijd. De vragen en stellingen die hier vandaag geponeerd worden zijn zo oud als de weg naar Rome en de antwoorden zijn allang gegeven. Voor zover er antwoorden zijn dan. Deze gespreksronde herhaalt zich zo'n beetje iedere vijf jaar. Wat u vandaag zult beleven is een zoveelste staaltje van de zaaddodende praatcultuur, die zich in Den Haag maar al te vaak manifesteert.

Het zal vijf jaar geleden zijn geweest dat ik werd uitgenodigd om aanwezig te zijn bij een intieme discussie aan de grote ronde tafel van het Paard. Hoewel ik zelf beslist niet tot de groep behoorde, was die dinsdagavond de gehele Haagse popscene aangeschoven. Uiteraard met uitzondering van de muzikanten zelf. Want wat kan die het tenslotte allemaal rotten?

We waren bijeengekomen om te praten over hoe het nu allemaal verder moest met de Haagse popmuziek. In het rondje Opinie klonk veel geweeklaag: het gaat slecht met de Haagse popmuziek, er zijn te weinig podia, er is te weinig geld, er zijn te veel klagende buurvrouwen, het Paard doet te weinig, de politiek weet van niets. Het is allemaal niet eerlijk, O nee! Ik hoorde het met knarsende tanden aan. Als vaste agendamaker van het toentertijd legendarische blad DOEN wist ik wel beter. Het kostte me maandelijks vele uren zweet om al die her en der in de stad optredende popmuziekgroepen een plaats te geven in de agenda. Het waren er domweg zo véél en je kon je kont niet keren of er brak er weer eentje door. Er was helemaal niks mis met die Haagse popmuziek!

Tijdens de zitting werd besloten het Haags Overleg Popmuziek op te richten ­ het HOP ­ waarin de Haagse popscene zich als één man zou gaan opstellen om 'de dingen voor mekaar te krijgen'. Al gauw bleek het een praatcultuur, waar slechts weinig saamhorigheid in aan te treffen was. Waar het in de groep wérkelijk over ging, was iets geheel anders: eigenbelang. Het initiatief was genomen door het HPC en het Paard en aan tafel zaten verder onder meer Musicon en de OLS. Het HPC wilde meer subsidie om meer te armslag te hebben. De hete adem van commerciële concurrent Musicon werd ernstig in de nek gevoeld. Musicon wilde ook subsidie, want wat was het nu eigenlijk minder dan het HPC. Het Paard wilde vooral hulp bij het door de kerk jagen van de kogel, die een gat moest schieten in de beslissing over een nieuwe zaal. En OLS wilde, ondanks een struktureel gebrek aan geïnteresseerd publiek, alleen maar blijven bestaan.

Nadat vrij kort achter elkaar de individuele doelen bereikt waren (met uitzondering dan van de OLS) viel het HOP al snel in duigen.

En nu zitten we hier weer. Met vier weeklagerige stellingen. Want het gaat weer eens slecht met de Haagse popmuziek. Er is dan weliswaar een ware opleving aan de gang, maar die is tot stand gebracht óndanks de Haags popfaciliteiten, stelt één der vier stellingen van onderhavige discussie. Wat hiermee precies bedoeld wordt is mij een raadsel. Een opleving van de Haagse popmuziek, da's toch juist goed? En als het goed gaat met de popmuziek zonder dat de faciliteiten daar een rol bij hebben gespeeld, wat is dan de meerwaarde van die faciliteiten? Tot zover stelling 1.

Dan stelling 2: 'de Haagse popmuziek wordt gedomineerd door blanke mannen'. Nou én! Wat is dáár mis mee? De hele wereld wordt gedomineerd door blanke mannen. Daarbij is de Haagse popmuziek haast per definitie teringherrie en die muziek wordt nu eenmaal alleen maar gemaakt door blanke mannen. Als je wat meer om je heen zou kijken en ook wat donkerdere popmuziek zou meerekenen, dan ziet het er alweer een stuk gekleurder uit met de personele bezetting. Alleen wil het Haagse popmuziekpubliek (dat vooral bestaat uit blanke mannen) op zijn vrije avond helemaal geen roedel rusteloos rondrappende negers op het podium zien. Hij komt tenslotte voor die bak Haagse herrie. Dus dat is wat hij krijgt van de podia, die in Den Haag popmuziek programmeren. Dat heet marktwerking. En marktwerking is doorgaans een blanke mannen-aangelegenheid.

Stelling 3: 'Eén Paard is niet genoeg voor de Haagse popstal'. Dat brengt mij tot de vraag: wat merken we er eigenlijk van dat het Paard dicht is? Laten we wel wezen: één paard is altijd beter dan geen paard. Maar twee paarden? Ik zou zeggen: laat ze eerst maar eens proberen die nieuwe zaal tot op een rendabel niveau te vullen met publiek. Want de concurrentie van de rest van de podia zal moordend zijn, met al dat Haagse poptalent dat zich daar dag in dag uit presenteert.

Tenslotte stelling 4: de Haagse politiek weet niets van popmuziek. Dat is niet alleen een understatement, maar bovendien een joekel van een open deur. De Haagse politiek weet namelijk helemaal nergens iets vanaf. Behalve van balken om geld overheen te smijten. De politiek weet ook niets van tramtunnels, van spuitende fonteinen, van losliggende stoeptegels, van welzijn, van cultuur, van industrieel erfgoed.

Maar goed, het gaat hier vandaag over popmuziek. Muziek moet je naar luisteren, daar moet je niet over praten. Dus geachte aanwezigen, dit is het moment om uw walkman op te zetten en eens lekker achterover te leunen. Laat de blanke mannen aan de tafel maar lekker praten, het gaat uiteindelijk toch allemaal nergens over.

En muzikanten in Den Haag: ga toch spelen. Als je dat goed genoeg kunt, dan kan je overal terecht. En met een beetje mazzel en een goede PR word je er ook nog beter van.

(uitgesproken t.g.v. het Haags Pop Debat, 26 mei 2000)

© RJ. Rueb