Rondom het middaguur vertrekken we met de jeep, de pick-up en de taxi vanaf het hotel, om naar een plek te rijden ergens in de woestijn waar de kamelentrek zal beginnen. Een eindje na de politiepost duikt de groene jeep weer op en wordt er weer overgestapt. Ik begrijp nog steeds niet veel van deze truc, maar ik meen dat er iets mis is met de rijbevoegdheid van de jeepchauffeur...?
De rit duurt gelukkig niet zo heel lang, en na een poosje rijden over zandvlaktes komen we aan op een hele mooie plek bij een klein zandduin met wat zandstenen formaties.
Vlak voordat we uitstappen gooi ik alvast mijn kleine rugzak naar buiten schuin achter de jeep. En net ben ik uit de jeep gesprongen, als de jeep weer in beweging komt, en eerst een klein stukje achteruit rijdt, om daarna een stukje verderop te parkeren. Ik roep een heel erg lelijk woord want volgens mij reed die vent daarnet over mijn rugzakje heen... ! Met daarin enkele breekbare zaken zoals mijn gewone bril, mijn walkman en mijn camera.
Gelukkig blijkt na een korte inspectie dat de jeep slechts over een schouderband is gereden. Pffffffffff........
Als ik van de schrik ben bekomen zie ik pas echt hoe mooi dit plekje is. Volgens Magdy is het zandduin goed te beklimmen via de niet zo steile achterkant, te bereiken langs een kleine route om de zandsteenrots heen. Vrijwel meteen volg ik zijn advies op, blij als ik toch wel weer ben mijn benen te kunnen strekken na de hobbelige rit door het zand.
Binnen tien minuten zit ik op de kam van het dertig meter hoge zandduin in het zonnetje te genieten van de omgeving. Als de meeste anderen eveneens verschijnen, daal ik met grote stappen via de steile kant weer af.
De eerstvolgende twee uurtjes brengen we voornamelijk door met nietsdoen. Beetje lezen, beetje walkman luisteren, praten, spulletjes op orde brengen.
Ik beklim nog even die mooie zandrots iets verderop. Daar vandaan heb je weer een mooi uitzicht op het zandduin en het kamp, beschenen door de zon die inmiddels ook alweer een stuk lager aan de horizon staat.
Onze laatste daad bij daglicht vandaag, is een korte wandeling naar de andere kant van de wadi, zoals een vallei wordt genoemd in het Arabisch. Daar komen we bij een echte bron aan. Door Ishmail, onze gids, wordt een emmertje water geput. Ik drink er van, een beetje gokkend op een gezonde zuiverheid. Het smaakt heel zacht, alsof je uit een glas drinkt waar zojuist eerst melk in heeft gezeten. Nu maar hopen dat ik er niet ziek van word.
De groep Bedoeienen die ons gaat begeleiden bestaat uit zes man, en er zijn acht kamelen beschikbaar. Ik ken ze niet allemaal van naam. Ze zijn zojuist wel aan ons voorgesteld maar ik ben de meeste namen al weer vergeten... Ik ken eigenlijk alleen onze gids van de wandeling, en de leider van deze groep heet Abdellah.
Het eten smaakt best, en na het eten is het nog lang gezellig rondom het kampvuur. Er is bijna altijd wel thee, en daar drinken we dan ook heel veel van.
Ikzelf drink dat met lekker veel suiker. Daar is meer dan genoeg van, want de Bedoeienen hebben diezelfde gewoonte.
Een van de Bedoeienen doet een poging om wat spulletjes te verhandelen. Wat snuisterijen zoals kettinkjes, hangertjes en mooie dwarsdoorsneden stenen. Maar ook hoofddoeken ("Arafat") en jallabya's, de bekende lange katoenen gewaden, meestal wit, die mannen dragen in veel Arabische landen. Arie toont wat lichte belangstelling, en in een mum van tijd is Arie getooid met een hoofddoek, en is een jallabya om zijn schouders gedrapeerd. Cieleke krijgt eveneens een doek om haar hoofd. Om de lol compleet te maken, wordt Arie voorzien van een zonnebril, en lijkt zo precies op een rijke oliesjeik.
Het is gezellig bij het kampvuur, en ik blijf vrij lang aanzitten. De plek die Sander en ik voor dit kamp hebben uitgezocht als slaapplaats, blijkt vlak naast het kampvuur te liggen, een beetje ongelukkig uitgekozen. De volgende keer zal ik er beter op letten dat we iets rustiger en minder in de weg zitten.
Het is overigens wel een van de betere plekjes, omdat het enigszins beschut ligt achter een paar rotsblokken en een doornbosje. Het waait een klein beetje, en zo liggen we precies goed voor een onbezorgde nachtrust. Ook de komende nacht slapen Sander en ik weer als enigen onder de blote hemel. De uitgespreide tent doet weer-dienst als royaal extra grondzeil.
We maken een klein foutje: we liggen verkeerd om met onze slaapzakken. We liggen met onze hoofden in de richting van de wind, en zo komt er een klein beetje tocht langs onze nekken in onze slaapzakken. Door wat dieper weg te duiken, en met wat aantrekken van een paar koordjes los ik dit probleem alsnog op. Ik hoop dat het vannacht niet harder gaat waaien....
De volgende morgen word ik al om 5 uur wakker. Ik blijf nog een half uurtje liggen. Enkele van onze Bedoeienenbegeleiders zijn al in de weer met water koken en deeg maken voor het verse brood wat ze straks zullen gaan bakken.
Ik heb mezelf gisteren voorgenomen om voor zonsopgang het zandduin te beklimmen, indien ik op tijd wakker zou worden. Dus dat doe ik dan ook. Ik beklim het duin deze keer van de steile kant, de meest direkte weg.
Ik doe het in een vrij stevig tempo, wat in het begin al vrij snel erg zwaar is. Het laatste stuk wijk ik een stukje naar links uit, daar is het zand voorzien van een dunne harde zandkorst, en daar gaat het lopen wat gemakkelijker indien ik mijn voeten zo plat mogelijk neerzet. Wanneer ik na twee minuten boven kom, ben ik net niet buiten adem. Met een zere keel van het hijgen plof ik wijdbeens bovenop de richel neer.
Het is een grappig gezicht om te zien dat de meesten nog in hun slaapzakken liggen, sommigen slapen misschien zelfs nog. Nadat de zon is opgekomen wacht ik tot ik het lekker warm heb gekregen, en alle anderen ook zijn opgestaan. Dan ren ik met grote stappen naar beneden.
Vandaag gaat het dan echt gebeuren. Het trekken door de woestijn, te voet. Met onze Bedoeienen en hun kamelen vormen we een "echte" kleine karavaan. Met enige spanning volgen we het beladen van de kamelen. Gaat al die rommel met die acht kamelen mee? Hoe zullen ze mijn spullen opladen, doen ze er wel voorzichtig mee?
We vertrekken iets eerder dan de kamelen en hun begeleiders. We zijn al aardig vroeg op weg, maar al gauw begin ik ontzettend te zweten. Moet ik nog wat wennen? Ik loop ook al gauw achteraan, maar dat komt meer doordat ik soms even stilsta om een foto te maken of op mijn gemak om me heen te kijken. Tevens krijg ik op deze manier de gelegenheid om de rust van de woestijn in mij op te nemen. Als je tussen alle anderen loopt is daar geen mogelijkheid toe, iedereen is druk met elkaar in gesprek.
Ergens in een soort kleine inham van een grote wadi is onze lunchplek. We zien hier tevens onze kamelen weer terug, ze komen een kwartier na ons aanlopen. Ze hebben een meer direkte route gelopen, wij zijn in een soort halve cirkel hier naartoe gewandeld. Een handig systeem, zo zou het de komende dagen ook veelal worden uitgevoerd.
Tijdens de stops, zoals bij de lunch, is het zaak om een lekker plekje in de schaduw te zoeken, want de zon brandt onbarmhartig. Het is niet zozeer bloedheet, maar de straling van de zon maakt dat je haast instinctief de zon vermijden wilt.
Het terrein waar we overheen lopen is afwisselend, net zoals met de wandelingen die we tijdens de tweedaagse jeepsafari maakten. Het is vaak voortdurend zoeken naar een harder gedeelte van de zandvlakte. Meestal is dat wel te vinden, maar soms moet je een heel stuk door mul zand. Het lekkerst loopt het natuurlijk over rotsachtige bodem, of over ietwat aangestampte kiezelvlaktes.
Na de lunch komen we door een soort licht oplopende zandgeul, die aan de bovenkant uitkomt op een schitterende vlakte. Links verrijst er een zeer imposante wand van zandsteen van wel een meter of tachtig hoog, en in de verte zijn wat kleinere zandsteenformaties te zien.
Ik blijf even stilstaan, en kijk toe hoe mijn reisgenoten verder trekken richting de zandsteenwand. Nu pas zie ik echt goed hoe indrukwekkend deze wand is.
Vlakbij de wand rusten we even uit bij een van de kleinere rotsen, die een aantal van ons ook even beklimmen.
Ik hoor Arie schreeuwen, hij probeert de echo uit. Nou, zo te horen galmt het behoorlijk hier, wat een kabaal!
Ons kamp voor vandaag is een paar kilometer verderop gelegen. Wandelend tussen nog een aantal zandsteenformaties, en door veel plekken mul zand, komen we op een grote zandvlakte die voor mijn gevoel wat hoger ligt dan waar we tot nu toe hebben gelopen.
Opeens zijn we allemaal aan het hout sprokkelen. Het is verbazingwekkend hoeveel kleine dode takken er verspreid liggen in de woestijn. Soms ligt er echter niet zo heel veel, en plukken we van een van de meestal in ruime getale aanwezige bosjes wat dood hout. Er is echt altijd genoeg, en volgens Magdy - en de Bedoeienen - is er sowieso in de Sinai genoeg brandhout, omdat er zo weinig mensen wonen, en er in deze woestijn nog behoorlijk wat groeit, en soms bloeit! Ik vraag me alleen wel af of dat straks niet eens zal veranderen met al die toeristen hier, het toerisme is de laatste jaren enorm toegenomen.
We komen de sporen van onze kamelen tegen, en weldra zien we ze ook ergens aan de rand van de vlakte. Daar slaan we bij zandrotsen ons kamp op. Er is een soort kleine geul in de rotsen gesleten, die kan prima dienen als plek om beschutting te zoeken tegen de zon. We drinken sloten thee, en het kamp wordt ingericht. Wederom zetten Sander en ik onze tent niet op.
Wanneer het donker begint te worden, komt vlak nadat de zon net is ondergegaan de maan op. Volle maan vannacht!
Dat het hier iets hoger is gelegen, is te merken aan de temperatuur, want het lijkt wel een ietsje kouder.
De omgeving wordt door het felle maanlicht prachtig verlicht, maar er zijn weinig of geen vallende sterren te zien. Tja, je kunt niet alles hebben...
De volgende morgen vertelt Sander mij dat hij 's nachts iets heeft zien rondsprinten bij ons hoofdeind. Waarempel zie ik wat verse sporen in het zand; gelukkig lijken het geen slangensporen te zijn.
Dan zie ik een grote kever; misschien zijn daar de sporen van?
We gaan op weg om de Jebel El Barga te beklimmen. Dat schijnt NIET de berg te zijn die in de reisbeschrijving van Baobab wordt genoemd, dus we hoeven niet het laatste stuk met een touw omhoog te klimmen. Een paar dagen geleden, in Catharina, op de avond voor de beklimming van de Mozesberg, heb ik met Magdy daar een verwarrende discussie over gehad. Volgens hem zijn er twee bergen in de Sinai met min of meer dezelfde naam, alleen spreek je ze net iets anders uit of zo. In ieder geval, de berg uit de reisbeschrijving zit niet meer in het programma, want die was opgenomen in de NORMALE variant van de woestijntrek. Wat wij nu aan het doen zijn, is de ZWAARDERE variant - in de beschrijving wordt gesteld dat in goed overleg voor een iets zwaardere, maar mooiere route kan worden gekozen. Volgens Magdy is de reisbeschrijving dan ook niet meer up-to-date.
We lopen eerst een stukje om de berg heen, en beginnen aan de achterkant aan de klim. Aanvankelijk lopen we over een soort paadje, maar al vrij snel moeten we ons een weg banen door een met kleine en grote rotsblokken bezaaide helling. Het tempo ligt niet hoog, en ik loop iets voor het midden van de groep. Nadat we een pauze hebben gehad, loop ik wat meer achteraan. Sommigen hebben het een klein beetje moeilijk, en samen met Arie hou ik een oogje in het zeil.
We komen op een plateau, en houden daar nog een keer een pauze. Ik zweet weer behoorlijk, het is warm om zo in de volle zon te klimmen, ondanks dat ik het tot nu toe rustig aan gedaan heb.
Ik verbaas mij er iedere keer weer over hoe het toch kan dat sommigen niet of nauwelijks enige vorm van transpiratie schijnen te hebben, want ik zie bij enkelen T-shirts en overhemdjes die nog zo goed als droog zijn...!? En dat terwijl mijn shirt zo ongeveer drijfnat is...
Na deze laatste pauze komen we via een grote drempel op een veel groter plateau, en krijgen zicht op de werkelijke top van de berg, die als een mooie piramide van puin naar de hemel wijst.
Via wat losliggende puinheuveltjes komen bij een vaag soort gravelpad wat aardig steil omhooggaat. Dat is echt het allerlaatste stukje, nog een meter of dertig aan hoogtemeters.
Als ik in een ietwat verhoogd tempo vlotjes het pad omhoog loop, hoor ik achter mij geluiden van reisgenoten die het toch wel een klein beetje eng vinden, dit pad.
Toch komt iedereen bovenop de top, waar het uitzicht uiteraard fantastisch is! In feite is de kans dat je geen mooi uitzicht hebt erg klein hier in de woestijn, waar het eigenlijk altijd wel mooi weer en dus zeer helder is vanwege de zeer droge lucht.
Het is een beetje jammer dat we vanaf deze top geen uitzicht hebben op de Golf van Aqaba, zoals Magdy - die geen zin had in deze klim - beneden had "beloofd". Het is onmogelijk om de zee te zien vanwege de vele bergtopjes die een vrij uitzicht naar de zee belemmeren.
We kunnen wel heel goed het massief zien van de Catharina- en de Mozesberg, hoewel het gissen is wat nu welke top is, zelfs met de verrekijker.
We blijven ongeveer een half uur op de top, en het is bijna altijd jammer om weer de afdaling te moeten aanvaarden. Maar we hebben vandaag nog meer te doen, want er volgt vanmiddag nog een wandeling naar het volgende kamp.
Vlak voor we aan de afdaling beginnen, hoor ik Raymond roepen dat wie een slang wil zien, even bij hem moet komen. Snel kijk ik zijn richting uit, en zie daar inderdaad iets kronkelen.
Als ik bij hem kom, is de slang alweer verdwenen, en dat is misschien maar goed ook, je weet maar nooit. Volgens Raymond was het er eentje van een meter of anderhalf, twee. Hij weet niet wat voor soort. Het kan een adder geweest zijn, of een cobra, die komen hier het meest voor.
Het terrein is in het begin van de afdaling vergelijkbaar met het rotsblokkenveld van de beklimming. Zoals altijd is het afdalen een stuk lastiger dan het klimmen, bij twee passages moeten we zelfs even op ons achterste een stukje behoedzaam naar beneden schuiven.
Het grootste deel van de afdaling echter is erg gemakkelijk, want die voert langs een groot stuk zandhelling, die als een soort gletsjer vanaf de berg naar beneden lijkt te glijden. Dit was de "verrassing" die Magdy ons beloofd had. Ik ga als een van de laatsten het duin af, ik wil zo lang mogelijk genieten van het uitzicht en van het vreemde gevoel dat je deze zeer prettige afdaling in het vooruitzicht hebt...
Met grote stappen ren ik al "maandansend" het duin af, schitterend, het is net of ik het klimduin van Schoorl drie keer achter elkaar doe!
Na een korte pauze aan de voet van het zand/klimduin lopen we het korte stukje naar het kamp. Ik bedenk me dat we eigenlijk de ultieme beklimming hebben uitgevoerd. We zijn welbeschouwd gewoon over de Jebel El Barga heengelopen, aan de ene kant omhoog, aan de andere kant er weer af.
Was de "Jebel El Barga Experience" al een indrukwekkend begin van deze dag, het vervolg is zeker van een gelijk gehalte.
We lopen eerst over de grote zandvlakte, en slaan na een poosje rechtsaf. Na een kleine stijging komen we bij het tweede zandduin van vandaag, alleen is dit duin nog veel groter. Maar liefst anderhalve kilometer lang volgens de reisbeschrijving en Magdy. Dat klopt wel, zie ik, wanneer ik boven op de kam sta. De klim naar de kam is erg gemakkelijk omdat we al op hoogte lopen, het is een klimmetje van slechts twintig meter. Het "eigenlijke pad" vervolgt zich in een licht dalende lijn rechts van mij, en ik ben zeer verbaasd als blijkt dat slechts vier reisgenoten mijn voorbeeld volgen om een stukje over de kam te lopen.
Ik had mij allang voorgenomen om dit te doen - hoe zwaar ook. En als het dan toch zo gemakkelijk is als nu...? Het uitzicht is fantastisch, maar wat het meeste telt, is de pure ervaring van het belopen van deze enorme zandmassa. Smetteloos, geen voetstap te zien, elke aantasting weggevaagd door de wind.
Mijn medeklimmers genieten zo te zien ook, vooral Betsy, die al gauw uit beeld verdwijnt waar de kam weer steil naar beneden lijkt te gaan. Even later zie ik haar weer, ze loopt weer,terug om de kam nog een keer in de volle lengte te belopen.
De afdaling lijkt sterk op de afdaling van de berg vanmorgen, met dat verschil dat er meer stenen tussen het zand liggen. Het laatste stuk gaat heel steil, en weer draaf ik met grote stappen naar beneden.
En ook daar nemen we weer een pauze, we wachten even op de kamelen. Het is een leuk gezicht om onze kleine karavaan zo te zien afdalen. Al is hun route minder steil dan de onze, je kunt goed zien dat de beesten zo'n beetje aan de limiet van hun (daal)vermogen zitten. Gelukkig gaat het goed, al rammelt er soms een stuk bagage af van de hevig schommelende kamelenlijven.
Het is nog maar een paar kilometer tot aan ons volgende kamp, en dat traject voert ons door een prachtige kloof. Doordat het inmiddels later in de middag is geworden, schijnt er prachtig rood-oranje licht doorheen.
Bij het opzetten van het kamp is het een beetje een vreemde gewaarwording als ik in de verte een bus zie rijden. Het blijkt dat we hier op slechts een kilometer of zo van een weg af zitten.
's Avonds na het eten worden we vermaakt door Arie, die een Masai-dans voor ons opvoert. Erg komisch, en volgens mij zeker voor onze Bedoeienen-begeleiders. De act wordt nog iets versterkt doordat een aantal van ons op-aangeven van Arie ritmisch mee-neurien. Het klinkt net echt, maar dat kan ook komen door de whisky, eveneens verzorgd door Arie.
En zo komt aan de wat mij betreft meest bijzondere dag tot nu toe een einde.
De volgende dag lopen we het langste traject van de gehele kamelentrek in de woestijn. Niet lang na het vertrek wachten we bij een strategisch punt op de kamelenkaravaan, om ze bij de passage uitgebreid te kunnen fotograferen. Er zouden vandaag nog meer gelegenheden van een iets spontanere aard voorkomen om eens rustig wat mooie plaatjes te schieten.
We lunchen op een mooie maar niet zo gunstige plek, want we zitten in de volle zon. Waarschijnlijk is dit de warmste lunchplek van de trek geweest...
Gelukkig blijven we daar niet zo lang, want we maken eerst zonder bagage even een kort uitstapje naar een smalle kloof vlakbij. De kloof loopt op een gegeven moment dood, en we komen uit bij een modderig poeltje water. Ik speur of ik een teken van leven kan ontwaren, maar ik zie aanvankelijk slechts kleine kriebelende beestjes en wat dode wespen. Dan zie ik in een heel kort moment een soort schorpioen-achtig beest van zo'n zeven centimeter lengte, heel griezelig. Ja, je tal maar een ontzettende dorst hebben...!? Het is dus letterlijk een poel(tje) des verderfs
Als we terugkomen bij de lunchplek kunnen we nog juist het bakken van het brood meemaken, en ik leg dit nu eens eindelijk op beeld vast.
Na de lunch volgt er vooral voor de kamelen een lastige steile passage, en komen we uit op een enorme vlakte, waar we ruim anderhalf uur overheen lopen. Deze ervaring is "The Real Thing", dit benadert het meest het daadwerkelijke gevoel dat je in een desolaat, uitgestrekt en van de bewoonde wereld afgezonderd gebied trekt.
Na een van de pauzes raken we achterop bij de kamelenstoet, en zien we ze in de verte langzaam uit beeld verdwijnen.
We komen uit bij een weg, en voor het eerst sinds dagen steken we weer eens een weg over, wat een beetje vreemd is. Aan de overkant zie ik tussen zandsteenheuvels de karavaan lopen, maar Magdy weet kennlijk niet zeker waar ze zijn heengegaan. Volgens mij weet Arie het wel, hij loopt voorop. Magdy roept Arie toe dat hij verkeerd gaat, maar Arie is overtuigd van de richting, evenals ik. Dan ziet Magdy het ook opeens. Toch typisch dat je in zo'n betrekkelijk leeg landschap een kamelenkaravaan zomaar uit het oog kan verliezen.
Ook ons kamp van vandaag slaan we niet ver van de weg op, maar de zandsteenheuvels waar we vanaf de weg een stukje tussendoor zijn geslingerd geven het idee dat we weer ver van de beschaving kamperen.
Het waait een beetje, windkracht 3 a 4. Nadat de zon is verdwenen koelt het behoorlijk af, en is het zaak je redelijk goed aan te kleden. Op mijn thermometertje lees ik een temperatuur af van een graad of 14. "Koud".
Voor het eerst tijdens de trek besluiten Sander en ik om - nog voor de duisternis valt - de tent maar op te zetten tegen de kou. Het is vooral prettig om even in de tent beschutting te zoeken tot het avondeten.
De Bedoeienen bouwen van al het materiaal dat de karavaan bevat een muurtje in de vorm van een kraal wat hen beschermt tegen de wind, en daar binnenin brandt het kampvuur. Dat is echt nodig, want het is anders te koud om lang zo te blijven zitten. Er wordt deze avond dan ook niet lang na-gezeten na het avondeten...
De volgende morgen nemen we vlak na het ontbijt alvast afscheid van de meeste Bedoeienen, die op deze laatste trekdag met een paar kamelen alvast huiswaarts keren - een behoorlijk deel van de bagage is inmiddels opgegeten en opgedronken. Het afscheid is hartelijk, ondanks het feit dat we elkaar maar sinds enkele dagen hebben leren kennen is er een leuke band ontstaan.
Bijzonder is de band die tussen Arie en Saleh is ontstaan, al vrij snel was duidelijk dat het goed klikte tussen die twee. Ik vond dat het de afgelopen dagen als een soort rode draad door de woestijntrek liep.
Er worden door enkele reisgenoten wat kadootjes overhandigd waar onze Bedoeienenvrienden een beetje mee in verlegenheid worden gebracht maar toch blij mee zijn. Arie geeft Saleh zijn zonnebril.
Na dit afscheid beginnen we aan de Laatste Wandeling. Het zou weer een hele bijzondere en mooie etappe worden.
Het begin is al meteen heel spectaculair, we klimmen in een zandsteenkloof steil omhoog, niet een kleine passage waar een goede tredzekerheid zeer welkom is. Via een drempel in de kloof komen we boven en betreden we een mooie hoge vlakte.
Daar lopen we niet zo heel lang overheen, want we duiken in een van de andere smalle kloven, die als scheuren door de vlakte lopen, weer naar beneden. Dat gebeurt dus niet bij de plek waar we eerst even wat lacherig in zo'n scheur naar beneden turen - "No Way", hier kun je zonder touwen en haken niet in afdalen...! Nee, er wordt een "gemakkelijkere" plaats gekozen waar we naar beneden kunnen. Nou, dat is ook niet echt simpel, we moeten eerst drie meter op ons achterwerk over de kloofrand naar beneden schuiven. Ik kan mij voorstellen dat er best wel enkele reisgenoten tussen zitten die dit eng vinden.
De kloof is "slechts" twintig meter diep, en als we op de zandbodem staan laat onze Bedoeienengids Suleyman nog even zien dat wij de "65+ route" hebben genomen. Behendig als Spiderman daalt hij in een smalle spleet op blote voeten in de kloof af.
Het lopen in deze smalle kloof is echt heel bijzonder, ik heb nog nooit in zo'n smalle kloof gelopen. Na een paar honderd meter echter wordt de kloof nog veel smaller. We moeten hier via de lastigste passage van deze dag nog een stukje zittend naar beneden glijden, en dan volgt er een stukje kloof van een meter breed, echt waar! Niet te geloven, als je tamelijk fors geschapen bent kom je hier niet doorheen... Stel je voor, dan moet je terug met dat zware lijf, en moet je maar weer zien dat je hieruit komt...!
De kloof wordt later weer breder, maar veel breder dan een metertje of dertig wordt hij niet. We lopen nog een kilometer door en moeten dan weer een korte klim maken.
Als we boven zijn rusten we even uit, en kunnen vanaf dat punt in de verte een oase zien: Ain Hudra.
In Ain Hudra nemen we plaats in de tuin van de sjeik, en gebruiken daar de lunch. Er staat een briesje wind, en het voelt zowaar fris aan. En dat midden op de dag! Ik trek zelfs mijn fleece-vest aan.
Er duiken een aantal vrouwen en meisjes met de bekende snuisterijen op in de tuin, vlakbij waar wij hebben plaatsgenomen. Het is niet te geloven dat zelfs op de meest afgelegen plekken dit ritueel zich steeds weer herhaalt. Zelfs een paar dagen geleden, toen wij midden in de woestijn werden gedropt, zaten er daar
twee, drie dametjes met kettinkjes, kameeltjes, sierkleedjes enzovoorts... Ik neem er echt even mijn gemak van, en ik vermaak mezelf behalve met het nuttigen van de lunch met lezen en wat babbelen. Magdy vertelt over de pracht van de woestijn ten noorden en westen van Cairo, richting Alexandrie. Dat doet hij met zulk een enthousiasme dat dit aanstekelijk lijkt te werken op een groot deel van de groep, als het zou kunnen zouden er wellicht enkelen al ter plekke tot boeking van een dergelijke reis naar door die door Magdy in superlatieven besproken omgeving overgaan...! En ik moet zeggen dat het mij ook wel trekt, alleen niet zo snel na deze Sinai-reis. Misschien over een jaar of drie bijvoorbeeld.
Zonder de eigenaar van deze prachtige lunchplek, de Sjeikh, te hebben gezien, hij zou ergens aan de kust verblijven, Vervolgen we onze tocht van deze dag. Nog een paar uurtjes lopen, en dan zitten de wandelingen er op...
Deze "laatste loodjes" van de woestijnwandelingen blijken zowaar nog de zwaarste te zijn ook. Vooral de aller-allerlaatste kilometers zijn vrij lastig.
Voordat we daar aan beginnen lopen we door een paar rijen zandduinen waar we wat hout sprokkelen. Dan lopen we wat onhandig met onze handen vol met takken en twijgjes een stukje naar beneden, en betreden een grindvlakte. Normaal gesproken is het niet zo ver meer lopen vanaf het moment dat er wordt begonnen met sprokkelen, maar dit maal is het nog zeker twee kilometer lopen door fijn grind waar je soms diep in wegzakt. Sommige grindstukken zijn wat steviger, maar zo ongeveer overal is de grindgrond losgewoeld door talloze jeepsporen, het loopt echt heel erg vervelend.
Ik ben dan ook blij als we eindelijk bij de plek aankomen waar we ons laatste woestijnkamp gaan opslaan. Een beetje een vreemd einde van de woestijntrek, ik had mij dat toch iets anders voorgesteld...
Tot onze verrassing worden we in het kamp verwelkomt door een bijna voltallige Bedoeienenstaf, kennelijk waarderen ze het (weliswaar kortstondige) kontakt met ons dermate, dat ze er nog een avondje aan vastknopen. Ook voor deze komende nacht besluiten Sander en ik de tent weer op te zetten, het lijkt erop dat het weer net zo fris wordt als de afgelopen nacht. In elk geval waait hier zo ongeveer hetzelfde frisse windje...
Ons laatste avondmaal in de open woestijnlucht wordt een waar feestmaal, want er staat vis op het menu - vers uit Nuweiba! Aanvankelijk sta ik niet bepaald te juichen, ik ben geen visliefhebber, maar tijdens de eerste hapjes van mijn eerste vis moet ik mijn mening drastisch bijstellen, het smaakt uitstekend! Er is meer dan genoeg vis, ik eet twee vrij grote stukken.
Leuk is dat de Sjeikh van onze lunchplek van vanmiddag ook even ons kamp met een bezoekje vereert. Hij eet zelfs met ons mee.
Helaas-is het ook deze avond vanwege de kou niet zo prettig nazitten, maar een prima kampvuur maakt het wat draaglijker. Daarbij kruipen we in een kleine kring vrij dicht tegen elkaar aan, en dat houdt de warmte nog wat beter vast.
Het hoogtepunt van deze avond is het onverwachte moment dat Magdy een soort van evaluatie gaat houden van de reis tot nu toe. Een reis die al weer bijna ten, einde begint te raken. Magdy vraagt eerst aan iedereen persoonlijk naar zijn of haar mening. Zoals verwacht laat iedereen zich in positieve bewoordingen uit: Dan neemt Magdy een beetje plechtig het woord, en vertelt heel oprecht dat hij het ook erg naar zijn zin gehad heeft met deze groep. Hij zet zijn woorden kracht bij met behulp van een aantal kleine kadootjes. Een ieder wordt voorzien van een scarabee van turkoois en een "kitsch-kameeltje", en de dames en heren krijgen respectievelijk een echt lederen dames- en herenportemonnee. Vooral onder deze omstandigheden doet dit allemaal erg aandoenlijk aan, en ik ben er echt een beetje beduusd van. Met licht vochtige ogen zit ik - gelukkig in het donker, een beetje aan de buitenkant van de kring rond het vuur - met mijn kadootjes op mijn vouwkrukje.