Er waren alweer vier jaar voorbij gegaan sinds ik op wintersport was geweest. Op zich niet zo heel bijzonder, ik placht dit soort vakanties niet met grote regelmaat in te plannen. Waar dat aan ligt is moeilijk uit te leggen vind ik. Misschien komt het doordat ik niet echt een "wintersportverleden" heb, maar pas in 1992 voor het eerst kennis maakte met de wereld van sneeuw, ijs, en attributen welke het voortbewegen in een winters landschap gemakkelijker kunnen maken, maar welke we in Nederland niet gewoon zijn te gebruiken. Dus ik bedoel niet schaatsen, waar ik al van jongs af aan heel behoorlijk mee uit de voeten kan, maar skien en dergelijke.
Nu heeft piste-skien mij nooit echt kunnen bekoren behalve het kijken naar de toppers op TV, het was mij allemaal veel te blessuregevoelig. Maar meer nog leek het mij veel mooier om door de omgeving te trekken op een rustige manier, vooral wat de hoeveelheid mensen betrof. Ook in dat geval kom je niet op piste-skien uit, maar op een variant waar het in elk geval mogelijk is om de hak op de ski al dan niet permanent los te zetten. Ik besloot voor de meest voor de hand liggende keuze: langlaufen. Veel mensen denken dan al gauw aan voorzichtig schuifelen door de loipe, oer- en oersaai. Inderdaad, dat behoort zeker tot de mogelijkheden, maar het kan uiteraard ook anders, zoals ik de afgelopen jaren heb ervaren.
Ik was verstandig genoeg om niet al te moeilijk te beginnen, en dus ging ik in 1992 naar de Franse Pyreneeen, waar met licht loipe-materiaal werd gewerkt. Het leuke was, dat naast het leren vooruitkomen in de loipe, ook ruim aandacht werd geschonken aan het langlaufen buiten de loipe. En zo werd mijn interesse voor het zogenaamde cross-country skien - of zo je wilt toerlanglaufen - gewekt.
Dus vandaar dat ik in 1994 naar de Savoie toog, alwaar een duidelijk zwaarder programma werd afgewerkt. Dit met behulp van dito materiaal: Toerlanglauf- en Telemark-spullen. Aangezien ik nog steeds tot de groep beginners behoorde maakte ik gebruik van toerlanglaufski's, waarmee de telemarktechniek ook een beetje kan worden uitgevoerd - een leuke kennismaking. Gelukkig waren er tijdens deze reis twee instructeurs mee, zodat de groep veelvuldig kon worden opgesplitst voor de beginners en de gevorderden. Dat werkte perfekt.
In 1995 maakte ik een hele mooie trip naar de Canadese Rockies, waar we op en om het Wapta Icefield in Yoho N.P. trokken op telemarkski's. Het was met name hier dat ik een aantal hele mooie telemarkbochten heb gemaakt, vooral de afdaling vanaf Mount Rhonda zal ik nooit vergeten. De twee mooiste bochten die ik ooit heb gemaakt heeft helaas niemand gezien, maar het was enorm kicken om het maar populair te zeggen! Helaas heb ik mij op de laatste dag op het Wapta Icefield ook behoorlijk geblesseerd, en dat is waarschijnlijk de hoofdoorzaak geweest dat ik sindsdien een stuk voorzichtiger ben geworden. Het heeft er denk ik ook voor gezorgd dat ik mij weer wat meer ben gaan focussen op het puur rondtrekken in een dergelijke omgeving. Eigenlijk heb ik hierdoor mijn hoofddoel als het ware herontdekt, en het vreemde is dat ik toch altijd wel beneden kom, zij het niet altijd stoer telemarkend, maar wel skiend!
Dat het niet altijd skiend kan werd bewezen in
1999 in IJsland, toen "near-white-out" condities het bij een bepaalde helling niet verantwoord maakten om met ski's af te dalen, maar dit lopend moest gebeuren.
Daarvoor was ik in 1996 nog in de Valle d'Aran geweest in de Spaanse Pyreneeen, wat ik heel bijzonder vond vanwege de natuurlijk mooie omgeving, de goede sneeuw en zeker de perfekte verzorging in een gezellig familiehotelletje in Bagerque, waar het ene na het andere culinaire hoogstandje voor ons werd geserveerd.