R
R
oberts
eizen
Mongolie 2002
Hoe raar kan het lopen: In 2000 stond deze reis ook op mijn programma. Ik had al geboekt, maar vanwege een tekort aan deelnemers ging Mongolie niet door... Als (overigens prima) alternatief heb ik toen de reis naar Vietnam gemaakt. (zie ook mijn Vietnam-verslag)
De reis Trans-Polen en het tripje naar Lanzarote in 2001 zou ik zeer waarschijnlijk niet hebben gemaakt als ik niet naar Vietnam zou zijn gegaan...

Mongolie is een bestemming welk mij qua gebied erg intrigeert. Met name het ruige, desolate karakter van een groot deel van het landschap is wat mij in het algemeen het meeste trekt. Vantevoren verheugde ik  mij dan ook zeer op de woestheid, de ruimte, de uitgestrekte grasvlakten en woestijngebieden. Maar ook de bergen, waar we in ruime mate mee te maken zouden krijgen, en natuurlijk de ontmoetingen met de nomadische bevolking op het platteland.
Waar ik mij niet op verheugde was de Mongoolse cuisine. Van wat ik ervan had gelezen, gehoord en (op TV) gezien heb kwamen de plaatselijke gerechten mij nu niet bepaald smakelijk voor. We zouden zien.
1.
2.
3.
4.
5.
4.
4.
De voorbereiding voor deze reis was mager. Lichamelijk stak ik in een matige tot redelijke conditie, hoewel ik al sinds tijden bij vlagen te kampen had met een vrij hevige rugpijn. Mentaal was weer een heel ander verhaal. Op dit vlak had het de afgelopen tijd nogal tegengezeten, en de naweeen hiervan waren bij lange na nog niet weggeebt. Grote vraag was dan ook in hoeverre deze lichamelijke en mentale problemen mijn reiservaringen in Mongolië zouden hinderen. Gezien de enorme Rust en onmetelijke Ruimte welke dit vreemde verre en ogenschijnlijk lege land te bieden heeft, had ik hoop dat dit mij de Rust & Ruimte zou bieden waar ik zo dringend behoefte aan had.

We vlogen "gewoon" met de KLM naar Berlijn, waar het toestel van de Mongoolse KLM, de MYAT, op ons wachtte en ons via een tussenstop in Moskou naar Ulaan Baatar, de hoofdstad van Mongolië, zou vliegen. Hierdoor kon onze heenreis in amper twee dagen worden afgelegd. Prima in orde trouwens, de MYAT.
Zonder noemenswaardige gebeurtenissen - of het zou moeten zijn dat het toestel natuurlijk "Chinggis Khan" gedoopt was - kwamen we daar op een druilerige dinsdagmorgen aan. Het Land van de Blauwe Luchten liet zich voorlopig even van een andere kant zien. Het feit dat we 's morgens aankwamen, en ik zoals te doen gebruikelijk tijdens de vliegreis hoegenaamd geen oog had dichtgedaan, maakte dat deze eerste dag al meteen een zwaar dagje beloofde te worden. In Ulaan Baatar werden we zeer gastvrij ontvangen door een jonge gids, wiens enthousiasme en schijnbare onbevangenheid op de vroege morgen voor mij wat moeilijk te aanvaarden was. Na zo'n lange vermoeiende reis mag dat vergeeflijk zijn, en daarbij ben ik toch al niet iemand die over de gave beschikt om mensen goed te kunnen inschatten. In de loop van de dag bleek voor mij dan ook snel dat Bold, zo heette onze gids, een geweldig aardige jongen was die voor ons het vuur uit de sloffen zou lopen. Zoals gezegd was het een druilerige dinsdagmorgen, waardoor na het inckecken in hotel Zuuluuchud de rest van de dag bijna vanzelfsprekend in het teken stond van diverse bezoeken aan een aantal van de vele musea welke UB ("joebie", toeristentaal voor Ulaan Baatar) rijk is. Omdat ik nooit kan slapen tijdens vliegreizen was ik behoorlijk vermoeid, dus dan moet je vooral musea gaan bezoeken... Hoewel het naar mijn mening de moeite waard was, konden de vele interessante bezienswaardigheden maar nauwelijks mijn aandacht vasthouden. Vaak stond ik een beetje half weg te dommelen terwijl Bold een schier onuitputtelijke hoeveelheid informatie over ons uitstortte betreffende een van de vele vele onderwerpen. Ik leefde weer wat op toen we de skeletten van een paar dinosauriers zagen in het Natuurhistorisch museum. Het bezoek aan het winterpaleis van de Bogd Khan werd bijzonder zwaar gemaakt vanwege de hoog opgestookte kachels in de diverse vertrekken, waardoor de binnentemperatuur tot tropische waarden steeg. De buitentemperatuur was voor mijn begrippen, en zeker voor Mongoolse, aangenaam te noemen, en het was letterlijk een verademing om weer even buiten te kunnen lopen.

Laat mij nu even de mensen, de organisatie en de logistiek voorstellen:
Ons reisgezelschap bestond uit slechts zes personen: Davey, Annetje (die twee kenden elkaar al een paar jaar en waren al eens eerder met z'n tweeen met een groepsreis meegegaan), Corien (werkte bij HT op het kantoor), Ron (kende ik al jaren sinds ik hem ontmoette tijdens de HT-Patagonië-reis in de winter '92-'93), zijn vriendin Marlies (tevens onze reisbegeleidster) en ik. Verder hadden ook wij Baldja als gids, terwijl haar man Bold (die al meerdere reizen heeft begeleid, ook voor HT) ons de eerste paar dagen tot aan de 1e trek vergezelde, mede omdat Baldja nog niet zo veel ervaring had en haar Engels zeer gebrekkig was. Bold had ook nog een extra tolk-vertaler geritseld om Baldja bij te staan voor het verdere verloop van de reis. Zijn naam was Orgill, een hele aardige jongen, maar na de 1e trek was hij letterlijk (dankzij de felle Mongoolse zon) en figuurlijk (moe, weinig of geen buitensportervaring) opgebrand. En dan was er nog ons "handje-bij" Ughanaa, een jong knaapje wat vrijwel altijd vrolijk was, en Baldja en onze knappe kokkin Doeja een groot gedeelte van de dag liet giechelen.
Ons vervoer bestond uit een bus van het bekende type, een grijs busje van Russische makelij met drie banken waardoor we er met een man/vrouw of 6/7, exclusief chauffeur Joerga, in konden. Daarbij hadden we een groene jeep, bestuurd door Tovuuchi (had vaak een rieten hoedje van het WK-voetbal in Korea op), waar ons "personeel" zo ongeveer inzat, plus een groot deel van de bagage. Echt heel ruim zaten we bepaald niet - het ging.


In Ulaan Baatar bood de tweede dag stralend mooi weer. We bezochten o.a. het klooster Ghanden Khiid. Op mij maakte de staande reuzenboeddha veel indruk.
In het begin hebben wij bij "Chez Bernard" iets gegeten en gedronken, verder hebben we deze "LP-gelegenheid" een beetje geboycot omdat de Waalse eigenaar, Bernard himself, nu niet bepaald een symphatieke indruk op ons maakte. Aangezien er genoeg andere tenjes in UB zijn, was dit een makkelijke keuze.

We reden UB uit, en ervaarden de uitgestekte weidsheid van het Mongoolse landschap, wat op mij veel indruk heeft gemaakt, toen en ook nu nog. Dat kan te maken hebben met het feit dat ik een liefhebber ben van desolate plekken, maar Mongolië in het algemeen was voor mij heel bijzonder.
We kwamen in Hustaai Nuruu, en bekeken "onze" Przewalski paarden welke vanuit Nederland enkele jaren geleden in Mongolië zijn geherintroduceerd. Het verblijf was zeer kort, we reden het park weer uit om vele vele tientallen kilometers verderop in een ger-kamp (een ger is een ronde vilten tent) de nacht door te brengen. De volgende dag reden we naar de warmwaterbronnen aan het begin van de trek door het gebergte Khangaai Nuruu, waar we vanwege het slechte weer in de toeristengers verbleven - met korting, we waren de eerste toeristen dit jaar en ze waren officiëel nog niet open. Ook stapten we even het warmwaterbad in, ook als eerste toeristen, het was allemaal gloednieuw en erg rommelig, overal lagen nog bouwmaterialen, een puinhoop eigenlijk.
6.
7.
8.
De tocht met de jeep en het busje naar het verre westen vond ik erg mooi. Zwaar ook soms, de dagen waren vanwege de veelal lange rij- en reistijden erg lang. Ik had het echter voor geen goud willen missen. De langste dag was geloof ik de eerste dag, waarbij we te lang in Bayankhongor bleven hangen omdat er een aantal zonodig moesten internetten en dit langer duurde dan gewenst, en we vervolgens ook nog behoorlijk van de eigenlijke route afdwaalden. We kwamen hierbij echt in niemandsland, ik heb mij zelden zo eenzaam gevoeld, qua kampeerplek dan.
In Khovd brachten we een bezoek aan de guanz (een eenvoudig eettentje) van Baldja's schoonmoeder.
Een van onze kampeerplekken was (te) dicht bij een meer, en kwamen er (te) laat achter dat het niet zo slim is om aan de oever te gaan staan, maar beter 100 a 200 meter van de oever vandaan de tenten op te slaan.
Uiteindelijk kwamen we in Ulaangom aan, waar we nogal moesten zoeken naar de broer van onze "kamelenman" Timur. Dat was nog een afkorting, voluit heette hij naar ik meen Ghaan Timur. Een hele aardige vent.

De drie kamelen die onze karavaan vormden werden door ons al gauw Pim (Fortuyn), Ad (Melkert) en Wim (Duisenberg) genaamd. Er ging behalve Timur nog een kamelenman mee, zijn zwager Targa. Ook ging er een extra paardje mee, ingehuurd door Annetje, die helaas soms minder goed ter been was. (dit was allemaal ruim vantevoren bekend, dus leverde het tijdens de reis geen problemen op)
De trek door de Kharkhiraa-mountains was zeer bijzonder, geweldig mooi. Niet mooier dan die door de Khangaai Nuruu, maar toch leek het (voor mij persoonlijk althans) op de een of andere onverklaarbare manier iets extra's te bieden. Ik houd het er maar op dat de in mijn ogen grotere desolaatheid hiervoor gezorgd heeft.

We vertrokken vanuit Timur's kamp even buiten Ulaangom, omdat het seizoen waarbij de nomaden de bergen in trekken nog moest beginnen - wij waren erg vroeg weetjenog?
Vanuit Timur's kamp liepen we een paar uur over de behoorlijk warme en stoffige vlakte tot we een van de nauwe dalen introkken, welke ons de bergen in voerde.
De volgende dag moesten we de rivier verscheidene malen doorwaden, en het water was erg koud, tussen de 0 en 5 graden Celcius. Jezelf wassen was vaak een ware marteling, laat staan zwemmen, wat ook niemand heeft gedaan, ook niet gedurende de rest van de tocht, waarbij we altijd in de buurt kampeerden van water. Vanuit het kamp waar we een rustdag hadden, maakten we een middag-wandeling aan de overkant, waarbij stevig geklommen moest worden, soms zeer stevig, het leek meer op klauteren waarbij zelf de handen gebruikt moesten worden. Bovendien was er sprake van losliggende stenen, wat soms een risico vormde wanneer je boven elkaar liep. Dit heb ik toch zelden of nooit meegemaakt.
De volgende dag liepen de meesten een eindje omhoog, en klommen een klein aantal door tot iets boven de 3000 meter. Hoewel, ik had een hoogtemeter mee, maar de moeilijkheid was dat ik deze nergens kon ijken. In elk geval was het uitzicht wat ons boven ten deel viel fantastisch!
We hebben ook nog een dag een hogere route gedaan, althans de meerderheid, de kamelen uiteraard niet en twee deelnemers ook niet. Het was een erg mooie en redelijk zware tocht waarbij we diverse keren flink moesten klimmen en dalen.
9.
10.
11.
12.
De volgende dag liepen we nog wat onwennig ons eerste traject, om bij een immense vlakte uit te komen, een naar mijn smaak fantastische plek. De dag daarop was het een groot gedeelte van de dag slecht weer, het had die nacht ook al langdurig geregend. We liepen zonder Mongoolse gids (een paardenman), en liepen faliekant fout. Baldja was wel mee, evenals Orgill, maar die waren hier nog nooit geweest. Een paar uur later zijn we teruggelopen, en werden even verderop door een ongerust geworden (dat was niet aan hem af te zien overigens) paardenman opgewacht en verder begeleid.
Er volgden twee behoorlijk koude nachten van vermoedelijk tussen de -5 en -10 graden Celcius, in mijn tentje was het steeds iets onder nul, brrrrr! Verder voornamelijk mooi weer, hoewel we een keertje in een soort sneeuwstorm hebben gelopen. Even later werd het weer heel mooi weer, die dag was erg afwisselend, we bleven jassen/broeken aan- en uittrekken...!

De dag dat we naar de heilige berg Suvrain Khairkhan trokken was verreweg de zwaarste, maar de dag daarvoor hadden we veel te veel gelopen omdat we die dag fout liepen. Ik kan mij herinneren dat we op een bepaald moment "boven" kwamen, en dat de berg betrekkelijk dichtbij leek. Dat was inderdaad zeer betrekkelijk, we moesten nog een uurtje door een graspollen-landschap ploeteren voordat we in de buurt kwamen. Vervolgens waren een aantal mensen zo moe dat ze direct naar het kamp zijn gelopen, iets verderop links naar beneden. De meesten (zoveel waren er toch al niet) zijn naar het meertje met de ovoo (een heilige plek, een soort steenhoop getooid met vlaggen) gelopen, zo'n 150 meter onder de top. Hoewel dat een stukje van niks was, vond ik dat heel erg zwaar op dat moment. Ik vond dat heel gek weet ik nog, ik was toch wel e.e.a. gewend.
Ik wilde mij wassen bij een van de stroompjes vlakbij het kamp, maar dat ging mooi niet door, omdat de paardenmannen dit niet zo'n goed idee vonden. Dit had te maken met het feit dat deze stroompjes vanaf de heilige berg afgekabbeld kwamen en derhalve te heilig waren om ons zomaar in te gaan wassen.
Overigens hadden we die dag een bijna-ongeval toen een van de paarden op een steil pad omviel, en het had maar heel weinig gescheeld of het arme dier was het ravijn in gegleden. Ik schaamde mij nog behoorlijk toen ik er (gelukkig vrij snel) achterkwam dat de bagage van het paard, waaronder een plunjebaal van mij, hoewel in gevaar toch een stuk minder belangrijk was dan het leven van dat paard...

We kwamen helaas niet veel gers tegen tijdens onze reis, met name tijdens de twee trek. Dit wekt geen verbazing overigens, want wij waren zo vroeg in het seizoen dat we daardoor nauwelijks gers of Mongoliërs zijn tegengekomen. We zijn ook geen enkele keer in een ger uitgenodigd, want die waren er dus vrijwel nooit, en die zeldzame keer dat we er wel een tegenkwamen hadden ze geen zuivel (dus ook geen airag). De afgelopen winter '01-'02 was strenger dan anders, er was erg veel vee omgekomen, zeer triest, de mensen op het platteland hadden weinig tot niets.
13.
14.
15.
16.
De laatste dag was een hele hele lange, omdat we die eigenlijk in twee dagen hadden moeten doen. Het was de dag dat we vanaf een prachtig bergmeer vertrokken, en via een paar pasjes uiteindelijk in een kloof afdaalden. Ik vond het wel mooi, maar was toch minder onder de indruk dan normaal gesproken het geval zou zijn geweest. Dat zal zeker ook aan het sombere bewolkte weer gelegen hebben. Toen we aankwamen bij een rotsachtige plek waar we het kamp moesten opslaan, keken we elkaar enigszins verbijsterd aan. "Hier???", het leek ons een zeer matige plek, en dan druk ik mij nog zacht uit. Omdat het ook nog zachtjes begon te regenen was de keuze snel gemaakt: doorlopen! We hebben nog wel even de grote witte kooktent opgezet, om daar in te schuilen maar vooral te lunchen. Vervolgens zijn we geleidelijk aan de kloof uitgelopen, en kwamen op de vlakte van Ulaangom waar we de tocht waren begonnen. Normaal gesproken zouden daar ongeveer de jeep en het busje hebben gestaan om ons op te pikken, maar deze waren er niet omdat we immers een dag eerder de kloof uit kwamen lopen...! Aldus moesten we nog een paar uur lopen naar het kamp van Timur, wat nog steeds op dezelfde plek even buiten Ulaangom lag.
Het weer was op de vlakte veel beter dan in de bergen, als je omkeek zag je in de bergen veel wolken hangen, en wij zaten nu lekker in het zonnetje te kijken naar het schapenscheren en het geitenmelken...! De volgende ochtend volgde het afscheid in de gers van Timur en zijn familie, en werden er vooral op verzoek van onze gastheren en -vrouwen veel foto's gemaakt, onder de belofte dat we deze zouden meesturen met de volgende groep. Dat is dat allemaal gelukt trouwens, ze hebben hun "plicht" jegens ons en de Mongoliërs vervuld.
We kregen ook een presentje van Timur in de vorm van drie kleine botjes welke middels een koord verbonden waren aan een groter bot. Middels wat gefriemel zou je de botjes van plaats moeten kunnen veranderen, maar ik ben niet zo goed in dat soort Rubik-kubus-achtige puzzels zodat het voor mij meer een kunstwerkje is - een leuk aandenken. Mongoliërs zijn overigens gek op puzzels en spelletjes. Zou dat komen omdat ze meestal geen TV hebben, laat staan een (spel)computer?

De volgende morgen vertrokken we met zijn allen vanaf het vliegveld van Ulaangom voor de vlucht naar Ulaan Baatar. Dat hield nog wat, omdat er wat overboekingen waren en het erg onduidelijk was of we allemaal meekonden. We waren op dat moment heel erg blij dat Baldja meevloog, ze heeft gepraat (geschreeuwd) als brugvrouw om het allemaal voor elkaar te krijgen. Stel dat er iets was misgegaan, dat er mensen niet hadden kunnen meevliegen, dan hadden die mensen vrijwel zeker niet hun aansluiting met de vlucht naar Nederland kunnen halen.

Terug in UB viel het op dat het nu veel en veel drukker was dan in het begin. Toen waren we een van de weinige toeristen, en waren de meeste terrasjes nog niet open omdat het nog te koud was. Het was nu ook veel groener in de stad, en het was voor ons op deze manier heel aangenaam en relaxed om in UB terug te komen. Er werd door ons allen enthousiast gemaild vanuit een van de vele goed geoutilleerde en goedkope (!) internetcafe's, we dronken en aten op terrasjes en in restaurantjes, we deden inkopen in een mooi groot warenhuis (department store, ik vond het een soort Bijenkorf), en we hadden het slotdiner bij "Djenghiz", een buffetrestaurant met live muziek waar we aan het begin van de reis ook waren geweest. We hadden voor Baldja, die toevallig ook jarig was die dag, een fotocamera gekocht.
De volgende dag maakten we de voorspoedige reis terug naar Nederland, en kwam ik zeer, maar dan ook zeer voldaan terug van een geweldige, heel bijzondere reis...
17.
18.
19.
20.
21.
Deze reis werd gemaakt met:
Ga naar de site van HT Wandelreizen