Laat mij nu even de mensen, de organisatie en de logistiek voorstellen:
Ons reisgezelschap bestond uit slechts zes personen: Davey, Annetje (die twee kenden elkaar al een paar jaar en waren al eens eerder met z'n tweeen met een groepsreis meegegaan), Corien (werkte bij HT op het kantoor), Ron (kende ik al jaren sinds ik hem ontmoette tijdens de HT-Patagonië-reis in de winter '92-'93), zijn vriendin Marlies (tevens onze reisbegeleidster) en ik. Verder hadden ook wij Baldja als gids, terwijl haar man Bold (die al meerdere reizen heeft begeleid, ook voor HT) ons de eerste paar dagen tot aan de 1e trek vergezelde, mede omdat Baldja nog niet zo veel ervaring had en haar Engels zeer gebrekkig was. Bold had ook nog een extra tolk-vertaler geritseld om Baldja bij te staan voor het verdere verloop van de reis. Zijn naam was Orgill, een hele aardige jongen, maar na de 1e trek was hij letterlijk (dankzij de felle Mongoolse zon) en figuurlijk (moe, weinig of geen buitensportervaring) opgebrand. En dan was er nog ons "handje-bij" Ughanaa, een jong knaapje wat vrijwel altijd vrolijk was, en Baldja en onze knappe kokkin Doeja een groot gedeelte van de dag liet giechelen.
Ons vervoer bestond uit een bus van het bekende type, een grijs busje van Russische makelij met drie banken waardoor we er met een man/vrouw of 6/7, exclusief chauffeur Joerga, in konden. Daarbij hadden we een groene jeep, bestuurd door Tovuuchi (had vaak een rieten hoedje van het WK-voetbal in Korea op), waar ons "personeel" zo ongeveer inzat, plus een groot deel van de bagage. Echt heel ruim zaten we bepaald niet - het ging.
In Ulaan Baatar bood de tweede dag stralend mooi weer. We bezochten o.a. het klooster Ghanden Khiid. Op mij maakte de staande reuzenboeddha veel indruk.
In het begin hebben wij bij "Chez Bernard" iets gegeten en gedronken, verder hebben we deze "LP-gelegenheid" een beetje geboycot omdat de Waalse eigenaar, Bernard himself, nu niet bepaald een symphatieke indruk op ons maakte. Aangezien er genoeg andere tenjes in UB zijn, was dit een makkelijke keuze.
We reden UB uit, en ervaarden de uitgestekte weidsheid van het Mongoolse landschap, wat op mij veel indruk heeft gemaakt, toen en ook nu nog. Dat kan te maken hebben met het feit dat ik een liefhebber ben van desolate plekken, maar Mongolië in het algemeen was voor mij heel bijzonder.
We kwamen in Hustaai Nuruu, en bekeken "onze" Przewalski paarden welke vanuit Nederland enkele jaren geleden in Mongolië zijn geherintroduceerd. Het verblijf was zeer kort, we reden het park weer uit om vele vele tientallen kilometers verderop in een ger-kamp (een ger is een ronde vilten tent) de nacht door te brengen. De volgende dag reden we naar de warmwaterbronnen aan het begin van de trek door het gebergte Khangaai Nuruu, waar we vanwege het slechte weer in de toeristengers verbleven - met korting, we waren de eerste toeristen dit jaar en ze waren officiëel nog niet open. Ook stapten we even het warmwaterbad in, ook als eerste toeristen, het was allemaal gloednieuw en erg rommelig, overal lagen nog bouwmaterialen, een puinhoop eigenlijk.