R
R
oberts
eizen
IJsland 1993 & 1999
We "liepen uit" via Reykir, en vervolgden onze weg per bus via Akureyri naar Myvatn. Daar beleefden we twee hele mooie zonnige dagen, waarop we o.a. een prachtige beklimming maakten van de "maankrater" Hverfjall, waar het op de top snoeihard waaide, je kon werkelijk tegen de wind in leunen! Ook fietsten we rond het meer op barrels van fietsen, maar dat donderde niet, het was evengoed een mooie tocht.

De tweede en laatste dag van de mini-trek was het gelukkig weer mooi weer, en konden we 's avonds de tocht besluiten bij de waterval de Dettifoss, een indrukwekkende watermassa die zich donderend naar beneden stortte.
De volgende morgen werden we weer door de "van" opgehaald, en reden terug naar Reykjahlid, vanwaar we in de namiddag terugvlogen naar Reykjavik. Het weer was perfect, we vlogen dwars over het gebied van de Vikingtrek, en ik had het mooiste plekje in het vliegtuig. Het was een van de mooiste vluchten die ik ooit heb gemaakt…
Terug in Reykjavik wachtte ons nog een enorme verrassing: het befaamde SNP-slotdiner. Maar dit was wel heel bijzonder! We werden een sjiek hotel binnengeloodst, alwaar ons een gigantisch buffet wachtte, waar we nooit op hadden gerekend. Het was echt fenomenaal, en een zeer waardig besluit van een zeer geslaagde tocht.



In maart 1999 stapte ik het luchthavengebouw van Keflavik uit, en stond in een ijzige bries naast de bus te wachten die ons naar Reykjavik zou brengen. Het was alsof ik hier pas nog was geweest, het was nog  zo vertrouwd. Vooral toen de bus de rotonde opdraaide en ik aan de ene kant het SAGA-hotel zag en aan de andere kant het scoutinghuis, kreeg ik bijkans een deja-vu.
Binnenin het scoutinghuis was weinig veranderd, behalve dat er meer meubilair in de grote zaal stond "opgesteld". Voor de rest was het er nog even stoffig en rommelig als voorheen, waardoor het gekgenoeg ook weer knus aandeed.
De reisbegeleider was Edwin Zanen. Dat was dezelfde vent die destijds samen met Kees de info-avond voor de Vikingtrek gaf, bij Spac-Sport, en die toen de reis begeleidde die voor de "onze" zat. Later kwamen we hem zelfs tegen toen hij nabij Kerlingarfjöll met een SNP-jeeptrek door de rivier heen moest. Evenals Kees iemand met een zeer ruime ervaring op IJsland en andere arctische gebieden.
Terwijl Edwin zich bezighield met het avondeten en andere zaken, liepen we met de groep in de namiddag Reykjavik in, richting haven. Het voelde ontzettend koud aan, en ik begon mij nu al enige zorgen te maken of ik wel genoeg kleding mee had genomen…
De pasta-maaltijd was zeer overvloedig, we werden totaal volgepropt met koolhydraten. Aan een tekort aan energie zou het niet liggen in elk geval, als we de volgende morgen de lange tocht op onze cross-country ski's naar Landmannalaugar zouden maken.
Met een soort off-the-road bus reden we de volgende dag de binnenlanden in, en kwamen uit bij een parkeerplaats, alwaar de tocht zou beginnen. Evenals gisteren voelde het nu ook zeer koud aan, wat vooral veroorzaakt werd door de nog immer aanwezige snijdende wind. En ook nu vroeg ik mij af, terwijl ik stond te kleumen in de luwte van de terreinauto die de bagage zou vervoeren, of ik wel genoeg kleding aan- en bij mij had.
Gelukkig werd ik na een half uurtje lopen lekker warm, en toen later de wind wat ging liggen werd het zeer aangenaam. De tocht was inderdaad lang, zoals van tevoren voorspeld, ook niet moeilijk, maar wel mooi.
Een glimp van de Vikingtrek
Terugkeer naar IJsland - 6 jaar later
In augustus 1993 maakte ik een behoorlijk pittige rugzaktrek dwars door het binnenland van IJsland, een tocht die bekend was als de "Vikingtrek", met een kleine groep mensen, waaronder een hele aardige reisbegeleider, met wie ik de tent deelde. Zijn naam was Kees Nuijten.
Het was een werkelijk prachtige tocht door een zeer indrukwekkend en woest landschap, waarbij ik vaak écht het gevoel had in de natuur te zijn. Het weer zat behoorlijk mee, op twee hele slechte dagen na, maar dat had ik van tevoren wel ingecalculeerd.
De eerste slechte dag was meteen dag twee, en ik vergeet niet gauw het moment waarop Kees, na een lange dag lopen, onder toeziend oog van de groep door de iets te wilde rivier aan het lopen was om te bepalen of deze te doorwaden was voor de groep. Dat was echter niet het geval, en moesten wij de tenten langs de rivier opzetten. Een beetje ellendig door de regen en de kou kookten we zo goed en zo kwaad als het ging ons potje eten, en dweilde ik de tent droog. Een uur of zo later lagen we in onze slaapzakken warm te worden, en toen dat eenmaal gelukt was, hoorden we de regen langzaam maar zeker afnemen, en sliepen in. De volgende morgen was het droog, en vervolgden wij onze tocht. Het weer werd steeds beter, en toen we aan het einde van de dag ons kamp opsloegen konden wij daar onze spullen drogen. Al snel zag het kamp er uit alsof er een bom was ontploft, overal lagen spullen te drogen. Ik speelde met Kees een soort spel waar we de tent als een soort vlieger op de wind rond lieten zweven om hem te drogen.
Een dag later sloegen we ons kamp op bij Kerlingarfjöll, een aparte plek. Daar ging ik voor het eerst (en op dit moment nog altijd de enige keer) skiën, op een half verijsde en nagenoeg ongeprepareerde piste. Het was stervenskoud, ik had alle kleren aan die ik bij mij had, maar het was geweldig om onder dergelijke omstandigheden te skiën. 's Avonds zaten we vaak binnen in de hut, want om daar te zijn was zóveel aantrekkelijker (warmer) dan de kleine tentjes die stonden te klapperen in de harde wind… We werden "getolereerd", want het leek naar mijn idee niet echt de bedoeling te zijn dat wij daar gingen zitten. Daarbinnen heerste een soort jeugdherbergsfeer zoals wij die in Nederland in de jaren zeventig hadden. Er werd gezongen onder begeleiding van de "kampvader" en een paar andere begeleiders. De melodie van de nummers kwam soms bekend voor, maar we verstonden er helaas niks van. Daarom was het verzoek aan ons op de tweede avond om mee te doen wat vreemd, we spraken geen woord IJslands?
De voor mij mooiste dag was de dag dat we Kerlingarfjöll verlieten, en dwars over de vlakte "naar de overkant" liepen, naar Hrutfell, een met een laagje sneeuw bedekte markante bergformatie die van grote afstand te zien was. Het waaide keihard, en het was prachtig mooi weer, een uitgelezen dag om verder te trekken. Het was koud, hooguit een graad of 4, en er was weinig beschutting. Af en toe pauzeerden we even, meestal in een kuil in het landschap. Er moesten een paar riviertjes overgestoken worden, zoals altijd een spannende en ijskoude onderbreking, wat ook wel weer een prettige verkoeling voor verhitte voeten was. Het kamp was die avond weer schitterend gelegen, en het zelfgemaakte eten smaakte zoals altijd opperbest.
Een dag later kwamen we langs Hveravellir, een aangename plek vanwege de warmwaterbron waarin heerlijk geluierd kon worden. Bovendien was het een hele mooie plek, wat vooral tot uiting kwam in de felle avondzon, die even doorbrak, waardoor de stoom die vanuit de vele gaten en bronnen kwam schitterend afstak tegen de donkere avondlucht.
Er volgde nog een dag waarin we een groot gedeelte van de tocht recht tegenin een heuse stofstorm liepen, een geweldig indrukwekkende ervaring. Met totaal verwaaide koppen sloegen we 's avonds ons kamp op bij een aparte plek, die Kees na lang zoeken voor ons had uitgezocht. Het was een piepklein eilandje in een kleine rivier.
Het weer was onstuimig, de hemel was vol onrust. Toch brak voor ons ook deze avond weer even de zon door, en genoten wij voor de zoveelste maal na van alweer een avontuurlijke dag.
De volgende morgen ontwaakten we bij een totaal betrokken hemel, en bleek het die nacht licht te hebben gesneeuwd. Zomer op IJsland…
Kees verraste ons met een extraatje in de vorm van een tocht per Amerikaanse "van" naar en over de smeulende lavavelden van de Krafla, en met diezelfde auto reden we naar Åsbyrgi, vanwaaruit we nog een 2-daagse trek door de Jökullsa å Fjollum maakten. De eerste dag was het weer bij vlagen erbarmelijk slecht, vooral tegen het einde van de dag. De tenten waren snel opgezet, waarna iedereen in de tenten dook om op te drogen en warmen in de slaapzak. Er moest echter ook nog eten gekookt worden… Ik bedacht mezelf dat een half uur langer nat zijn er nog wel bij kon, dus kookte ik buiten in de stromende regen en bediende Kees in de tent.
Kees in de rivier
"Riviereilandkamp"
Kees



Het mooiste moment was het moment waarop ik, aangegeven door Edwin, in de richting keek van het gebied waar de Vikingtrek doorheen liep. Opeens herkende ik duidelijk de  karakteristieke contouren van de Hrutfell, en een stuk naar rechts waren vaag de toppen van Kerlingarfjöll te zien. Ik bedacht mij hoe het zou zijn om daar nu weer doorheen te trekken, maar nu op ski's… Tevens kwam het besef naar voren dat de Vikingtrek van 1993 een hele bijzondere reis was geweest, een van de mijlpalen in mijn reizigersbestaan.
Helaas kwam er ook aan dit moois een einde toen het tijd was om weer af te dalen naar de hut, waar de achterblijvers alsnog besloten om ook de klim te maken, aangespoord door ons enthousiasme.
We volgden voor het grootste gedeelte van de tocht elektriciteitsdraden, we liepen zo'n beetje van paal naar paal. Storend waren deze objecten in het geheel niet, het zorgde soms zelfs voor een welkome afwisseling in het verder vrijwel totaal witte landschap, vooral toen de lichtomstandigheden  op een gegeven moment van dien aard werden dat het lastig was om je te oriënteren.
Na een zeer lange dag kwamen we bij invallende duisternis - volgens Edwin lagen we iets voor op schema - aan bij de comfortabele hut van Landmannalaugar. Binnen was het kokend heet, vooral als je van buiten kwam. Mijn dikke donzen slaapzak had hier weinig nut.
's Avonds zag ik voor het eerst in mijn leven het noorderlicht, een moment van ontroering.
Er lag dit jaar erg veel sneeuw in IJsland, nog meer dan normaal, er werd gezegd dat het eindelijk weer eens een "echte" winter was. Omstandigheden waren dus zo goed als ideaal, zoals we de volgende dag ook weer merkten, toen we een tripje maakten op het plateau achter de hut. Het was een vrij rustige tocht, het weer was prachtig deze dag, en we bezochten stoombronnen, pruttelpoeltjes en geisertjes, waar ook bij Landmannalaugar geen gebrek aan is. Toch wel vreemd om bij een dergelijke koude geconfronteerd te worden met iets wat zeer heet is.
Bij Landmannalaugar
We namen de gelegenheid om bij een mooie helling wat te doen met onze afdaaltechniek, hetzij aanleren, hetzij
bijleren, of voor diegenen die vonden dat ze de kunst beheersten om te laten zien wat ze konden. Het kaf werd al snel duidelijk van het koren gescheiden, en het was typerend om te zien dat diegenen die zich op vlakke gedeelten en soms ook met klimmen zeer bovengemiddeld snel voortbewegen met afdalen duidelijk meer moeite hadden. Evenzo hadden de meesten er veel lol in om de helling af te glijden, of te kijken naar andermans capriolen.
's Avonds laat keken we buiten weer naar het noorderlicht, wat nu nog mooier was dan gisteren. Om te voorkomen dat het 's nachts weer net zo warm was als gisteren, draaide ik het kantelraam vlak boven mij op de slaapzaal wijd open, wat een stuk scheelde. Midden in de nacht werd ik wakker toen de wind flink was aangewakkerd en er stuifsneeuw naar binnen waaide.
Een dag later stond de tocht naar Hraftinusker op het programma, alwaar we twee nachten zouden verblijven. Het was echter erg slecht weer, het was helemaal omgeslagen, zoals ik vannacht al had gemerkt. Het zicht buiten was af en toe nihil, een forse "spindrift" was daar verantwoordelijk voor.
We vertrokken veel later dan normaal, omdat we het slechte weer af wilden wachten. Het wilde helaas nauwelijks verbeteren, maar desondanks vertrokken we toch. Het werd een spannende tocht, waarbij je goed kon voelen in strijd te zijn met de elementen. Het was heel koud, vooral wanneer de wind je in het gezicht blies waardoor de kaken verstijfden en dit het spreken tot een vermoeiende bezigheid maakte. Veel gesproken werd er dan ook niet, en veel gepauzeerd evenmin, want de kou liet dat niet toe. Daarom hielden we korte pauzes, maar wel genoeg om niet te vermoeid te raken. Zwaar was de tocht niet echt naar mijn mening, er was ruim de gelegenheid om van de tocht te genieten, en dat deed ik dan ook intens. Hoewel de omstandigheden duidelijk verschilden, deed mij de tocht van deze dag denken aan de dag dat we tijdens de Vikingtrek in de stofstorm liepen, en evenals toen vond ik ook dit een hele gewaarwording.
Geruime tijd later kwamen we in de buurt van de hut van Hraftinusker, die langzaam maar zeker uit de waas van sneeuw en ijs tevoorschijn kwam. Het zag er zeer verlaten uit, we waren dan ook de enigen hier. Edwin maakte de deuropening sneeuwvrij, waarna we naar binnen konden.
De hut was ruim opgezet, hoewel een stukje kleiner dan de hut van Landmannalaugar, en voorzien van een ingenieus verwarmingssysteem wat gebruik maakt van de vulkanische activiteit onder de grond. Helaas was dit al geruime tijd buiten werking, dus was het koud in de hut, ofschoon het buiten een stuk minder aangenaam
Bij de hut van Hraftinusker
was. De verwarming van de hut bestond nu dus uit de warmte die onze lichamen afgaven, een paar kaarsen, kookactiviteiten en een kleine straalkachel, waardoor de temperatuur aan het begin van de avond een maximum waarde bereikte van een graad of tien.
In de namiddag, niet lang nadat we bij de hut waren aangekomen, trad er een korte weersverbetering op. De hemel klaarde ineens op, het werd zowaar prachtig mooi weer. In de buurt van de hut was een scherpe top, welke we op voorstel van Edwin beklommen. Terwijl we bezig waren ging de wind liggen, en merkte ik dat het uitzicht nu al fantastisch was. Dat beloofde wat voor het uitzicht vanaf de top!
Op de top aangekomen, bleek dat het uitzicht fenomenaal was, je kon ontzettend ver kijken, tientallen kilometers. Ik besefte al snel dat dit een van die spaarzame momenten was die je tijdens het reizen mee kan maken, zo'n moment waar je het eigenlijk allemaal voor doet, een moment wat het hoogtepunt kan vormen van de reis.
Dat het een bijzonder moment was, werd misschien het meest duidelijk geïllustreerd door Edwin, die helemaal uit zijn dak ging. Iemand die al zoveel heeft meegemaakt en gezien…
Ik verbleef zo lang mogelijk op de top, en had het gevoel dat ik hier niet meer weg wilde. Ik bleef maar om mij heen staren, en maakte veel dia's. Ik zag een reeks aaneengesloten toppen die zich dromerig in het landschap uitstrekten, zacht gestreeld door het avondzonlicht. Wat meer naar links een top die mij deed denken aan de Gasherbrum IV, hoewel ik daar nog nooit ben geweest. Het uitzicht richting noordoosten was het duidelijkst, omdat je "met de zon mee" keek. De belichting van het spektakel was optimaal, en steeds zag ik weer nieuwe dingen als ik in richtingen keek die ik al bekeken had.
De auteur
De volgende morgen bleek het weer opnieuw te zijn omgeslagen, zodat "plan B" in werking moest worden gesteld, zoals Edwin ons van tevoren had verteld. We zouden meteen weer naar Landmannalaugar teruggaan, alwaar het aangenamer toeven was onder slechte weersomstandigheden.
Het werd een zwaardere tocht dan de heentocht, vanwege het feit dat we nu veel moesten afdalen met slecht zicht. Op een aantal hellingen was het zelfs noodzakelijk dat er gelopen moest worden omdat oriëntatie nauwelijks mogelijk was, en je de hellingshoek niet goed kon inschatten, waardoor de mogelijkheid bestond dat je een ravijn in zou skiën. Bovendien steeg de temperatuur dermate dat de sneeuw onder je ski's bleef plakken, wat het lopen aanmerkelijk verzwaarde omdat het glijden hierdoor heel moeilijk werd.
's Avonds lagen we weer heerlijk in de warmwaterbronnen van Landmannalaugar bij te komen van ons avontuur, nadat we in de zeer warme keuken weer van een heerlijke maaltijd hadden genoten.
De volgende dag maakten we een alternatieve tocht naar een krater die niet zo hoog was, maar wel erg mooi. De tocht op zich was ook prachtig, ik had niet eens in de gaten dat deze voor het grootste deel voerde langs de in- en uitlooproute van de reis. Dat kwam wellicht mede door de weersomstandigheden. Op de heenweg was het weer vrij slecht, met veel wind en soms weinig zicht. Geleidelijk aan knapte het weer wat op, en toen we boven op de kraterrand stonden hadden we een mooi uitzicht.
We daalden langs de andere kant af, en liepen met de wind in de rug terug over de na de kortstondige "dooi" van gisteren met korstsneeuw bedekte vlakte. Er volgde nog een leuk moment waarop we een wegwijzer maar net boven de sneeuw zagen uitsteken: hier moest dus de weg naar Landmannalaugar lopen, en de sneeuwdikte was dus zo'n twee meter…!
"Dromerig landschap"
De volgende dag liepen we terug naar het punt waar we ook waren begonnen, en waar we weer door dezelfde bus zouden worden opgepikt. Het was een relaxte tocht. Net zo lang als de heenweg, net zo mooi, maar het ging gemakkelijker omdat we inmiddels waren ingelopen. Jammergenoeg kreeg Edwin nog pech met zijn materiaal toen er een binding finaal doormidden brak, en hij lopend verder moest. Even later kwam hij voorbij rijden in de bagagejeep, en binnen een uur was iedereen ook weer aanwezig op de eenzame parkeerplaats "in the middle of nowhere" van Sigalda.
Tijdens de terugrit moest ik veel moeite doen om mijn ogen open te houden, rozig als ik was na een lange dagtocht. Maar ik wilde persé nagenieten van de omgeving, slapen doe je 's nachts is mijn devies dan…
Terug in het scoutinghuis Neshagi, zat ik te bladeren in het SNP-logboek, waar veelal aantekeningen staan van de reisbegeleiders, leuk om te lezen. Ik zocht naar aantekeningen van Kees Nuijten, ik was benieuwd of hij nog steeds tochten voor SNP maakte. Na enig zoeken kwam ik zijn aantekeningen tegen. Het bleek dat hij nog diverse malen op IJsland was teruggeweest, vrij recentelijk nog. Ook las ik dat hij op Groenland was geweest, waar hij een keer vrijwel letterlijk was weggeregend…
Het slotdiner was weer geweldig, nog steeds in het SAGA-hotel, en opnieuw was het een waar feestmaal. Helaas ontbrak de verrassing ditmaal, maar mijn voorkennis had ook het voordeel dat ik mij er de gehele reis op had verheugd.
En zo kwam er een einde aan mijn tweede verblijf op IJsland, die weliswaar onder totaal andere omstandigheden plaats had gevonden, maar zeker weer net zo geslaagd was geweest als het eerste. De eerlijkheid gebied mij te zeggen dat de Vikingtrek toch het meest speciaal blijft, maar dat zal ongetwijfeld ook met de duur van die reis (2 ½ week) te maken hebben.
Er zijn van die gebieden, van die landen, waarvan je het gevoel hebt daar meer dan eens te willen terugkomen - IJsland is daar zeker een van.

Tot ziens.
Uitzicht richting Hrutfell (linksachter)
Deze reizen werden gemaakt met:
Ga naar de SNP-site