R
R
oberts
eizen
Peru/Bolivia 1987
De reis naar Peru en (een heel klein stukje van) Bolivia was mijn allereerste verre reis, en alleen om deze reden al een hele bijzondere reis. Het was niet slechts een reis naar een ver gebied, maar tevens een heftige eerste kennismaking met arme Derde Wereld-landen. Ik was hier wel enigszins op voorbereid d.m.v. het lezen van kranten en het zien van TV-beelden, maar het is toch iets heel anders wanneer je er zelf middenin staat, en je de beelden, geluiden en vooral geuren "live" ervaart.
De beslissing om deze reis te maken kwam op een hele gekke manier tot stand. Ik was medio jaren tachtig bevangen geraakt door het windsurf-virus, en hield mij erg veel met deze prachtige sport bezig. Het idee kwam in de winter van '86-'87 op om een windsurfvakantie te gaan houden in een zuidelijk land, en ik begon mijzelf te informeren bij het reisbureau. Hoe het nu precies is gegaan weet ik niet meer, maar op de een of andere manier kreeg ik een brochure in handen van een organisatie welke reizen voor jongeren organiseerde (ik was toen nog jong, vandaar). Er zullen waarschijnlijk wel wat actieve trips in gestaan hebben waarbij wellicht zelfs nog kon worden gewindsurft, maar mijn aandacht werd al snel verlegd naar de pagina's achterin de brochure, waar enkele reizen in stonden naar verre landen zoals Noord-Amerika, Thailand en Peru/Bolivia.
Ik geloof dat mijn keuze snel gemaakt was, ik was alleen nog maar geinteresseerd in de reis naar Peru en Bolivia. De standaard-reis was drie weken, en daarnaast bestond er de mogelijkheid om een extensie te boeken wat inhield dat er een week in het Amazone-gebied werd doorgebracht, in het uiterste noordoosten van Peru. Dit kostte geeneens zo heel veel extra - een paar honderd gulden - waardoor ik besloot om dit erbij te boeken.
Een vrij grote opwinding maakte zich al snel van mij meester, en in mijn naaste omgeving reageerde iedereen verrast op mijn plannen. En hoewel 1987 nu ook weer niet zo heel erg lang geleden is, was het in die tijd meer bijzonder om verre reizen te maken dan tegenwoordig, waar veel meer mensen de tijd en het geld lijken te hebben om op vakantie te gaan.
Aan de reis was een heuse kennismakingsbijeenkomst verbonden, welk gehouden werd in Hotel Smits in het centrum van Utrecht. Onwennig, en groen als gras wat het maken van (verre) reizen betrof, zoog ik alle informatie welke werd gegeven in mij op. Was het maar vast zover...!
Een maand later stond ik met een idioot zware rugzak vol met veel te veel kleding en andere rommel op Schiphol. Hij zat zo vol, dat mijn vader, die erg handig is met inpakken, mij moest helpen om het er allemaal in te krijgen. De reisbegeleider was een hele leuke vent en een ervaren rot in het vak. Ik zie hem nog aan komen zwieren op Schiphol met een legerplunjebaal welk waarschijnlijk ruim de helft zo licht was als  mijn rugzak... Was dat dan de manier?
De vlucht naar Lima, Peru was heel lang, maar omdat het allemaal zo nieuw was genoot ik er met volle teugen van. Vooral de tussenlandingen in Puerto Rico en Costa Rica waren reuze interessant.
Zoals in Derde Wereld-landen wel vaker het geval is, waren ook in de nabijheid van het vliegveld van Lima vele sloppenwijken ontstaan. Hierdoor reden we richting ons hotel in de binnenstad, en werden aldus onmiddellijk geconfronteerd met de armoede, wat best een schok was. We kwamen 's morgens vermoeid door de reis aan in Lima, verbleven er de rest van de dag en bekeken hierbij het centrum rondom de Plaza de Armas. Daar was ook het presidentiele paleis gesitueerd, wat heel zwaar werd bewaakt. In die periode ging Peru nog erg gebukt onder aanslagen van de terroristische beweging Het Lichtend Pad, waar ook de toeristische sector enigszins onder te lijden had - sommige delen van het land waren min of meer verboden terrein voor toeristen omdat het er te gevaarlijk was.
1.
2.
3.
5.
4.
6.
7.
9.
8.
10.
Wij hebben er echter niets van gemerkt, en reisden zonder al teveel zorgen door het land. Hoewel, wij hadden zorgen van een geheel andere aard, namelijk zorgen om je gezondheid...
Ik had al na een of twee dagen last van buikloop, ongetwijfeld veroorzaakt door de matige tot slechte hygienische omstandigheden in dit land. En hoewel ik behoorlijk op mijn hoede was waar het eten en drinken betrof, was ik kennelijk toch niet voorzichtig genoeg. Het kan ook gewoon domme pech zijn geweest, want dit soort dingen valt helaas nooit uit te sluiten.
De meest ernstige aanslag op mijn gezondheid - en met mij ook diverse andere reisgenoten - kreeg ik te verduren nadat we in twee dagen tijd van zeeniveau waren doorgereisd naar zo'n 3800 meter hoogte, en we vervolgens gedurende anderhalve week rondom dit soort hoogten verbleven. Daar kregen veel mensen last van (gelukkig) lichte verschijnselen van hoogteziekte, en met name dit heeft mijn verblijf aldaar veel zwaarder gemaakt dan mij lief was.
Ik was in die tijd niet of nauwelijks op de hoogte (!) wat het effect van het verblijf op grotere hoogten op je lichaam kan zijn, en ik kan mij niet herinneren dat wij door de reisorganisatie vantevoren hierover waren geinformeerd; iets wat mij later, toen ik wat meer ervaring had gekregen, sterk heeft bevreemd.
11.
12.
13.
14.
15.
16.
De route welke wij volgden was een klassieker zoals vele toeristen, georganiseerd en niet-georganiseerd, plegen te volgen. Vanuit Lima reisden we met bussen langs de kust naar het zuiden; de eerste stop werd gemaakt bij het plaatsje Pisco, vanwaaruit we een vaartochtje maakten met motorsloepen de Stille Oceaan op, naar de Ballestas-eilanden. Hier waren heel veel vogels en zeeleeuwen te zien - met alle stank vandien, dat wel. Het mooie van deze vaartocht was dat het bladstil was op het water, wat wel zo goed uitkwam. In combinatie met de veelal aanwezige mist, veroorzaakt door de combinatie van de koude Humboldt golfstroom en een relatief warme boventemperatuur, werd een hele aparte sfeer geschapen.
De volgende stop was Nazca, waar we de beroemde lijnen en tekeningen in de woestijngrond vanuit de lucht bekeken. De ontmoeting met Maria Reiche, een stokoude dame die enkele jaren geleden is overleden, en die de studie van dit wereldwonder tot haar levenswerk heeft gemaakt, maakte het bezoek aan Nazca extra bijzonder.
Van Nazca ging het verder middels een werkelijk slopende rit per nachtbus richting Arrequipa, een leuk stadje gelegen in het voorgebergte van de Andes. Hier verbleven we een dag, om vervolgens met de nachttrein door te reizen naar Puno, een plaats aan het beroemde Titicaca-meer. Het was hier dat we op een letterlijk duizelingwekkende manier op grote hoogte (3800+) werden "gedumpt", en velen binnen de kortste keren met hoofdpijn en een gevoel van algehele malaise rondliepen. Hoogteziekte...
Dit weerhield mij er gelukkig niet van om toch mee te doen aan het programma, en dus bezocht ik o.a. de rieteilanden van de Uro-indianen, een straat- en straatarme bevolkingsgroep die zich in vroegere tijden nog aardig konden redden met wat de natuur hen bood, maar wiens leven na een dramatisch visserij-beleid ernstig werd ontwricht.  
We brachten ook een kort bezoek aan het buurland Bolivia. We verbleven ruim een dag in en om de hoofdstad La Paz, waar het letterlijke hoogtepunt werd gevormd door een uitstapje naar de top van de berg Chacaltaya op een hoogte van ongeveer 5400 meter, waar we de hoogste skipiste ter wereld aantroffen - inclusief sleepliften en een "andinistenhut"!
17.
18.
19.
20.
21.
We trokken vanuit Bolivia weer terug naar Peru, waar we doorreisden naar Cuzco en omgeving. Hier zijn zeer veel interessante bouwsels te bezichtigen uit de oudheid, en daarbuiten is dit gewoon een prettige plek om te verblijven. Natuurlijk bezochten we ook de beroemde Inca-ruine Machu Picchu.
Vanuit Cuzco vlogen we naar Lima, alwaar we een dag even op adem konden komen van alle belevenissen, voorzover de smog van deze stad dat toeliet. Het merendeel van de deelnemers van onze groep had de 1-weekse extensie in het Amazone-oerwoud geboekt, en aldus vlogen we naar Iquitos, in het uiterste noordoosten van Peru. Van hieruit drongen we per boot behoorlijk diep in het oerwoud door, en maakten diverse wandelingen vanuit ons prachtige kampement op palen. Hierbij zagen we helaas erg weinig dieren, maar dat valt ook niet mee wanneer je met achttien onhandige en af en toe druk converserende toeristen door het oerwoud banjert...
's Avonds kwamen de muggen, en werden we ondanks de veelal zorgvuldige voorzorgsmaatregelen bont en blauw gestoken. Malariapillen waren een absolute must, en diegene die in het slikken hiervan geen discipline betrachtte liep een vrij grote kans een veeg van de gevreesde ziekte te krijgen.
's Nachts lagen we onder onze klamboes te luisteren naar de geluiden van de Amazone-nacht, werden de muggen snel weer vergeten en waanden we ons alsnog in een soort paradijs.

Ruim een maand na vertrek was ik weer thuis, vol van herinneringen en vrijwel zeker voorgoed bevangen door het "reisvirus". Er zouden nog vele reizen volgen.