Nieuwe ontwikkelingen, nieuwe instrumenten
In 2001 heeft het Ministerie van OC en W een nieuw programma in
gebruik genomen waarmee per velddirectie de totale verwachte loonkosten
berekend kunnen worden. Het model heet PLUTO, het draait in Excel en is
gebouwd door Micromacro Consultants (MMC). Van het model is ook een
shareware versie gemaakt genaamd PUPPIE, die draait voor het personeel
van de sector Rijk. Beleidsmedewerkers van Ministeries kunnen een
gratis CDROM met multi-media slideshow met PUPPIE bestellen bij mmc@bart.nl (zolang de voorraad strekt). Niet alleen bij het Ministerie van
Onderwijs maar ook bij andere ministeries wordt er immers gewerkt aan
voorbereiding van salarisbeleid.
PLUTO kan ook nuttig zijn voor onderwijsinstellingen. De laatste
jaren krijgen onderwijsinstellingen immers steeds meer zelfstandigheid
en vrijheid in de salariëring van het onderwijspersoneel. Een tweede
recente ontwikkeling is de stijgende diversiteit binnen het
onderwijspersoneel. Zo zijn recentelijk nieuwe functies als
onderwijsassistent en klassenhulp ontstaan naast de traditionele
functie van onderwijsgevende. Deze twee ontwikkelingen brengen nieuwe
managementverantwoordelijkheden en -vragen naar voren voor
onderwijsinstellingen. Bij voldoende belangstelling zal MMC een
shareware versie van PLUTO ten behoeve van gebruik door
onderwijsinstellingen beschikbaar stellen. Heeft u na het lezen van dit
artikel belangstelling, stuur dan een mail naar mmc@bart.nl
Geboorte van PLUTO
Sinds een paar maanden werkt de afdeling Financiën en
Informatievoorziening (F&I) van de directie Arbeidsvoorwaarden en
Beroepskwaliteit (AB) met PLUTO. Het programma PLUTO berekent onder
andere de loonbijstelling. De loonbijstelling is het bedrag dat het
Ministerie van OCenW ontvangt van het ministerie van Financiën om de
stijging van de loonkosten te compenseren. Het Ministerie van OCenW
zorgt voor een verdere verdeling van de middelen aan de
onderwijsinstellingen.
Samenstelling loonkosten
De loonbijstelling wordt berekend over de loonkosten, oftewel
alle uitgaven die als loongevoelig zijn gecodeerd in de begroting.
Figuur 1 geeft een overzicht van de belangrijkste loonkostencomponenten
waarmee de werkgevers te maken hebben.
Figuur 1: Samenstelling van loonkosten werkgever
Reguliere beloningen*: |
1) |
Maandloon |
2) |
Vakantie-uitkering |
Bijzondere beloningen: |
3) |
Eindejaarsuitkering |
4) |
Ziektekostenvergoeding |
5) |
Uitkering onderwijsondersteunend personeel |
6) |
Spaarloonboete |
Werkgeverspremies pensioenen: |
7a) |
Ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen |
7b) |
Algemene nabestaandenwet |
8a) |
Flexibele pensioenuittreding, vervroegde uittreding |
8b) |
Flexibele pensioenuittreding, opbouw |
9) |
Bovenwettelijk invaliditeitspensioen |
Werkgeverspremies sociale zekerheid: |
10) |
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering |
11) |
Uitvoeringsfonds Overheid |
12) |
Pseudo-premie Werkloosheidswet |
13) |
Vervangingsfonds |
14) |
Participatiefonds |
Totale loonkosten = 1 + 2 + … + 14 |
*Reguliere beloningen kunnen veranderen door algemene salarismaatregel (ASM) zoals vastgelegd in CAO.
Nettoloon
Overigens ontvangt het onderwijspersoneel van de
onderwijsinstellingen niet hetzelfde bedrag als de
onderwijsinstellingen van het Ministerie van OCenW ontvangen. Net als
iedere andere werkgever dragen de onderwijsinstellingen loonbelasting
af en houden ze verplichte premies in. Figuur 2 laat zien dat het
uiteindelijk (nominaal) beschikbare inkomen zo’n 62% bedraagt van de
totale loonkosten in het geval van een werknemer met een maandloon van
5.104 gulden (met ziektekostenvergoeding, zonder vakantie-uitkering en
spaarloon).
Figuur 2: Samenstelling van bruto jaarloon en relaties met het bijbehorende nettoloon en de loonkosten (guldens 2002).

PLUTO
Met behulp van PLUTO kan men de voorgaande loonkosten en
koopkrachtberekeningen uitvoeren. De invoer van PLUTO bestaat uit
belastingtarieven, premiepercentages en het aantal personeelsleden naar
inkomensklasse en deeltijdklasse.
Omdat PLUTO een Excel-programma is met gebruikersvriendelijke
eigenschappen en de meeste mensen bekend zijn met Excel, is het
opstarten en gebruiken van PLUTO erg eenvoudig. Het programma maakt
berekeningen op jaarbasis onder bepaalde veronderstellingen en
vereenvoudigingen. PLUTO vervangt dus niet de software voor de exacte
maandlonen zoals de salarisadministratie die berekent, maar geeft een
redelijk nauwkeurige schatting van loonkosten- en koopkrachtmutaties op
jaarbasis.
PLUTO en onderwijsinstellingen
Wat kan PLUTO nu betekenen voor de onderwijsinstellingen?
Het programma kan, onder aanname van bepaalde veronderstellingen, de
totale loonkosten per onderwijsinstelling uitrekenen voor afgelopen
jaren, het huidige jaar en het volgende jaar. Een tweede interessante
functie van PLUTO is de mogelijkheid om individuele koopkrachtmutaties
voor onderwijspersoneel te berekenen. Figuur 3 vat de
gebruikersmogelijkheden nog eens samen en wordt gevolgd door een
verdere toelichting.
Figuur 3: Gebruikersmogelijkheden van PLUTO voor onderwijsinstellingen
Micro |
|
Macro |
Koopkracht |
Model-uitvoer |
Loonkosten |
Onderwijspersoneel |
Interessant voor |
Management |
- Hoeveel ga ik volgend jaar verdienen en hoeveel kan ik uiteindelijk besteden?Wat zijn de gevolgen voor mijn besteedbaar inkomen als ik meer (of minder) ga werken?Wat betekent de afsluiting van de nieuwe CAO concreet voor mij?Hoe gunstig is deelname aan de spaarloon-regeling?
- Hoeveel belasting heb ik dit jaar betaald?
|
Voorbeeld-vragen |
- Wat zijn de totale loonkosten van dit jaar en van volgend jaar?Wat zijn de gevolgen van veranderingen in sociale zekerheid?Wat zijn de gevolgen van veranderingen in samenstelling van het personeelsbestand?Wat zijn de totale loonkosten van twee voltijd onderwijsassistenten?
- Wat zijn de gevolgen van nieuwe maatregelen voor de koopkracht van ons personeel?
|
Loonkosten
Bij de berekening van de loonkosten hoeft de onderwijsinstelling
alleen maar de juiste aantallen werknemers naar salarisklasse en naar
deeltijdklasse in te voeren. Vervolgens rekent PLUTO de bijbehorende
loonkosten uit, gegeven de geldende premiepercentages voor de sociale
zekerheid. De gebruiker kan op eenvoudige wijze de premiepercentages en
franchisebedragen (van bijvoorbeeld pensioenen) veranderen en kijken
wat de gevolgen zijn voor de loonkosten.
De onderwijsinstelling kan ook kijken wat de gevolgen zijn van
veranderingen in personeelssamenstelling. Door de aantallen voor
volgend jaar in te vullen kan men de loonkosten voor volgend jaar
berekenen.
Beschikbaar inkomen en koopkracht
Tussen brutoloon (bedrag genoemd bovenaan in loonstrookje) en
nettoloon (bedrag genoemd op bankafschrift) zit een wereld van
verschil. Het verschil is een bijdrage aan het (pre-)pensioen van de
werknemer en de financiering van de sociale zekerheid in Nederland
(over het algemeen worden de kosten voor een particuliere
ziektekostenpremie niet via de werkgever betaald). Net als iedere
andere werkgever dragen de onderwijsinstellingen loonbelasting af en
houden ze verplichte premies in. Figuur 3 laat zien dat het
uiteindelijk (nominaal) beschikbare inkomen ongeveer 62% bedraagt van
de totale loonkosten in het geval van een werknemer met een maandloon
van 5.104 gulden (met ziektekostenvergoeding, zonder vakantie-uitkering
en spaarloon).
PLUTO aanvragen
De bouwer van PLUTO, Micromacro Consultants (MMC), heeft voor
belangstellende beleidsmedewerkers bij Ministeries een gratis exemplaar
van PUPPIE, de gestroomlijnde versie van PLUTO beschikbaar op CD-rom
met daarbij een multi-media presentatie in powerpoint waarin de werking
van het programma wordt uitgelegd. Stuur een verzoek naar mmc@bart.nl en de CD-rom wordt u toegestuurd (zolang de voorraad strekt).
Verder is MMC van plan om, bij gebleken belangstelling, binnenkort
een shareware versie van PLUTO op deze homepage te plaatsen, die is
toegesneden op het gebruik voor individuele onderwijsinstellingen. Die
versie kan eenvoudiger zijn omdat enkele zaken in PLUTO voor
individuele scholen niet nodig zijn. Wie belangstelling heeft kan dat
melden bij mmc@bart.nl.
Tenslotte
Jaarlijks bepaalt het Ministerie van Financiën het bedrag dat
nodig is om de mutatie in de loonkosten van het onderwijspersoneel te
betalen. Een handig berekenings- en communicatie-instrument is in dit
verband het speciaal ontwikkelde programma PLUTO. Dit programma kan
(eventueel na kleine aanpassingen aan de gebruikerswensen) ook geschikt
zijn voor onderwijsinstellingen. De onderwijsinstellingen kunnen PLUTO
gebruiken als hulpmiddel om de verwachte mutatie in loonkosten uit te
rekenen. Het model kan ook nuttig zijn om veranderingen in netto
inkomen en de mutatie van de koopkracht aan betrokkenen uit te leggen.
PLUTO is in 2000 en 2001 gebouwd door Laurens Harteveld (MMC) en Tiny van Etten (OCenW) was contactpersoon.
|