Kamelen in de polder?

(Verschenen in ARO-magazine 2000, nr. 5.)

Word je daar als ambtenaar ineens opgeschrikt door de kreet "Kamelen in de polder!". Zo iets als 1200 jaar terug toen het over de grazige weiden galmde: "de Noormannen komen eraan!" ? Of was het een voorbode van de gevolgen van het mislukken van wat Pronk's pronkstuk, de milieuconferentie had moeten zijn? In ieder geval, de praktijkdag "allemaal anders" op 10 november 2000 kreeg met die welgemikte kreet een stukje extra aandacht.

Toch zet het je aan het denken. Als het nu heter wordt, zouden kamelen het dan goed doen in de polder? Wat voor nuttige functie zouden ze er kunnen vervullen? Het overtollige binnenwater in hun bulten naar de Zee dragen? Zouden hun hoog gewaardeerde keutels een functie voor de kustverdediging tegen het wassende water kunnen vervullen? Of zouden die arme beesten in de drassige polder gewoon reumatiek, mond-en-klauwzeer of een bultflauwte krijgen?

Het is dan goed je eens te informeren over het wezen van de kameel. Het is een verrassend beest dat ontstaan zou zijn in Noord-Amerika (had je niet gedacht!). Die vroege kamelen hadden nog geen bult(en) en leken meer op grote lama's. Vanuit Californië wandelden ze over ijstijdlandruggen naar andere werelddelen, om hun moederland kameelloos achter te laten. Al wandelend splitste de familie Camelus dromedarius zich in twee: de enkelbultigen Arabische of Afrikaanse dromedarissen de dubbelbultige kameel van China en Centraal Azië.

De kameel is een groot dier: 1,9 tot 2,3 meter hoog en 450 tot 650 kilo zwaar. Het heeft een maag die uit meerdere delen bestaat en ingericht is voor herkauwen. Hij/zij is een graseter die ook zilte grassen aankan. Kamelen kunnen dus zowel binnen- als buitendijks geweid worden, ze mogen de polder dus best wel uit. Ze kunnen lang zonder water, maar ze sjouwen geen water mee in hun bult(en) of in hun maag. Niks water naar de zee dragen dus. Met hun brede platte voetzolen zijn ze wel heel geschikt voor de drassige prutgronden rond Gouda. Ze kunnen goed tegen de hitte: een goede investering gezien het naderende broeikasklimaat.

De nuttige producten van dit tamme dier zijn vlees, wol, melk en mest. We mogen straks dus Goudse kamelenkaas verwachten. Aan de zeer droge mest worden allerlei nuttige functies toegeschreven: het is een goede brandstof, de geur van kamelenmest zit in een bepaalde tabakssoort, na mengen met klei en stro kun je er mee bouwen, het spul brengt geluk, en het is natuurlijk gewoon goeie mest.

Een liefhebberij van Arabische sjeiks en nabootsende westerlingen is het houden van kamelenraces. Dat lijkt me dan een aardige afwisseling voor dat eeuwige paardengedoe op Duindigt. Bij dat racen, waarbij snelheden rond de 50 km/u gehaald worden, gelden opzienbarende regels zoals de eis dat de winnaar bij het passeren van de meet geacht wordt nog op zijn/haar kameel te zitten. Er komen op kamelenraces heel veel mensen af. Zelfs in Berlijn trok zo'n evenement 30.000 bezoekers.

ARO neemt de introductie van kamelen in de polder serieus. Dat uit de geheime opdracht die onze Bas meekreeg naar Australië: verken de mogelijkheden die de Camelus dromedarius biedt voor de toekomst van de Hollandse polder. Het Poldermodel zal nooit meer wezen wat het was!

De Mopperkabouter


versie 7 juni 2005
© Copyright : dr K.A.H.W. Leenders