NOG MEER DEINING!

Door K.A.H.W. Leenders

Engelbrecht van Nassau 19 (2000) 92

Het is goed als terloopse opmerkingen die op onverwachte plaatsen in archiefbronnen opduiken ook eens voor het voetlicht gebracht worden. Je kunt er immers niet gericht naar zoeken en alleen zo'n signalering kan een spoor opleveren. Nog aardiger is het indien ze een beetje in hun context geplaatst kunnen worden. De bijdrage van Frans Roelvink over "Een ongewone waterbeweging" in Engelbrecht van Nassau 19 (2000) 22 - 23 is een goed voorbeeld van zo'n nader geduide toevallige archiefvondst.

Graag wil ik nog wat aan de deining van 1755 toevoegen. In Hage nrs 43 t/m 48, december 1985/86, is het "Dagboek van enkele Bekenaren" gepubliceerd. Dit aantekeningenboekje beslaat de periode 1690 - 1825. Het is een heel bijzonder document over het boerenleven van die dagen in Prinsenbeek. Tussen al die aantekeningen vinden we op blz. 63v ook de aardbeving van 1755 vermeld.

Toen dit dagboekje uitgegeven werd, wisten we niet hoe deze tekst begrepen moest worden. Blijkbaar was de schrijver, een Beekse boer, goed geïnformeerd over de ramp in Lissabon. Maar was "hebbe wij hier ock gevoelt me(e)st aen de waterstroomen" echt waar, of had hij dat ook overgenomen uit een andere bron? Met de door Roelvink gepubliceerde waterbeweging van enkele voeten en de daardoor vernielde scheepstrossen hebben we nu een aanwijzing dat die opmerking tot op zekere hoogte echt waar kan zijn. Op de Beek is er echter niet veel water. De beek van De Beek zal heus niet hevig geklotst hebben. We moeten daarom aannemen dat de opmerking slaat op waterbeweging in de Mark, bijvoorbeeld bij het Nieuw Veer of in de haven van Breda. Onze Beekse boer of zijn boerin kunnen het verhaal van de waterbeweging dan van de veerman van het Nieuw Veer vernomen hebben, of bij de gang naar de markt in Breda. Die markt zal ook wel de bron zijn voor de verklaring die aan de waterbeweging gegeven werd: de aardbeving in Lissabon.


Versie 14 juli 2000.
© Copyright : dr K.A.H.W. Leenders