Er ooit over nagedacht hoe ze hier in het zuidwesten van Nederland in het jaar duizend leefden? Of verder weg nog, rond het jaar nul? Moeilijk om een antwoord in beeld te krijgen. Dan moet je bij het NAC-stadion in Breda rechtsaf, over een verhard pad. Achter dat vierkante bastion van brood en spelen kom je in de Romeinse tijd.
Onze steden en dorpen in Zuidwest-Nederland
zijn er altijd geweest. Zo lijkt het. Toch is het ooit ergens begonnen.
Aan de vooravond van het jaar 2000 tijd voor een terugblik op onze woonomgeving.
In deze reeks Turf en Zout gaat het over de wederwaardigheden van plaatsen
verspreid in heel Zuidwest-Nederland. Historisch-geograaf dr. Karel Leenders
en verslaggever Paul de Schipper vertellen het levensverhaal van steden
en dorpen. Een serie over een gebied dat in de geschiedenis door twee fenomenen
tot één regio is gemaakt: door turf en door zout. Daar in
de tijdelijke bouwput van een nieuw winkelcentrum ligt een verloren landschap
van twee- tot drieduizend jaar oud. De Steenakker heet dit nu ongastvrije,
met brandnetels, distels, hekken en bouwketen overwoekerde maanlandschap.
Het heeft zich in korte tijd ontwikkeld tot een schatkamer voor archeologen
en een nieuw venster op de geschiedenis van West-Brabant. Ze hebben er
sporen gevonden uit de Bronstijd (1200 tot 750 voor Chr.), uit de IJzertijd
(750 tot 100 voor Chr.) en uit de Romeinse tijd (tot 400 jaar na Chr.).
Het gaat om complete huisplattegronden en duizenden scherven, muntjes,
kettinkjes en pijlpunten.
De Steenakker ligt ingeklemd
tussen de spoorlijn van Breda naar Rotterdam en de noordelijke invalsweg
die vanaf Prinsenbeek naar het centrum van Breda loopt. Het is een betrekkelijk
hoog, vlak gebied op 4 meter plus NAP.
Door het gebied lopen twee oude beekjes: de Weteringloop en de Betlehemloop.
Dat zijn de 'rivierdalen'. Daartussen liggen de 'bergketens'. Dat zijn
de dekzandruggen van de Emerakker, van de Huifakker en van de Steenakker.
Het terrein behoorde aanvankelijk tot Princenhage, maar de drie akkers
werden achtereenvolgens in 1927, 1942 en 1976 geannexeerd door Breda. Dit
westelijk buitengebied van Breda moet al in de IJzertijd intensief bewoond
zijn geweest.
Er is sprake van een brede band archeologisch vuil in de bodem. De middeleeuwer
moet dit geweten hebben. Immers, een naam als Steenakker is in een ruime
streek, tot aan Mechelen, kenmerkend voor akkers met een Romeins verleden.
Het archeologisch onderzoek ter plekke is ook niet nieuw. Al in 1659 vond
men hier op een perceeltje hakhout met de intrigerende naam Oud Kerkhof
een grote witte zerk. Het ding werd naar Princenhage versleept, waar het
onder de drup van de dorpspomp terechtkwam. Wat er verder van geworden
is, weten we niet.
De huidige pomp dateert uit 1769 en heeft een eigen drupopvang. Rond 1958
deed oudheidkundige L. Moelands uit Prinsenbeek ook bodemonderzoek op de
Steenakker. Hij vond er aardewerk en bodemsporen van wat hij als 'een hutkom'
omschreef.
Het vraagt enig voorstellingsvermogen
om, uitkijkend over dit stoffige braakland, de lagen van de herinnering
te doorgraven op zoek naar de oerfundamenten van het menselijk leven in
deze streken.
Toch moet het hier mooi geweest zijn. Lichtglooiend landschap met hier
en daar plukjes bos. Daartussen weidegebied en akkers met her en der een
losse verzameling gebouwen op een erf. Het zijn de boerderijen uit de Romeinse
tijd, opgetrokken met houten palen, daken van stro en muren van leem.
Wie waren de mensen die daar woonden? Vredelievende lieden wier korte leven
beheerst werd door de harde omgeving en het altijd dreigende bovennatuurlijke,
mensen die in een primitieve economie probeerden te overleven.
De afdeling Archeologie van het Breda's Museum is hier, na een intensieve
voorbereiding, al meer dan een jaar aan het graven. Het lijkt er af en
toe op of ze een Vinex-wijkje uit het begin van onze jaartelling hebben
gevonden: de ene huisplattegrond naast de andere.
Een Vinex-wijkje is een beetje overdreven. De resten van die 2000 jaar
oude boerderijen bestaan slechts uit zwarte vlekken op de plaatsen waar
de houten palen in de grond hebben gezeten. Wie rekening houdt met de beperkte
levensduur van de boerderijen en de herhaalde herbouw ziet het wijkje al
aardig uitdunnen. Over een mogelijke systematiek in de opzet van de nederzetting
is nog weinig te zeggen. De Bredase stadsarcheoloog Guido van den Eijnde
gebruikt in dat verband de toepasselijke term 'zwervende erven'. "De
bewoning is niet constant geweest", zegt Van den Eijnde. "In
de vroegste periode stonden de boerderijen geïsoleerd. Er woonden
op zo'n plek misschien vijf tot zeven mensen. Na een of twee generaties
verhuisde het erf naar een andere plek, misschien driehonderd meter verderop.
Dat kan met de manier van boeren te maken hebben of met de vorm van samenleven,
het splitsen van groepen, maar ook met bovennormale zaken: een boerderij
kan behekst raken of onbewoonbaar omdat er iemand gestorven is. Het typische
is dat de woningen zwerven, maar de begraafplaatsen niet. Die liggen op
hoge, markante plaatsen. Net of de mensen toen via hun voorouders toch
een soort territorium claimden."
Hij spreekt van 'een intensieve bewoning' in het gebied van Breda-West
tot aan de Belgische grens, maar voegt eraan toe: "Stel je daar niet
te veel van voor. Je praat dan over twee tot vier mensen per vierkante
kilometer."
Dat is heel wat anders dan de 178 mensen per vierkante kilometer die nu
op het platteland rondom Breda wonen.
Dat een van de onderzoeksperioden
wordt aangeduid als de Romeinse tijd dient vooral het gemak van de historici.
Eigenlijk is het, wat betreft de Steenakker, een beetje misleidend. Van
den Eijnde: "Hier hebben nooit Romeinen gewoond. Je kunt beter zeggen
dat de lokale bevolking onder invloed van de Romeinse bezetting geromaniseerd
is. Men past zich aan, neemt geleidelijk de cultuur over. Dat gebeurt via
handel, maar ook via de Romeinse administratie. Er zullen hier wel eens
Romeinse ambtenaren geweest zijn of soldaten op doortocht. Vergeet niet
dat dit de binnenlanden waren. De Romeinse forten en garnizoenen lagen
langs de grote rivieren en aan de kust." Net als op andere plaatsen
in West-Brabant lijkt ook op de Steenakker de bewoning plots te verdwijnen
tussen 250 en 300. Het Romeinse rijk stortte in en allerlei benden trokken
plunderend rond.
Toch zijn er op de Steenakker voorwerpen uit de vierde eeuw gevonden. Misschien
is het gebied opnieuw bewoond geraakt nadat de eerste schrik voorbij was
of wellicht is er altijd een klein groepje mensen blijven hangen.
Van den Eijnde houdt het op Germaanse bewoning die van over de Rijn kwam.
In overig West-Brabant zou het nog eeuwen stil blijven. Van den Eijnde:
"De bevolkingsdichtheid neemt in die tijd dramatisch af en is wellicht
beneden het biologisch vereiste minimum gezakt. Alleen, zonder nakomelingen,
houd je het nu eenmaal maar één generatie vol."
Pas rond 700 trekt een flinke
groep nieuwe kolonisten het gebied rondom het huidige NAC-stadion weer
binnen. De nieuwe boerderijen ontwikkelen zich, daar aan de westkant van
de Mark, tot forse gebouwen met houten waterputten en alles wat erbij hoort.
Merkwaardig genoeg lijkt het er op of later in de Middeleeuwen niemand
meer op de Steenakker, de omliggende Huifakker en Emerakker gewoond heeft.
Het vroeg-middeleeuwse woongebied verandert in een open akker. In de Kempen
is dat een veel voorkomend verschijnsel.
Vaak bleef de kerk, soms alleen de toren eenzaam achter. Een kerk lijkt
er op de Steenakker niet te zijn geweest, ook al heette de Steenakkerstraat
vroeger Kerkweg. Die laatste naam gaf vooral aan dat men hierlangs naar
de Sint Martinuskerk van Princenhage liep.
Als een van de raadsels van de Steenakker rest het geheimzinnige oude kerkhof
uit 1659. Een ander raadsel is de vraag waarom de mensen er vertrokken.
Waren het omhoog gevallen bewapende boeren of plaatselijke krijgsheren
die de bewoners naar elders dwongen?
Steenakker behoorde in de Middeleeuwen tot de heerlijkheid Gageldonk, waarvan
de boerderij Gageldonk het machtscentrum was. "Misschien zijn gewijzigde
machtsverhoudingen er de oorzaak van dat de bewoning zich heeft verplaatst",
denkt Guido van den Eijnde. "Je ziet vaker dat nieuwe machtscentra
hun weerslag hebben op de bewoning."
Hoe dan ook, in de tijd van de
eerste geschreven bronnen begint even verderop, aan de oostkant van de
Mark, een kleine nederzetting te groeien. Dat is het latere Breda.
Een oude schriftelijke bron duidt Breda aan als gelegen 'bij Princenhage',
waarbij Princenhage dus het oriëntatiepunt is. Dat wordt nog een leuke
kwestie voor archeologen en historici.
Wat was er eerder: Breda, Princenhage of het Romeinse dorp van de Steenakker?
Van den Eijnde, heel voorzichtig: "Het zou bij verder onderzoek kunnen
blijken dat de stad Breda naar verhouding een jong verschijnsel is."
In deze serie laten we zien dat de ontwikkeling van allerlei nederzettingen
helemaal niet rechtlijnig verliep. De grote stad van nu hoeft dus helemaal
niet de oudste nederzetting te zijn, al zou je dat intuïtief misschien
verwachten.
Na de Middeleeuwen is er op de Steenakker nog van alles gebeurd. Bij de
belegeringen van Breda in 1625 en 1637 werd een buiten-omsingeling van
aarden wallen dwars over het gebied gelegd.
De Duitsers lieten daar in 1944 door de boeren van Steenakker nog eens
een anti-tankwal overheen bouwen. Later sneed de Lunetstraat de Steenakker
los van Gageldonk. Vanaf 1975 groeide noordelijk van de Steenakker de wijk
Haagse Beemden. Nu is de Steenakker zelf aan de beurt om opnieuw opgestuwd
te worden in de vaart der volkeren.
Eeuwen lag dat mooie, glooiende land bijna roerloos westelijk van Breda.
Toen deed het landschap van de laadschop zijn intrede. Het maakte dit gebied
zo vlak als een pannenkoek en bevrijdde het van zijn geschiedenis. Guido
van den Eijnde: "Zo'n landschap als hier lag, dat vind je niet meer
in Noord-Brabant. Het is voor altijd weg. Wat tienduizend jaar oud was,
heeft de laatste vijftig jaar, zoals overal, moeten wijken voor de waan
van de dag. Of dat wijs is geweest, moet nog blijken."
Verdere informatie:
Jaarboek Oranjeboom
12(1959):P.C.Boeren: Hambroek en Gageldonk.
Brabants Heem 10 (1958).
Adressen:
Geschied- en Oudheidkundige kring De Oranjeboom, Teteringen.
Breda's Museum, Parade 12-14, Breda.
Reageren op dit artikel? Stuur een e-mail aan redactie@bnstem.nl