Moerdijk: de grens van Calvijn en Carnaval

Door Karel Leenders en Paul de Schipper

MOERDIJK - Als nergens bij horen bindend kan zijn, dan is dat misschien de band die de gemeenschappen binnen de huidige gemeente Moerdijk tot een eenheid maakt.

Binden en scheiden is altijd al een begrip geweest in deze Noordwesthoek van Noord-Brabant. Boven en beneden de Moerdijk, wie kent de termen niet? Zelfs de cultuur der Ne derlanden wordt daar ergens in die vruchtbare polderklei in tweeën gehakt.
Dat is de mythe. Dat zeggen we altijd, maar is dat wel zo? Mooi niet.

Tijd voor een analyse van het fenomeen Moerdijk'. Kouwe' Hollanders maken bij Moerdijk de sprong over de brug naar het warme' zuiden. Brabanders wagen zich via het grondgebied van Moerdijk uit hun houdoe- land. Om noordelijker de doei- wereld en de ontnuchterende verstedelijking van de Randstad te verkennen.
Zo heet het. Maar is dat niet een even schimmige cultuurfilosofie als die veel bezongen Brabantse gastvrijheid en de Bourgondische levenssfeer? Met zachte g' en niet met zo'n keelschraper als de noorderlingen presteren? Het populaire volksgeloof wil dat de grens van Calvijn en carnaval ergens op de bodem van het Hollandsch Diep ligt. Wie de geschiedenis er op napluist, komt tot andere bevindingen.

Zo kwamen die aparte van de klei bij Brabant

Dan zie je dat het grondgebied van de huidige gemeente Moerdijk wel altijd het terrein van militaire en religieuze confrontatie is geweest. Nog in 1944-1945 hield hier het bevrijde Zuiden op en begon de hongerwinter van het bezette Noorden. Betonnen puisten in het landschap en op de dijken herinneren er nog aan.
De religieuze omwenteling werd er in water ten doop gehouden. De Westhoek ging in de vijftiende eeuw katholiek onder water en kwam in de zestiende eeuw als hervormde kleipolder weer boven. Voor de Reformatie baden ze in de regio Moerdijk: Zo helpe mij God en alle heiligen." Toen de beelden uit de kerken waren gebroken, ging een aangepaste boodschap naar boven: Zo helpe mij de Heer en de Evangeliën.
Naast die hemelse Heer was er ook nog een wereldse. Willem van Oranje, hoge adel en in de Hollandse Gouden Eeuw rijk geworden burgers waren in deze streken zeer actief als projectontwikkelaars. Oranje werd als weldoener gezien. De Hoek stond bekend als 'Nassaugebied'. Die Oranje-gezindheid had wel iets van hielenlikkerij. De Domeinen waren, als beheerders van de Oranje-eigendommen, de baas in menig dorp en in menige polder, dus die kon je maar beter te vriend houden. Geen wonder dat de Westhoekers zich in die voorbrugse tijd en eigenlijk nu nog ferme Oranjeklanten voelen. Wiens brood men eet, wiens woord men spreekt.
Oranje boven, maar op 24 juli 1711 ging de Oranjedynastie bijna ten onder bij Moerdijk. Die middag draaide een uitschietende wind van het zuiden naar het noordwesten. Een wankele veerschuit die met rustig weer de haven van Moerdijk verlaten had, sloeg om. Prins Johan-Willem Friso, de erfstadhouder van Friesland, verdween in het kolkende Hollandsch Diep. Zeven weken later op 1 september schonk zijn weduwe het leven aan een zoon. Het werd de redder van de Oranje-stam die zodoende via de Friese tak op de Nederlandse troon bleef. En daar nog altijd zit, weliswaar intussen met sterk verdund Oranjebloed in de aderen.

Identiteit

Als je in zo'n grenszone als de regio Moerdijk woont, is het geen wonder dat je soms moeite hebt met je identiteit. Dat bleek al rond 1800 tijdens een volkstelling. Toen lieten die van Willemstad en ook die van Dinteloord weten dat ze graag bij het gewest Holland meegeteld wilden worden: "Want in Brabant voelen we ons niet thuis." In de daarop volgende Franse Tijd werd de streek à la Française in departementen verdeeld. In 1815 vormde men in het dan ontstane verenigd koninkrijk opnieuw provincies. De grens tussen Holland en Noord-Brabant werd toen heel praktisch in het Hollandsch Diep gelegd. Zo zijn uiteindelijk 'die aparte' van de klei toch bij Brabant ingelijfd.
De religieuze twisten hebben lang diepe littekens door de geschiedenis van dit gebied getrokken. Nog in 1937 ondertekenden katholieken in Zevenbergen een opruiend pamflet van de Brabantia Nostra-beweging. Brabantia Nostra hing het ideaalbeeld van een totaal katholiek Brabants gewest aan en eiste in het pamflet teruggave van kerken die sinds de Reformatie in handen van de protestanten waren.
Alleen parochies van wakkere en vasthoudende katholieken hadden rond 1800 de ambtelijke tegenwerking weten te trotseren en zo 'hun' kerk teruggekregen. De meer slaperigen werden kennelijk pas tegen 1937 wakker...
Hoe dan ook, in dat jaar verzamelden zich in de wijde omgeving van Zevenbergen protestanten onder de kansel. Om daar hun dominees te horen fulmineren tegen zoveel paapse arrogantie. Er moest zelfs een verzoeningsbijeenkomst worden belegd om verdere opstand te voorkomen. Brabantia Nostra leidde na de oorlog als stichting een slapend bestaan met in deze streek als enige activiteit het onderhoud van de Mariakapel bij de Moerdijkbrug.

Cultuurgrens

Ten zuiden van de huidige gemeente Moerdijk botste de zee vijfhonderd jaar geleden nog op het hogere zand. Daar èn nergens anders ligt ook de echte cultuurgrens van Holland en Brabant. Dus niet in het Hollandsch Diep, maar bij Nieuwveer, waar de A16 de Mark kruist.
Of nog preciezer, 100 meter ten noorden van het fameuze fietscafé Elsakker, op grondgebied van de gemeente Breda. Arm Moerdijk! Hier gaat een mythe aan flarden.
Bij Nieuwveer begint het zand, daar beginnen de katholieken. Daar eindigt de serieuze wereld van de westhoeker.

Klundertenaar Linze van de Mierden beschreef die wereld en die mentaliteit in een dialectgedicht als volgt: "Veul nao de kerk, nie te veul lache, een bietje op zun eige, een bietje carnaval, trouw an 't vorstenuus en een bietje apart." Van de Mierden heeft het over carnaval op de klei. Dat is nieuwerwetse losbandigheid in een streek waar de eerste dominees al in 1572 preekten (Klundert en Fijnaart). Carnaval in Klundert bijvoorbeeld is nog maar krap vijfentwintig jaar oud en pas ontstaan toen schotjesgeest en verzuiling ook hier begonnen te verwateren. Alhoewel, nog niet zo lang geleden stemde de lokale RPF/GPV-fractie tegen subsidie aan carnavalsverenigingen. In het openbaar feesten op zondag kan in Klundert pas enkele jaren.

Speling van het lot

Dat de grens van katholiek en protestant juist even benoorden dat café ligt, is trouwens een historische speling van het lot. Het Zuiden, Brabant, was immers eerder protestant dan het Noorden. Op Zuilen, het voormalige landgoed in Breda waar nu het Suiker Unie-kantoor staat, werden in 1540 al protestantse hagepreken gehouden. Op dat moment was de huidige gemeente Moerdijk nog een drijvend randgebied. Noordelijker, dus ook op de klei van Moerdijk, werden ze pas later protestant: toen het Zuiden door de Spanjolen van protestanten gezuiverd werd. Een familie Wederdopers zocht in die jaren een schuilplaats in Klundert. Ze werden aangegeven en in Breda op katholieke wijze doodgepijnigd.
Taalkundig gezien is de gemeente Moerdijk een soort tussengebied. Volgens de Dialectenatlas van Nederland (1968) wordt tussen Mark en Hollandsch Diep het Westhoeks gesproken, ten zuiden ervan het Brabants. Wie noordwaarts over de brug van het Hollandsch Diep gaat moet zich in het Hollands verstaanbaar maken.
Het taalkundig tussengebied behoorde tot rond 1800 tot het gewest Holland, ook al lag het bezuiden de Moerdijk.
Zee, grondsoort, religie, cultuur. Als de Nederlanden ergens een binnengrens kennen, dan ligt die voor de fijnproever in ieder geval beneden de Moerdijk en niet er op'. Daar ligt ook een mentaliteitsgrens, de historische scheiding van Calvijn en carnaval. Welke bestuurder durft daar een culturele grenspaal te planten?

27 januari 2000

Reageren op dit artikel? Stuur een e-mail aan redactie@bnstem.nl

Terug naar overzicht


Copyright BN/DeStem/Uitgeversmaatschappij Zuidwest-Nederland BV, The Netherlands.
Niets op deze website mag worden verveelvoudigd, of worden opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige andere manier, hetzij op papier, hetzij digitaal, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van hoofdredactie en/of de uitgever.